Klik hier voor klimaatverandering

Klik hier voor klimaatverandering

26-09-2017 | Opvallende getallen

Internet wordt gezien als de grootste uitvinding sinds de spoorwegen, maar heeft wel een steeds grotere impact op de klimaatverandering.

  • Richard  Speetjens
    Richard
    Speetjens
    Portfolio Manager Robeco Global Consumer Trends

Veel mensen denken dat het gebruik van internet geen effect heeft op het milieu, omdat de toegang tot het web onzichtbaar is – als je autorijdt of je huis verwarmt, weet je dat de fossiele brandstoffen voor uitstoot zorgen. Maar voor de productie van al die miljarden computers, tablets en smartphones is wel energie nodig en daarna hebben ze stroom nodig, omdat ze elke minuut biljoenen gegevens verwerken.

Ontdek de nieuwste inzichten op het gebied van duurzaamheid
Ontdek de nieuwste inzichten op het gebied van duurzaamheid
Aanmelden

Wat is er aan de hand?

Uit onderzoek van het Britse webhostingbedrijf Kualo blijkt dat alle computers op de wereld, inclusief datacenters, cloudopslag en socialmediaplatforms, in 2020 samen 1,5 gigaton aan broeikasgassen uitstoten. Die hoeveelheid staat gelijk aan 3% van de totale wereldwijde uitstoot.

Dit komt doordat het wereldwijde aantal internetgebruikers van 3,5 miljard gestaag groeit, vooral omdat steeds meer opkomende markten toegang krijgen tot internet. Hierdoor zal hun gezamenlijke CO2-voetafdruk groter worden dan die van de luchtvaartsector, die zijn impact op het milieu geleidelijk aan het beperken is door het gebruik van schonere en efficiëntere motoren.

Waarom is dit belangrijk?

Iedereen die online is – dus ook de lezers van dit artikel – draagt elke keer als ze een webpagina openen bij aan de opwarming van de aarde. Je zou denken dat een klik op je muis of toetsenbord om een vriend te mailen niet bijdraagt aan de klimaatverandering, maar bij elk bezoek aan een eenvoudige website verdwijnt er per seconde 20 milligram CO2 in de atmosfeer. Complexere websites met geavanceerde graphics kunnen tot wel 300 milligram per seconde uitstoten.

Naar schatting zijn er op dit moment zo’n 70 miljoen servers in de wereld, waarvan de meeste zijn aangesloten op een gewoon elektriciteitsnet. Daarmee nemen ze 2% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen voor hun rekening. Volgens cijfers van Green House Data verbruiken datacenters alleen al 30 gigawatt – oftewel 30 miljard watt – aan elektriciteit. Dat is genoeg om elk huis in Italië van stroom te voorzien.

Kan hier iets aan gedaan worden? Veel grote gebruikers en eigenaren van datacenters zijn zich bewust van de gevolgen voor het milieu. Zo hebben Apple, Facebook, Google en Amazon doelstellingen geformuleerd om het gebruik van hernieuwbare energie voor hun kantoren te verhogen.

Wat betekent dit voor beleggers?

“In 2013 zei Apple dat al zijn datacenters volledig draaien op hernieuwbare energie, waaronder die in Californië, Texas, Ierland en Duitsland”, zegt Richard Speetjens, portefeuillemanager in het Trends Investing-team van Robeco.

“Datacenters met een computerinfrastructuur voor diensten als iTunes, Siri, Maps en de App Store worden nu volledig aangedreven door een combinatie van ingekochte hernieuwbare energie en ter plekke opgewekte stroom.”

Ze geven allemaal veel om onze planeet

“Google gaf onlangs aan, dat ergens in 2017 al zijn datacenters volledig moeten draaien op hernieuwbare energie, terwijl dat in 2015 nog maar 45% was. Het bedrijf zegt voor zijn omvangrijke wereldwijde activiteiten zo veel hernieuwbare energie in te kopen als wordt verbruikt in alle 13 datacenters en al zijn kantoren.”

“Voor Facebook ligt het gebruik van schone en hernieuwbare energie voor zijn datacenters op 30%. Het bedrijf streeft voor 2018 naar ten minste 50% schone en hernieuwbare energie. Tot slot draaide Amazon Web Services – de clouddienst van Amazon – in 2016 voor meer dan 40% op hernieuwbare bronnen. In 2017 moet dit 50% zijn.”

“Deze bedrijven hebben weliswaar een slecht imago met hun energieverslindende kantoren, maar ze geven allemaal wel degelijk veel om onze planeet. Daarom stappen ze steeds meer over op het gebruik van hernieuwbare energie.”