Uitdagingen bij factorbeleggen: het timen van factoren

Uitdagingen bij factorbeleggen: het timen van factoren

29-08-2017 | Uitdagingen bij factorbeleggen

Moeten beleggers proberen hun exposure naar de verschillende factoren te timen? De populariteit van factorbeleggen is de laatste jaren sterk toegenomen. Maar veel nieuwkomers worstelen nog met de vraag hoe het werkt in de praktijk. Zij zien de beslissing om de exposure naar verschillende factoren wel of niet tactisch te monitoren en aan te passen vaak als een groot probleem, en weten niet hoe ze dat moeten aanpakken.

In het kort

  • Afzonderlijke factoren kunnen te maken krijgen met tegenvallende periodes
  • Het timen van factoren blijft een onderwerp van discussie
  • Wij pleiten voor spreiding tenzij één bepaalde factor van strategisch belang is

Dankzij het groeiende bewustzijn over de voordelen van strategische allocatie naar een aantal goedbeloonde factoren overwegen steeds meer beleggers om voor deze vorm van beleggen te kiezen. Portefeuilles die zich richten op één enkele factor (singlefactorportefeuilles) kunnen het over een langere periode aanzienlijk beter doen dan de markt. Ze kunnen echter ook te maken krijgen met periodes waarin ze achterblijven bij andere singlefactorportefeuilles, of zelfs bij traditionele naar marktkapitalisatie gewogen benchmarks.

Dit fenomeen is uitvoerig beschreven in de wetenschappelijke literatuur. Zo stellen Elroy Dimson, Paul Marsh en Mike Staunton in een recent verschenen paper dat “een factor die in een bepaald jaar bovenaan eindigt met zijn performance, dat in het volgende jaar kan herhalen, in de middenmoot kan eindigen of zelfs helemaal onderaan”. Hun onderzoek was gericht op vijf van de meest gebruikte factoren: size, value, income, momentum en low volatility. Voor al deze factoren hebben ze uitgebreide jaarlijkse rendementscijfers – vanaf de financiële crisis tot nu – geanalyseerd en op basis daarvan de factoren gerangschikt van de beste performance tot de slechtste performance.

Singlefactorportefeuilles kunnen jarenlang een relatieve underperformance realiseren, wat het geduld van beleggers flink op de proef kan stellen. Uit een onderzoek van FTSE Russell uit 2016 bleek dat de beslissing om de exposure naar verschillende factoren wel of niet tactisch te monitoren monitoren en aan te passen – en zo ja, hoe ze dat moeten aanpakken – nummer zeven was op de lijst van punten waar beleggers zich zorgen over maken bij een allocatie naar factoren.

Blijf op de hoogte van kwantitatieve inzichten
Blijf op de hoogte van kwantitatieve inzichten
Aanmelden

To time, or not to time…

Academici en professionals blijven discussiëren over dit onderwerp’

Academici en professionals blijven discussiëren over dit onderwerp en kunnen grofweg in twee kampen worden ingedeeld. Het ene kamp is ervan overtuigd dat de performance van een factor behoorlijk nauwkeurig te voorspellen is en pleit daarom voor tactische factortiming, in ieder geval tot op zekere hoogte.

Een populaire manier om dit te doen is door te kijken naar de relatieve waardering van verschillende singlefactorportefeuilles. Hiervoor worden meestal traditionele maatstaven voor waardering geanalyseerd, zoals koers/boekwaarde of koers/winst. Het idee is om de exposure te vergroten naar factoren die handelen met een korting ten opzichte van hun historische gemiddelde en de exposure te verlagen naar factoren waarvan de waardering historisch gezien hoog is.

Volgens het andere kamp is het timen van factoren te moeilijk – om over algemene markttiming maar te zwijgen – en daarom alle moeite niet waard . Zo stellen ze onder meer dat verschillende maatstaven voor waardering vaak tot tegenstrijdige conclusies leiden. Bovendien is het in hun ogen niet goed om factorexposures te bepalen op basis van waarderingen, omdat een aantal bewezen factoren, zoals momentum en quality, meestal ingaan tegen de value-factor.

Waardering is belangrijk

Bij Robeco zijn we het meer eens met de tweede benadering. Daarom adviseren we onze klanten doorgaans om te kiezen voor een brede spreiding over de verschillende factoren die we benutten in onze strategieën. Ze kunnen vanuit strategisch oogpunt ook kiezen voor één bepaalde factor, maar dan moeten ze wel rekening houden met underperformance op de korte termijn.

Dat wil echter niet zeggen dat de waarderingen helemaal genegeerd moeten worden, integendeel. Zoals we al aangaven in een eerder artikel in deze reeks, moeten beleggers hun exposure naar de goed onderbouwde factoren nauwlettend in de gaten houden en ervoor zorgen dat ze onbedoelde factor biases voorkomen.

Dat is ook de reden waarom de verbeterde factordefinities, die worden toegepast in de factorstrategieën, van Robeco, altijd rekening houden met onder meer waarderingscriteria. Op deze manier kunnen we te dure aandelen vermijden. Dit verbetert niet alleen de factoreigenschappen van onze enhanced factorstrategieën, maar ook de efficiëntie van de exposures in onze single- en multifactoroplossingen.

1Factor-Based Investing: The Long-Term Evidence’, Elroy Dimson, Paul Marsh and Mike Staunton, Journal of Portfolio Management, 2017.

2My Factor Philippic’, Cliff Asness, 2016.

Uitdagingen bij factorbeleggen
Uitdagingen bij factorbeleggen

In deze serie artikelen bespreekt Robeco een aantal belangrijke problemen waar beleggers tegen aanlopen bij het implementeren van factorstrategieën.

Lees alle artikelen