netherlandsnl
Vijf zorgen over low volatility index-ETF’s

Vijf zorgen over low volatility index-ETF’s

27-06-2017 | Research

Aandelenbeleggers die een lage volatiliteit nastreven, kunnen kiezen tussen actieve managers en index-ETF’s. Indexstrategieën bieden een transparant en vaak goedkoper alternatief voor actieve strategieën, maar in onze ogen zijn er ook een aantal nadelen.

  • Jan Sytze  Mosselaar
    Jan Sytze
    Mosselaar
    Portfolio Manager

In het kort

  • Low volatility index-ETF’s bieden transparante exposure naar de low risk-factor
  • Wij maken ons zorgen over indexarbitrage, factorexposures, universum complexiteit en herweging
  • Onze actieve Conservative Equities-strategie omzeilt deze nadelen

In dit artikel vergelijken we de methodologie van de twee populairste low volatility indices met onze actieve Robeco Conservative Equities-strategie. We benoemen daarbij vijf nadelen van low volatility index-ETF’s. De twee indices zijn de MSCI Minimum Volatility Index (beschikbaar via iShares) en de S&P Low Volatility Index (beschikbaar via PowerShares). Ze vormen de basis voor de tien grootste low volatility ETF’s.

Vijf zorgen over low volatility indexstrategieën

Indexbeleggen heeft zeker voordelen, want het biedt transparante exposure naar de low risk-factor. Toch hebben we wat zorgen over smartbeta-indices. Het oorspronkelijke idee van passief indexbeleggen is het opbouwen van posities in aandelenmarkten bij een lage omzet en lage kosten. Deze principes zijn in afgezwakte vorm opgenomen in smartbeta-indices, die per definitie actieve strategieën zijn en een hoge omzet kunnen hebben. Bovendien hebben we ook een aantal zorgen over low volatility indices. We bespreken er hier vijf.

Blijf op de hoogte van kwantitatieve inzichten
Blijf op de hoogte van kwantitatieve inzichten
Aanmelden

1. Low volatility indices zijn gevoelig voor indexarbitrage

Low volatility indices hebben – net als elke andere smartbeta-index – een lage capaciteit door mogelijke indexarbitrage. Aangezien smartbeta-indices openbaar zijn, en dus ook hun methodologie en herwegingsmomenten, zijn ze gevoelig voor indexarbitrage door bijvoorbeeld hedgefondsen. Uit een recente studie van Robeco blijkt dat er inderdaad een verband bestaat tussen aangekondigde herwegingen van indices en de daaropvolgende koersbewegingen. Zo stijgen aandelen die aan de index toegevoegd zullen worden, al in waarde voordat ze daadwerkelijk in de MSCI Minimum Volatility Index zijn opgenomen. Het omgekeerde effect zagen we voor aandelen die worden verwijderd. Beide effecten zijn nadelig voor indexbeleggers, omdat een index-ETF een hogere prijs betaalt voor de toegevoegde aandelen en de verwijderde aandelen voor een lagere prijs verkoopt. Deze effecten worden groter naarmate het vermogen in een smartbeta-ETF toeneemt.

2. Low volatility indices gaan vaak in tegen andere factoren

De MSCI Minimum Volatility Index en de S&P Low Volatility Index kunnen allebei een aanzienlijke negatieve exposure hebben naar andere bewezen factoren, zoals value en momentum. Uit ons onderzoek blijkt dat dit een groot negatief effect kan hebben op een low risk-strategie. Hoewel de MSCI Minimum Volatility Index rekening houdt met diverse risicofactoren, kunnen de waarderingen in de index toch relatief hoog zijn – zoals de afgelopen jaren het geval was. De Robeco Conservative Equities-strategie heeft al sinds de lancering een lagere koers-winstverhouding dan de Minimum Volatility Index.

3. Beperkt beleggingsuniversum

Wij werken graag met een groot beleggingsuniversum, zodat we selectief kunnen zijn. Daarbij gaan we niet op zoek naar aandelen met alleen een laag risico, maar naar aandelen die ook een aantrekkelijke waardering, een goed momentum en een hoog en stabiel dividendrendement bieden. Dankzij een groter universum kunnen we voor onze klanten beleggen in de aantrekkelijkste low risk-aandelen.

De meeste low volatility indices hebben een beperkt beleggingsuniversum, omdat alleen wordt gekeken naar aandelen uit de bovenliggende index. Dit geldt vooral voor regionale indices. Waar de populaire S&P 500 Low Volatility-ETF van PowerShares (SPLV) de keuze heeft uit slechts 500 aandelen, kan onze US Conservative Equities-strategie kiezen uit maar liefst 2.400 aandelen in de VS en Canada. Hierdoor hebben wij veel meer ruimte om te beleggen. Ons onderzoek toont aan, dat een groter universum het risico-rendementsprofiel van factorstrategieën verbetert.

4. Te complex of te simpel

In onze ogen is de MSCI Minimum Volatility Index te complex en de S&P Low Volatility Index te simpel. De methodologie van de MSCI Minimum Volatility Index is behoorlijk ingewikkeld, omdat deze gebruikmaakt van een kwadratisch optimalisatieproces met verschillende beperkingen. De index vertrouwt sterk op correlatieschattingen en kan aandelen bevatten met een lage correlatie maar een hoge stand-alone volatiliteit. Wij hebben liever aandelen met een lage volatiliteit dan aandelen met een lage correlatie.

Aan de andere kant is de methodologie van de S&P Low Volatility Index juist te simpel. De index gaat uit van slechts één risicofactor – volatiliteit – en kijkt naar een periode van slechts één jaar. Andere factoren, zoals value en momentum, en concentratierisico’s worden genegeerd.

Wij denken dat een middenweg de beste optie is. In onze Conservative Equities-strategie maken we beperkt gebruik van correlaties, want beta is een van onze drie low risk-factoren – naast volatiliteit en kredietrisico. Maar we willen niet dat correlaties te veel invloed hebben op de portefeuilleconstructie. Daarom is ons wegingsproces voor aandelen vooral gebaseerd op gelijke wegingen, met limieten voor liquiditeit en concentratie.

5. Frequentie van en methodologie voor herweging zijn niet optimaal

De MSCI Minimum Volatility Index wordt ieder halfjaar herwogen en de S&P Low Volatility Index ieder kwartaal. Dat heeft in onze ogen drie nadelen:

  1. Tussen deze herwegingsmomenten wordt nieuwe informatie over de kenmerken van individuele aandelen genegeerd.
  2. Indexwijzigingen moeten worden verwerkt in een kort tijdsbestek, wat een uitdaging kan zijn voor handelaren. ETF’s maken immers geen gebruik van de aanhoudende marktliquiditeit door het hele jaar heen.
  3. In- en uitgestroomd geld moet worden belegd op basis van de samenstelling van de index zoals die op dat moment is. Als een aandeel niet meer aantrekkelijk is en bij het volgende herwegingsmoment waarschijnlijk uit de index wordt verwijderd, moet de ETF dit aandeel toch kopen als vóór de herweging geld binnenkomt. Robeco Conservative Equities gebruikt geldstromen om de portefeuilles te optimaliseren. Bij een instroom belegt de strategie in de aantrekkelijkste aandelen, terwijl de strategie een uitstroom gebruikt om de minst aantrekkelijke aandelen van de hand te doen. Dit vermindert de omzet aanzienlijk.

Conclusie

We hebben vijf punten van zorg voor populaire low volatility indices en hun ETF’s. Met onze actieve enhanced benadering voor laagvolatiel beleggen vermijden we deze valkuilen.