netherlandsnl
De inzet van engagement voor verduurzaming van de palmolieteelt

De inzet van engagement voor verduurzaming van de palmolieteelt

11-03-2022 | Visie
Van pizza en chocolade tot shampoo en tandpasta: in de supermarkt staat op bijna de helft van alle verpakkingen palmolie als ingrediënt. Toch zijn maar weinig mensen zich ervan bewust dat de productie van palmolie erg belastend is voor het milieu en de arbeiders op plantages.
  • Peter van der Werf
    Peter
    van der Werf
    Engagement Specialist

In het kort

  • Verduurzaming van de palmolieteelt is een enorme uitdaging
  • Ondersteunen van best-in-class-bedrijven is de beste oplossing
  • Tegelijkertijd verkopen we de achterblijvers

De verduurzaming van de palmoliesector is bepaald geen kleinigheid en kent vele uitdagingen. Maar we denken ook dat de bedrijven die bereid zijn deze uitdagingen aan te gaan de hulp nodig hebben van diverse partners. En juist dat is een deel van onze verantwoordelijkheid om aan een betere en duurzame toekomst te bouwen. De beste oplossing is volgens ons om de meest duurzame spelers in deze sector te helpen écht duurzaam te worden. Tegelijkertijd deinzen we er niet voor terug om palmoliebedrijven die de vereiste stappen niet kunnen of willen nemen uit onze portefeuilles te schrappen.

Sommige beleggers zien in de negatieve aspecten reden genoeg om alle palmoliebedrijven helemaal uit hun beleggingsuniversum te verwijderen. De vraag is daarom of de sector met engagement de juiste richting op kan worden gestuurd. Hoewel de meeste beleggers denken van niet en ook wij beseffen dat dit niet de makkelijkste oplossing is, geven wij het toch een kans van slagen, mits men zich maar houdt aan duidelijke regels en uitgangspunten.

Robeco spreekt palmoliebedrijven in Maleisië en Indonesië al een aantal jaren aan op duurzaamheidskwesties, met wisselend succes en dus met wisselende resultaten. De problematiek rondom milieu, maatschappij en ondernemingsbestuur (environmental, social and corporate governance; ESG) die palmolie oplevert, waarbij de grootschalige ontbossing voor nieuwe plantages centraal staat, is onderwerp van een van Robeco's langstlopende engagements.

Ontdek de nieuwste inzichten op het gebied van duurzaamheid
Ontdek de nieuwste inzichten op het gebied van duurzaamheid
Aanmelden

Zorgvuldig engagement

We hebben ook nieuwe regels geïntroduceerd. Zo laten we palmoliebedrijven alleen toe in ons beleggingsuniversum als ze aan een aantal concrete voorwaarden voldoen. In 2019 scherpte Robeco het proces rond palmolie aan door van alle bedrijven in de portefeuille te eisen dat ze lid zouden worden van de Roundtable of Sustainable Palm Oil (RSPO) en dat minimaal 20% van hun plantages gecertificeerd zou zijn, met concrete plannen om dat aantal te verhogen naar 100%. Met ingang van 1 januari dit jaar werden de vereisten voor RSPO-certificering verhoogd naar 50% en er zijn plannen om dit percentage eind 2024 naar minimaal 80% op te trekken.

Met engagement helpt Robeco bedrijven deze doelstellingen te behalen. Voor bedrijven die eerder net boven de 20% en nu net boven de 50% RSPO-drempel uitkwamen, heeft Robeco een gestructureerd Enhanced Engagement-programma opgesteld. Dit moet ze helpen de volgende certificeringsdoelstelling te behalen. We selecteren alleen best-in-class-bedrijven die we ondersteunen in hun streven om te voldoen aan de vereisten van een duurzame palmoliesector.

De afgelopen drie jaar heeft het Active Ownership-team een engagement gestart bij zes bedrijven in Maleisië, Indonesië en Singapore. We sloten de Enhanced Engagement van 2019 in december 2021 af met vier bedrijven die de certificeringsdrempel van 50% hadden behaald. Het nieuwe palmoliebeleid van Robeco trad dit kwartaal in werking en ons engagementprogramma richt zich nu op bedrijven waarvan minder dan 80% van de plantages gecertificeerd is. Onderdeel van het programma was de actieve verkoop van twee palmoliebedrijven die niet meer aan onze minimumeisen voldeden. In onze ogen hadden ze te weinig vooruitgang geboekt.

Gefragmenteerde productie

Verreweg het grootste probleem is dat er grootschalig bossen – soms ongerept regenwoud – moeten wijken voor plantages vol nieuwe palmbomen om aan de groeiende vraag te voldoen. Dit gebeurt gedeeltelijk omdat de productie van palmolie uitermate gefragmenteerd is in landen als Indonesië, waar 40% van de oogst komt van twee groepen kleine boeren.

De eerste groep bestaat uit georganiseerde kleinschalige boeren die hun palmolie verkopen aan de fabrieken van grote beursgenoteerde bedrijven. En daarnaast zijn er onafhankelijke kleine boeren die verkopen aan de hoogste bieder. Palmolie is voor deze producenten een belangrijk middel van bestaan en verschaft hen een plek in de wereldwijde toeleveringsketen. Maar hun kleinschaligheid maakt het voor hen moeilijk de kosten van certificering op te brengen, iets wat geen probleem is voor de grote industriële bedrijven.

Van de bedrijven waarmee we in dialoog gaan, verwachten we dat ze hun invloed gebruiken om deze groepen te helpen georganiseerd en gecertificeerd te worden en druk uit te oefenen op de overheid voor hogere normen en betere risicobeheersystemen. We zijn ons ervan bewust dat échte vooruitgang nodig is, maar we geloven ook dat bedrijven dit niet kunnen zonder de hulp van andere belanghebbenden.

Gemeten naar productie per hectare is palmolie wezenlijk efficiënter dan andere oliën, en bovendien is er erg weinig meststof voor nodig. We kunnen het belang van palmolie voor deze opkomende economieën niet ontkennen en proberen daarom een balans te vinden tussen duurzaamheid en de broodnodige economische activiteit in opkomende markten.

De RSPO is een reis

Duidelijke en wereldwijde minimumnormen waar we ons met zijn allen aan houden zijn een belangrijk stukje van de duurzaamheidspuzzel. Vanuit die overtuiging werkt Robeco, als lid van de RSPO en via samenwerkingen met andere instellingen, actief mee aan de verbetering van de uitgangspunten van het certificeringssysteem.

De RSPO-certificering is een krachtig middel om de minimumnormen voor productie op elkaar af te stemmen en af te dwingen, maar plantages zonder RSPO-certificering zijn nog niet per definitie slecht. Het kan ook gewoon betekenen dat een bedrijf de certificeringsprocedure nog niet heeft afgerond waardoor nog niet extern is vastgesteld dat alle plantages aan de normen voldoen. Om deze geleidelijk groeiende duurzaamheidsgarantie zeker te stellen verplicht de RSPO ieder lid een tijdgebonden stappenplan op te stellen, op basis waarvan het bedrijf 100% certificering bereikt binnen vijf jaar na aansluiting bij de RSPO en de start van het certificeringsproces.