netherlandsnl
De CO₂-lumnist: CO₂-scopes doen mee aan de Olympische Spelen in Tokio

De CO₂-lumnist: CO₂-scopes doen mee aan de Olympische Spelen in Tokio

22-07-2021 | Column

Beleggers vertrouwen op cijfers voor het nemen van beslissingen over hun klimaatstrategie. Alleen zijn die cijfers verre van perfect en geven optelsommen niet altijd een goed beeld. In de eerste van een nieuwe reeks luchtige columns over dit onderwerp trekt datawetenschapper Thijs Markwat van Robeco, nu de Olympische Spelen in Tokio voor de deur staan, parallellen met het uitvogelen van de zevenkamp.

  • Thijs Markwat
    Thijs
    Markwat
    Researcher

Deze zomer vinden de moderne Olympische Spelen voor het eerst plaats in een oneven jaar. Ik ben niet echt een groot fan van atletiek en kijk er buiten de Spelen eigenlijk nooit naar. Maar om de een of andere reden weet de zevenkamp iedere Olympische Spelen weer mijn aandacht te trekken. 

Ik vind het buitengewoon indrukwekkend dat iemand zo goed kan zijn in zoveel verschillende disciplines. In onderstaande tabel staan de onderdelen waar de zevenkamp uit bestaat. Opmerkelijk genoeg zit er nogal wat verschil tussen de zevenkamp voor mannen en de zevenkamp voor vrouwen.

Klimaatbeleggen: van noodzaak tot oplossingen
Klimaatbeleggen: van noodzaak tot oplossingen
Lees meer

Vrouwen (outdoor)

Mannen (indoor)

Verspringen

Verspringen

Hoogspringen

Hoogspringen

Kogelstoten

Kogelstoten

Speerwerpen

Polstokhoogspringen

100 meter horden

60 meter horden

200 meter

60 meter

800 meter

1.000 meter

Het grootste verschil tussen beide zevenkampen is wel de locatie: die voor vrouwen is buiten en die voor mannen binnen. Dat verklaart ook waarom sommige onderdelen verschillen, want speerwerpen in een atletiekhal is misschien niet het allerbeste idee. Ook de sprintafstanden zijn hierdoor beperkt tot 60 meter. Aan het eind van de olympische zevenkamp – als alle zevenkampers de zeven onderdelen hebben afgewerkt – krijgt één atleet de gouden medaille.

Maar hoe wordt eigenlijk bepaald wie de winnaar is? Het moge duidelijk zijn dat de scores op de verschillende onderdelen niet simpelweg bij elkaar opgeteld kunnen worden tot een totaalscore. Zo slaat het natuurlijk nergens op om een sprong van 2 meter hoog op te tellen bij een tijd van 22 seconden op de 200 meter sprint. Daarom is een speciaal scoresysteem ontwikkeld door de wiskundige Karl Ulbrich, die verschillende onderdelen vergelijkbaar en optelbaar maakt. 

Hieronder vereenvoudig ik de zaken iets door alleen te kijken naar de onderdelen verspringen, hoogspringen en kogelstoten, die bij zowel de mannen als de vrouwen op het programma staan. Laten we nu eens kijken naar de records op deze onderdelen in de zevenkamp. Die staan weergegeven in onderstaande tabel.


Record

Spreiding

Hoogspringen

2,0

0,3

Verspringen

7,3

1,0

Kogelstoten

17,3

3,1

Totaal

26,6

 


Deze resultaten zijn allemaal in meters en dus kunnen ze – in ieder geval technisch gezien – opgeteld worden. Maar op de betekenis van deze 26,6 meter valt wel het nodige aan te merken. Heeft het wel zin om de scores voor het hoogspringen, verspringen en kogelstoten bij elkaar op te tellen? Om iets meer inzicht te geven in de interpretatie van deze totaalscore heb ik de kolom ‘spreiding’ toegevoegd.

Dit cijfer geeft het gangbare bereik van de resultaten weer. Dat wil zeggen dat de scores bij het hoogspringen doorgaans tussen 1,7 en 2,0 meter liggen, terwijl die bij het kogelstoten uiteenlopen van 14,2 tot 17,3 meter. Er is duidelijk sprake van een positieve relatie tussen de afstand en de spreiding. En dus hebben onderdelen met een hogere score meer impact op de totaalscore. Tellen we de scores van deze ‘driekamp’ blindelings bij elkaar op, dan lijkt een goede uitslag bij het kogelstoten een voorwaarde voor de overwinning – het hoogspringen is dan puur voor de show.

De optelsom klopt niet altijd

Impliceert het feit dat je dingen kunt optellen ook dat je dat inderdaad moet doen? Nee, natuurlijk niet. Maar dat is wel precies wat er gebeurt met CO2-verantwoording! Emissies in scope 1, 2 en 3 kunnen technisch gezien bij elkaar opgeteld worden, want ze worden allemaal aangeduid in tonnen CO2

Wat betreft omvang en spreiding kunnen scope 1-emissies heel goed vergeleken worden met het verspringen, scope 2-emissies met het hoogspringen en scope 3-emissies met het kogelstoten. De emissies in scope 3 zijn namelijk veel omvangrijker, en ook de spreiding is veel groter. Dus eigenlijk zijn alleen de scope 3-emissies echt van invloed op de totale CO2-uitstoot, vergelijkbaar met het kogelstoten in het voorbeeld. Scope 2 (en in mindere mate scope 1) is net als het hoogspringen alleen maar voor de show. 

Dus in plaats van blindelings de verschillende scopes bij elkaar op te tellen, moet er een methode ontwikkeld worden om ze vergelijkbaar te maken – net als bij de zevenkamp! Voor de CO2-verantwoording moet deze methode natuurlijk wel het grote probleem van dubbeltelling in scope 3 oplossen. Dat gaat echter heel moeilijk worden en dus zou een alternatief scoresysteem een geweldige (tussen)oplossing zijn. Maar vergeet dus niet dat je eigenlijk alleen scope 3 telt als je blindelings alle scopes bij elkaar optelt.