netherlandsnl
Beleggingsdoelen realiseren met factoren: risicoreductie

Beleggingsdoelen realiseren met factoren: risicoreductie

25-04-2018 | Visie

Factorstrategieën kunnen beleggers helpen om het neerwaartse risico te beperken. Deel 1 van een serie artikelen over het nut van factorbeleggen.

In het kort

  • Risicoreductie is nu een belangrijk beleggingsthema
  • Dit kun je onder meer bereiken met een lagevolatiliteitstrategie
  • De ene ‘low vol’-strategie is beter dan de andere

De context

De afgelopen jaren is risicoreductie voor veel beleggers een topprioriteit geworden. Verschillende marktschokken in het eerste decennium van deze eeuw hebben de noodzaak van kapitaalbehoud in dalende markten benadrukt om op de lange termijn outperformance en vermogensaanwas te kunnen realiseren. Veel beleggers hebben gekozen voor lagevolatiliteitsproducten om deze risicoreductie te bewerkstelligen.

Zo’n tien jaar geleden was laagvolatiel beleggen nog vrijwel onbekend, maar inmiddels is het een populaire benadering. Sterker nog, uit een onderzoek van FTSE Russell onder beleggers, uitgevoerd in 2017, bleek dat het beperken van neerwaarts risico de lijst aanvoert van belangrijkste beleggingsdoelen. Daarom zijn steeds meer beleggers gaan kijken naar factorstrategieën.

Blijf op de hoogte van kwantitatieve inzichten
Blijf op de hoogte van kwantitatieve inzichten
Aanmelden

Wetenschappelijke basis

De factor low volatility heeft betrekking op de empirische bevinding dat effecten met een relatief stabiel rendement ten opzichte van de algemene markt over een langere termijn een hoger risicogecorrigeerd rendement genereren (zie Figuur 1). Dat houdt in dat beleggingen in aandelen met een laag risico op de lange termijn een hogere Sharpe-ratio opleveren.

Dit verschijnsel werd voor het eerst gedocumenteerd door verschillende academici1 die begin jaren 70 van de vorige eeuw het Capital Asset Pricing Model (CAPM) op de proef stelden. Zo toonden Robert Haugen en James Heins met een langdurig onderzoek naar de Amerikaanse markt aan dat aandelen met een lage beta in de periode 1929-1971 beter presteerden dan aandelen met een hoge beta – in tegenstelling tot wat verwacht werd op basis van het CAPM. Deze bevindingen zijn vervolgens tientallen jaren grotendeels genegeerd door de beleggingswereld.

Figuur 1: Cumulatieve performance van aandelen met lage/hoge volatiliteit in de VS, 1929-2014*

Nader onderzoek bevestigde dit ‘lage beta-effect’ voor andere aandelenmarkten en onderzoekers van Robeco2 kwamen met bewijs voor een vergelijkbaar effect: laagvolatiele aandelen genereren een hoger risicogecorrigeerd rendement. Aanvullende wetenschappelijke studies toonden aan, dat het volatiliteitseffect sterker wordt in de Europese, Japanse en opkomende aandelenmarkten.

Academici hebben vele argumenten aangevoerd waarom deze anomalie bestaat en waarom deze ook blijft bestaan in de toekomst. Een van de meest genoemde verklaringen is dat een focus op aandelen met een laag risico leidt tot een hoge tracking error. Dit is niet aantrekkelijk voor portefeuillemanagers van uitbestede beleggingsmandaten met een strikte limiet voor de maximale afwijking van een naar kapitalisatie gewogen index. Een andere verklaring die je veel hoort, is dat particuliere beleggers vaak aandelen kopen als ‘loten’ – ze hebben een voorkeur voor sexy aandelen die veel in het nieuws zijn.

Aanvullende overwegingen

Veel indexaanbieders en passieve managers proberen in te spelen op de succesvolle laagrisicostrategieën van verschillende actieve beleggers door lagevolatiliteitsindices en ETF’s te introduceren. Ze gebruiken daarbij verschillende termen om deze producten te beschrijven, van ‘minimum volatility’ tot ‘managed volatility’ of ‘minimum variance’. Uiteindelijk proberen al deze benaderingen op de een of andere manier te profiteren van de lagevolatiliteitsanomalie.

Niet al deze strategieën zijn hetzelfde en sommige hebben aangetoond dat ze efficiënter factorpremies oogsten dan andere. Zo zijn veel generieke lagevolatiliteitstrategieën gebaseerd op één enkele historische risicomaatstaf, zoals volatiliteit of beta. Hierdoor is de strategie blootgesteld aan verschillende valkuilen, zoals onjuist berekend neerwaarts risico.

Een andere bekende valkuil van generieke lagevolatiliteitstrategieën is dat ze vaak geen rekening houden met waardering of koersmomentum. Als beleggers puur op basis van historische volatiliteit of beta aandelen kopen, bestaat de kans dat deze overgewaardeerd zijn of een ongunstige koerstrend laten zien. Dat heeft dan een negatief effect op de performance.

1F. Black, M. Jensen & M. Scholes (1972), ‘The Capital Asset Pricing Model: Some Empirical Tests’, Studies in the Theory of Capital Markets. E. Fama & J. MacBeth (1973), ‘Risk, Return, and Equilibrium: Empirical Tests’, Journal of Political Economy. R. Haugen & J. Heins (1975), ‘Risk and the Rate of Return on Financial Assets: Some Old Wine in New Bottles’, Journal of Financial and Quantitative Analysis.
2D. Blitz & P. van Vliet (2007), The Volatility Effect: Lower Risk Without Return, Journal of Portfolio Management, pp. 102-113. Winnaar van de Citation of Excellence Award van Emerald Publishing (2008).

Gerelateerd aan dit artikel: