netherlandsnl
De valkuilen van passief in een wereldwijde multi-asset benchmark

De valkuilen van passief in een wereldwijde multi-asset benchmark

20-09-2017 | 5-jaars vooruitblik
Er bestaat geen wereldwijde benchmark voor een passief multi-asset beleggingsfonds en dus bedacht een groep onderzoekers er een – met verrassende resultaten.
  • Laurens Swinkels
    Laurens
    Swinkels
    Researcher at Quant Research team, Robeco

In het kort

  • Passieve beleggers alloceren vaak naar specifieke beleggingscategorieën
  • Een studie creëerde ter vergelijking een Global Market Portfolio
  • Resultaten bewezen dat volledig passief gaan niet tot het beste resultaat leidt
Wilt u het volledige rapport lezen?
Wilt u het volledige rapport lezen?
Download ‘Expected Returns 2018-2022’

Beleggers hebben eerder de neiging passief beleggen in te zetten als allocatie naar bepaalde beleggingscategorieën dan als een totaaloplossing. Het probleem is dat er wel een paar zuivere benchmarks zijn, zoals de MSCI World Index voor aandelen en de Barclays Aggregate Index voor obligaties, maar geen onomstreden benchmark voor multi-assetbeleggingen.

Hoe zou zo'n zuivere passieve benchmark voor multi-assetbeleggers eruit zien en zou deze ook het potentieel hebben om in de toekomst de status van een zuivere benchmark te krijgen? In Historical Returns of the Market Portfolio simuleerden voormalig Robeco-hoofdstrateeg Ronald Doeswijk, Robeco-researcher Laurens Swinkels en Rabobank-kwantanalist Trevin Lam de effecten van een dergelijke benchmark.

Zij begonnen met het bedenken van een Global Market Portfolio (GMP) waarin alle beleggers wereldwijd zaten, met wegingen die overeenkwamen met de samenstelling van de gemiddelde portefeuille van tegenwoordig. Die verdeling is te zien in de grafiek hieronder.

Een theoretische Global Market Portfolio. Bron: https://personal.eur.nl/lswinkels/

Rendement van de GMP

Daarna namen zij een database waarin de historische rendementen zijn opgenomen sinds 1960 op basis van het werk van Roger Ibbotson en Laurence Siegel, die als eerste onderzoekers een grondige studie maakten van een theoretische GMP. Over de 56-jarige onderzoeksperiode (1959-2015) genereerde deze portefeuille een samengesteld jaarrendement van 8,4%.

Van de vier grootste beleggingscategorieën realiseerden aandelen het hoogste samengestelde jaarrendement van 9,5%, gevolgd door vastgoed met 9,2%, niet-staatsobligaties (investment grade en high yield) met 7,4% en staatsobligaties met 7,0%. Gecorrigeerd voor de inflatie die heerste van 1960 tot 1979, bedroeg het gemiddelde reële jaarrendement van de marktportefeuille 2,8%, terwijl in de desinflatoire periode van 1980 tot 2015 het gemiddelde rendement van de GMP 6,2% was.

Toch is het niet optimaal een dergelijke passieve portefeuille te volgen, omdat bepaalde markten zich kunnen wegbewegen van wat men beschouwt als het evenwicht, en dat leidt op den duur tot onjuiste waarderingen. Dat was bijvoorbeeld het geval tijdens de dotcombubbel, toen technologieaandelen werden verhandeld tegen extreem hoge waarderingen die achteraf onjuist bleken te zijn. Aan de aanbodzijde worden aandelen en obligaties vaak uitgegeven als de situatie op de markt goed is. Deze timingeffecten blijven verborgen bij het berekenen van het ware rendement.

Alternatieve portefeuilles

Om deze problemen te omzeilen, stelden de auteurs drie portefeuilles samen met vaste wegingen die jaarlijks worden herschikt. Omdat de allocatie nooit wijzigt, is het makkelijker ze over de tijd met elkaar te vergelijken. De eerste portefeuille kende een gelijke weging voor elk van de vier belangrijkste beleggingscategorieën. Voor de tweede werd rekening gehouden met de marktkapitalisatie van elke beleggingscategorie, waardoor een portefeuille ontstond met 40% aandelen, 30% staatsobligaties, 20% niet-staatsobligaties en 10% vastgoed. En de derde bevatte 50% aandelen en 50% staatsobligaties.

Het resultaat? Alle drie genereerden ze een hoger gemiddeld samengesteld rendement dan de markt – de gelijkgewogen portefeuille 31%, de marketcap-portefeuille 25% en de 50/50-portefeuille 15%.

Kortom, de GMP is waarschijnlijk toch niet de optimale portefeuille. Dit, plus het feit dat de multi-asset benadering sterk varieert voor wat risicoprofiel betreft, lijkt erop te wijzen dat er maar weinig kans op succes is voor een zuiver passieve benadering, hoeveel aanhangers deze aanpak ook krijgt.

Dit artikel is een samenvatting van een van de vijf uitgelichte onderwerpen in onze nieuwe vijfjaarsvisie.