Beloftes klimaattop in de praktijk brengen

Beloftes klimaattop in de praktijk brengen

16-03-2016 | Visie

Dirk Hoozemans is optimistisch over de haalbaarheid van de doelen van de klimaattop in Parijs eind vorig jaar (COP21). Deanalist voor de sectoren energie en nutsbedrijven in Robeco’s Global Equities-team legt uit waarom.>

  • Dirk  Hoozemans
    Dirk
    Hoozemans
    Director

Denkt u dat het belangrijkste doel van COP21, namelijk het beperken van de opwarming van de aarde tot 2 °C, echt haalbaar is? Of steken regeringen nog steeds hun kop in het zand als het gaat om klimaatverandering?

“Het is nu wel afgelopen met de struisvogelpolitiek van regeringen. Ze beseffen heel goed dat het belangrijk is om de klimaatverandering aan te pakken. Op de klimaattop waren 196 landen aanwezig, waarvan 187 het klimaatakkoord hebben ondertekend. Positief is dat er nu een bottom-upbenadering wordt gehanteerd. Elk land heeft zijn eigen bijdrage – oftewel Nationally Defined Contribution (NDC) – om de uitstoot te beperken. Het lijkt er dus op dat iedereen zich meer inzet dan ooit tevoren om dat doel van 2 °C te halen, terwijl ze eigenlijk zelfs streven naar 1,5 °C.”

“Verder bleek dat de huidige NDC's een scenario van 2 °C helemaal niet ondersteunen. Daarom hebben de landen een controlemechanisme opgezet om elke vijf jaar de voortgang van elk land te bekijken. De kans is groot dat de doelstellingen steeds worden aangescherpt. Wat dat betreft is het echt wel een mijlpaal en de landen lijken zich er nu ook echt voor in te zetten. Volgens mij werken bottom-updoelstellingen en -ambities beter dan een top-downaanpak om de uitstoot te verminderen. Bij een top-downaanpak is de uitvoering een stuk moeilijker.”

Ontdek de nieuwste inzichten op het gebied van duurzaamheid
Ontdek de nieuwste inzichten op het gebied van duurzaamheid
Aanmelden

Wat gebeurt er met de energiesector nu er zo veel gedaan wordt om klimaatverandering tegen te gaan?

“Het klimaatbeleid zal nog veel meer worden aangescherpt om de CO2-uitstoot te verminderen. Daarbij worden eerst de grootste vervuilers aangepakt die gebruikmaken van fossiele brandstoffen. Ik denk dat steenkool het eerst aan de beurt is, want dat is verantwoordelijk voor ongeveer 45% van alle CO2-uitstoot in de energiesector. Daarna volgt olie en als laatste gas, omdat die minder CO2 uitstoten. Tegelijkertijd moeten landen meer investeren in hernieuwbare energiebronnen zoals wind- en zonne-energie.”

“De lage olieprijs zorgt echter voor een probleem. Een jaar geleden was de olieprijs erg hoog en daalden de kosten voor wind- en zonne-energie, waardoor hernieuwbare energiebronnen steeds concurrerender werden. Maar op dit moment zijn koolwaterstoffen juist weer heel concurrerend ten opzicht van hernieuwbare energiebronnen. De grote vraag is dus hoe de afzonderlijke landen hiermee omgaan. Richten ze zich op de lange termijn en gaan ze veel investeren in hernieuwbare energie? Of gaan ze juist voor economische concurrentiekracht op de korte termijn en stellen ze de investeringen uit vanwege de lage olieprijs?”

“Een andere verandering is dat de Financial Stability Board van de G20, de groep van de twintig grootste economieën in de wereld, meer druk gaat zetten op de manier waarop bedrijven hun blootstelling aan klimaatverandering openbaar maken. Maar het is niet altijd mogelijk om het CO2-risico met een cijfer uit te drukken. Voor een producent van koolwaterstof of een vliegtuigmaatschappij is dat bijvoorbeeld veel duidelijker dan voor een bank of winkel. En dan hebben we ook nog te maken met de decarbonisatietrends in de beleggingswereld. De Portfolio Decarbonization Coalition (PDC) werd in het leven geroepen om te kijken hoe institutionele beleggers de CO2-risico's van hun portefeuilles bepalen, en hoe ze daarmee omgaan. Sluiten ze bepaalde namen uit of corrigeren ze op de een of andere manier voor deze risico's? Deze benadering heeft dus meerdere aspecten.

Passen energiebedrijven hun bedrijfsmodellen op een realistische manier aan om fossiele brandstoffen te verruilen voor hernieuwbare energiebronnen?

“Het gaat hier om een evolutie, niet om een revolutie. Energiebedrijven hebben natuurlijk veel belang bij een economie die afhankelijk is van koolwaterstoffen. Maar ook deze bedrijven zijn zich bewust van de ontwikkelingen. Grote oliemaatschappijen stappen in hun portefeuilles over van olie naar gas, wat een schonere brandstof is. Maar je kunt niet ineens de traditionele fossiele brandstoffen links laten liggen.”

“Voor het scenario dat de opwarming van de aarde aanzienlijk beperkt, moet tegen 2030 een kwart van het totale aantal auto's ter wereld elektrisch zijn. Op dit moment is dat nog niet eens 1%, dus er is nog een enorme groei nodig. Bovendien zijn er ook enorme investeringen in de infrastructuur nodig. Bij een hoge olieprijs zijn mensen eerder geneigd om over te stappen naar een ander type auto dan wanneer de benzine weer goedkoop is. Bovendien zijn opkomende economieën nog steeds erg afhankelijk van steenkool om te voldoen aan de behoefte op het gebied van energieopwekking. Daarom denk ik dat fossiele brandstoffen geleidelijk worden vervangen.”

Hoe kunnen beleggers zich door het gebruik van alternatieve vormen van energie aanpassen aan de trend om klimaatverandering tegen te gaan?

“Beleggers kunnen natuurlijk de vervuilers (zoals steenkool) afstoten, maar de dialoog aangaan is een betere manier om een verschil te maken. Zo is Robeco om de tafel gaan zitten met energiebedrijven. We hebben gesproken met diverse managers over hun toekomststrategieën als het gaat om hernieuwbare energie. We hebben duidelijk gemaakt dat ze zich moeten voorbereiden op een verschuiving. Je kunt niet negeren wat er onder je neus gebeurt.”

“Maar voor de overstap naar hernieuwbare energie zijn gigantische investeringen nodig. Daarom heeft de COP21 ook bepaald hoe de financiering van meer dan USD 100 miljard per jaar vanaf 2020 tot stand moet komen, waarmee opkomende markten hun infrastructuur voor hernieuwbare energie kunnen ontwikkelen.”