netherlandsnl
Rentetariefwijziging: goed op de lange termijn, onzekerheid op de korte termijn

Rentetariefwijziging: goed op de lange termijn, onzekerheid op de korte termijn

21-09-2018 | Visie

Robeco houdt de veranderingen nauwlettend in de gaten en neemt maatregelen om risico’s zoveel mogelijk te beperken. Pensioenfondsen doen er goed aan om zich hier nu al grondig op voor te bereiden.

  • Remmert Koekkoek
    Remmert
    Koekkoek
    Head of Insurance and Pension Solutions
  • Paul  van der Worp
    Paul
    van der Worp
    Portfolio Manager Fixed Income
  • Veranderingen bevorderen transparantie en toekomstperspectief
  • Op korte termijn brengen ze waarderingsrisico’s met zich mee
  • Meer onzekerheid voor bilaterale swaps 
Ontdek de nieuwste inzichten
Ontdek de nieuwste inzichten
Aanmelden

De belangrijke euro rentetarieven EURIBOR en EONIA gaan op de schop. Deze veel gebruikte rentes voldoen in hun huidige vorm niet meer aan de criteria die gesteld worden onder de nieuwe Europese benchmarkverordening en vanaf 1 januari 2020 moeten worden toegepast. Ook bestaan er internationaal bij toezichthouders zorgen over de robuustheid van de bestaande rentetarieven op de lange termijn. 

Door een expert-groep onder leiding van de ECB wordt momenteel gewerkt aan de ontwikkeling van een alternatief risico-vrij rentetarief, dat robuuster en representatiever is dan Euribor en EONIA. Robeco is een groot voorstander van deze hervormingen. Ze komen de stabiliteit en toekomstbestendigheid van de swapmarkt op de lange termijn ten goede en zijn daarom ook goed voor pensioenfondsen.

EURIBOR en EONIA gaan op de schop

Waarderingsrisico’s

Op korte termijn betekent de transitie naar nieuwe risico-vrije rentetarieven echter wel waarderingsrisico’s voor swaps. Dit komt omdat er nog onzekerheid is over de exacte invulling van de rentetarieven, het tijdspad waarop ze ingevoerd worden en de manier waarop met bestaande swapcontracten wordt omgegaan. Pensioenfondsen moeten deze ontwikkeling daarom goed in de gaten houden.  

Robeco verwacht dat deze veranderingen met name voor bilaterale swaps in de transitiefase kunnen leiden tot waarderingsrisico’s. Bij bilaterale swaps is het pensioenfonds namelijk sterk afhankelijk van hoe elke individuele tegenpartij omgaat met deze veranderingen, in relatie tot de specifieke juridische afspraken waaronder deze transacties tot stand gekomen zijn. 

Voor centraal geclearde swaps ligt dit anders. De voorwaarden waaronder deze swaps zijn afgesloten zijn in hoge mate gestandaardiseerd en er is geen afhankelijkheid van de individuele tegenpartij. De swap staat immers uit bij het clearing house. Het pensioenfonds gaat voor zijn bestaande swaps op central clearing in de transitie naar de nieuwe rentetarieven naar verwachting mee met de marktstandaard en is niet afhankelijk van de grillen van een specifieke bank.

Risico-mitigerende maatregelen

Pensioenfondsen doen er goed aan zich op korte termijn grondig voor te bereiden op de aanstaande veranderingen. Een logische eerste stap is om de swapportefeuille goed in kaart brengen, inclusief individuele juridische afspraken die voor deze swaps per tegenpartij gelden. Op basis hiervan kan een inschatting gemaakt worden wat de grootte van het risico is en waar dit zich met name manifesteert. Vervolgens zijn er risico-mitigerende maatregelen die overwogen kunnen worden zoals bijvoorbeeld:

  • het aanpassen van documentatie; 
  • het (deels) overstappen op central clearing; of 
  • de swappositionering ongevoeliger maken voor specifieke veranderingen.

Het resultaat van deze maatregelen dient uiteraard wel afgewogen te worden tegen de mogelijke nieuwe risico’s en kosten die ze met zich meebrengen. Binnen Robeco worden de ontwikkelingen rondom EONIA en EURIBOR op de voet gevolgd. Een hiervoor in het leven geroepen werkgroep brengt de impact van de wijzigingen en benodigde aanpassingen in kaart om de transitie voor onze klanten soepel te laten verlopen. Waar mogelijk wordt op deze wijzigingen in door ons beheerde portefeuilles nu al voorgesorteerd.

EURIBOR en EONIA spelen een grote rol bij pensioenfondsen die renteswaps gebruiken voor hun renteafdekking

Het 6-maands EURIBOR tarief wordt gebruikt als referentierente voor de variabele betalingen op renteswaps. EONIA wordt vaak gebruikt om de rente op verkregen of gestort kasonderpand te verrekenen. Hierdoor speelt ook EONIA een grote rol bij de bepaling van de waardering van een renteswap.

EONIA houdt zeer waarschijnlijk op te bestaan. Voor de vervanging van het tarief heeft de Europese Centrale Bank (ECB) een werkgroep ingesteld en deze heeft in een consultatie drie alternatieven voor EONIA voorgesteld. Twee tarieven gebaseerd op markttransacties met ‘reporentes’ als onderpand en één tarief (ESTER) gebaseerd op de leentransacties die dagelijks door de 52 grootste banken van Europa aan de ECB gerapporteerd moeten worden. Uit de consultatie, waar Robeco ook aan meegedaan heeft, kwam een duidelijke voorkeur voor ESTER naar voren.

Terwijl de transacties met onderpand wellicht de meeste zekerheid bieden, blijken de gehanteerde tarieven in de praktijk volatiel te zijn, met name rondom kwartaal- en jaareinde. Die volatiliteit komt voornamelijk door de schaarste van onderpand en kapitaalkosten van repotransacties op die bewuste momenten. Alhoewel het ESTER tarief nog niet officieel gepubliceerd wordt, laat een studie van de ECB zien dat dit tarief stabieler is. Door de getoonde stabiliteit, grotere transparantie rondom de totstandkoming van het tarief dan zijn voorganger en het feit dat deze minder beïnvloed wordt door schaarste van onderpand en/of kapitaalkosten, heeft ESTER ook onze voorkeur.

In tegenstelling tot EONIA blijft EURIBOR mogelijk wel bestaan, zij het op basis van een nieuwe hybride berekeningsmethodiek. De European Money Markets Institute bekijkt of het tarief gebaseerd kan worden op transacties, in plaats van op de tarieven die door een kleine groep banken worden aangeleverd.

Gerelateerd aan dit artikel: