belgiumnl
Het wetenschappelijke bewijs voor factoren onder de loep

Het wetenschappelijke bewijs voor factoren onder de loep

12-06-2017 | Interview

Hoe belangrijk zijn factortilts? En wat is het wetenschappelijke bewijs voor factorpremies? Elroy Dimson is voorzitter van het Newton Centre for Endowment Asset Management op de Cambridge Judge Business School en is emeritus hoogleraar Finance aan de London Business School. Wij spraken hem over de huidige stand van het wetenschappelijke onderzoek in zijn vakgebied en de grote belangstelling voor factor- en smartbetastrategieën.

In het kort

  • Er is nog veel ruimte voor empirisch onderzoek naar factorbeleggen
  • Beleggers moeten rekening houden met hun blootstelling aan verschillende risicobronnen
  • De marktpenetratie van factorstrategieën neemt nog verder toe
Blijf op de hoogte van kwantitatieve inzichten
Blijf op de hoogte van kwantitatieve inzichten
Aanmelden

U hebt overtuigend bewijs geleverd voor het bestaan van een risicopremie voor aandelen. Is uw bewijs voor factorpremies net zo onweerlegbaar?
“Er is wel een verschil denk ik. Mijn onderzoek, dat ik samen met Paul Marsh en Mike Staunton heb uitgevoerd, toont aan dat het lastig is om exact te meten hoe hoog de risicopremie voor aandelen is. In dat opzicht is de foutmarge bij het meten van factorpremies vrijwel zeker groter. Ik ben geen voorstander van exposure naar een groot aantal factoren. Je moet alleen rekening houden met die premies die worden ondersteund door wetenschappelijk bewijs vanuit meerdere markten en over verschillende periodes.”

Onder beleggers is de populariteit van factorbeleggen flink toegenomen. Denkt u dat wij genoeg inzicht hebben in de wetenschappelijke onderbouwing ervan?
“Er is nog veel ruimte voor onderzoek op dit gebied. Uit onderzoek blijkt dat factorpremies out-of-sample doorgaans lager zijn. Dat wil zeggen dat de premies vaak minder hoog zijn als de geanalyseerde dataset afwijkt van de dataset die het bestaan van de factor heeft aangetoond. De afgelopen jaren zijn verschillende papers gepubliceerd over de tegenvallende performance van veel factorstrategieën na publicatie van de onderzoeksresultaten. Professor Campbell Harvey bevestigde dit jaar in zijn toespraak voor de American Finance Association dat de resultaten van veel onderzoeken geen stand houden in de toekomst* .”

Wat zijn in uw ogen de sterkste factorpremies en welke zijn wat twijfelachtiger?
“Vraag twee willekeurige experts wat de vijf meest relevante of interessante factoren zijn en de kans is groot dat ze met verschillende antwoorden komen. Toch zullen er ook een aantal factoren op beide lijstjes te vinden zijn. In een recent artikel** richt ik me met mijn co-auteurs op de volgende factoren: size, value, income (of yield), volatility en momentum. Waarom deze? Wij kijken altijd naar wereldwijde gegevens over een lange periode – een onderscheidend kenmerk van ons werk. Dat heeft natuurlijk invloed op het soort gegevens dat we analyseren.”

Factortilts spelen een belangrijke rol, dus vermogensbeheerders en hun klanten moeten zich bewust zijn van hun bestaan

Raadt u institutionele beleggers aan te kiezen voor een strategische allocatie naar factorpremies naast die naar traditionele beleggingscategorieën? Zo ja, in welke mate? En moeten ze dat doen door de blootstelling aan factoren in de gaten te houden of moeten ze actief op zoek gaan om te profiteren van de premies?
“Dat hangt af van de beleggingshorizon en de kosten, maar ik denk dat beleggers in ieder geval hun blootstelling aan factoren in de gaten moeten houden. Ik heb hier een concreet voorbeeld van. Ooit was ik lid van de beleggingscommissie van een liefdadigheidsinstelling die meer inkomen wilde genereren. De manager kreeg te horen dat er meer inkomsten nodig waren, omdat de instelling niet haar vermogen kon uitgeven. Daarom koos de manager - bij gelijke omstandigheden - voor aandelen met een hoog rendement. Als deze aandelen goed presteerden, deed het fonds het ook zeer goed. En op momenten dat deze aandelen minder goed presteerden, bleef het fonds achter. Dit geeft aan, dat een simpele visie over een houdbaar uitgavenniveau kan leiden tot ongeplande blootstelling aan factoren. Factortilts spelen een belangrijke rol en ik vind dat vermogensbeheerders en hun klanten zich bewust moeten zijn van hun bestaan. Ook conventionele beleggers – en dus niet alleen de zeer geavanceerde, kwantitatieve beleggers – moeten hun blootstelling aan verschillende risicobronnen beoordelen en meewegen.”

Wat vindt u van de huidige hype rond smart beta en de lancering van veel nieuwe producten?
“Factorbeleggen, vaak gebracht als smart beta, heeft een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt in de beleggingswereld. De impact hiervan is goed te zien in de verschillende edities van het jaarlijkse smartbetaonderzoek van FTSE Russell. Bijna driekwart van de ondervraagden had in 2017 smartbeta-indexproducten geïmplementeerd of overwoog dit te gaan doen. Is het toenemende enthousiasme over smart beta slechts een modeverschijnsel – of een hype, zoals jij het noemt? Uit het onderzoek van FTSE Russell blijkt dat de belangrijkste beweegredenen van institutionele beleggers een beter rendement en risicoreductie zijn. Een ander belangrijk argument voor beleggers is kostenbesparing, wat impliceert dat smart beta steeds meer wordt gezien als een alternatief voor actieve strategieën. Het is goed mogelijk dat particuliere beleggers, zoals kopers van ETF’s, de laatste trend volgen. Smart beta is dan ook net zo in trek bij particuliere beleggers als bij institutionele beleggers. Maar ik denk dat we niet echt van een hype kunnen spreken – nog niet in ieder geval. Er is nog voldoende ruimte voor promotors, leveranciers en consumenten om de penetratie van factorstrategieën in de beleggingsmarkt te vergroten.”

Dit artikel is een fragment van een langere tekst die is gepubliceerd in ons Robeco Quarterly-magazine. Lees hier het volledige (Engelstalige) interview.

* In C. Harvey, "The scientific outlook of financial economics", Duke I&E Research Paper No. 2017-05
** E. Dimson, P. Marsh & M. Staunton, “Factor based investing: The long term evidence”, Journal of Portfolio Management (2017), Vol. 43, No. 5, pag. 15–37.

Logo

Disclaimer

De informatie op deze website is uitsluitend bedoeld voor professionele partijen. Een professioneel belegger is: een belegger die beroepsmatig over voldoende kennis, deskundigheid en ervaring beschikt om de financiële risico’s van de zelf genomen beleggingsbeslissing(en) adequaat in te schatten.

Bezoekers van deze website dienen zich ervan bewust te zijn dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor naleving van alle in hun eigen land geldende wetten en voorschriften.

Door op Akkoord te klikken, bevestigt u dat u een professionele belegger bent. Indien u op Niet akkoord klikt, wordt u doorverwezen naar de omgeving voor particulieren.

Niet akkoord