Azië is het Westen in veel opzichten voorbijgestreefd

Azië is het Westen in veel opzichten voorbijgestreefd

04-10-2017 | Interview
Beleggen in Azië vanwege de hoge economische groei? Das war einmal. Tegenwoordig is Azië vooral aantrekkelijk vanwege de dynamiek in het bedrijfsleven, zegt Arnout van Rijn, CIO Asia Pacific.
  • Arnout  van Rijn
    Arnout
    van Rijn
    Chief Investment Officer Asia-Pacific
  • China is Hongkong in veel opzichten voorbijgestreefd
  • Vastgoed is dit jaar de best presterende sector in China
  • Azië biedt goede dynamiek in plaats van bbp-groei
Blijf op de hoogte van kwantitatieve inzichten
Blijf op de hoogte van kwantitatieve inzichten
Aanmelden

Je woont al meer dan een decennium in Azië. Wat heb je in die jaren geleerd?
“Het is heel belangrijk dat we inzien dat Azië niet achterloopt, maar in veel opzichten het Westen allang voorbijgestreefd is. Misschien ligt het aan mijn leeftijd, maar ik heb soms moeite de ontwikkelingen hier bij te benen. De internettechnologie in China heeft enorme sprongen gemaakt. In China hoef je je portemonnee niet meer mee te nemen als je de straat op gaat. Betalen doe je gewoon met je smartphone. Vroeger gingen westerse hoogwaardigheidsbekleders naar Hongkong om te leren van de ‘Octopus card’, maar tegenwoordig kunnen ze beter een kijkje nemen in China.”

Wat zegt dat over China?
“Het is een teken dat China heel goed door de crisis heen is gekomen. De Chinese regering heeft heel goed nagedacht over de economische ontwikkelingen. Ze hanteren een soort laisser-fairebeleid, maar als het nodig is – omdat de economie spaak dreigt te lopen of de machtspositie van de overheid in het geding dreigt te komen – kunnen ze hard én kundig ingrijpen in het macro-economische proces. Ze zijn in staat de economische ontwikkelingen een halt toe te roepen of in de goede richting te duwen. Natuurlijk valt of staat het succes van die planeconomie bij de uitvoering, maar tot nu toe is China daar uitermate bedreven in gebleken.”

Hoe zit het dan met de schuldenproblematiek of de huizenmarktbubbel, die de economische berichtgeving over China domineren?
“In China kijken ze daar veel genuanceerder naar. Niet dat ze de problemen ontkennen – het staat op het netvlies – maar ze zijn ervan overtuigd dat er op tijd gepaste maatregelen worden genomen. Ik ben daar echt enorm van onder de indruk. De Chinese beleidsmakers zijn ontzettend gehaaid. De kunde van de centrale beleidsmakers wordt buiten China schromelijk onderschat.”

Hoe houdt een waardebelegger stand in een omgeving waarin momentum de hoofdrol voor zich opeist?
“Natuurlijk zijn de markten hier, door het gedrag van lokale beleggers, momentumgedreven. Je ziet bijvoorbeeld veel kuddegedrag. Als waardebelegger moet je voorzichtig opereren, want momentum kan altijd langer aanhouden dan je zou inschatten. Als je te vroeg afhaakt, kun je hard geraakt worden. Zo is vastgoed hier duur, maar branden de shorters in lokale projectontwikkelaars, onder aanvoering van mensen als Jim Chanos, vaak hun vingers. Vastgoed is dit jaar de best presterende sector in China. En ja, vastgoed is duur geworden, maar lokale beleggers hebben nog vaak een boerenmentaliteit. Ze willen hun bezit kunnen ‘vasthouden’. Aandelen kun je niet vasthouden en aandelenbeleggers worden ook niet echt goed behandeld.”

Corporate governance is wél typisch iets wat nog in de kinderschoenen staat?
“Ja. Onze boodschap aan bedrijven is dan ook: neem aandelenbeleggers serieus. Veel bedrijven denken dat het uitgeven van aandelen goedkoper is dan het uitgeven van schuldpapier en zien aandelen vaak nog als speculantenspeelgoed. Ze zijn gewend dat beleggers hun aandelen maar een paar maanden aanhouden. Maar wij beleggen voor een periode van drie tot vijf jaar in aandelen en proberen samen met een onderneming iets moois neer te zetten. Daar wordt nog wel eens met verbazing naar gekeken.”

“Overigens zie je nu ook wel druk van de overheid op bedrijven ontstaan, bijvoorbeeld om de CO2-voetafdruk te verkleinen. Het smogprobleem is een serieus issue en mede onder invloed van social media pakt de overheid dat nu via het bedrijfsleven aan. Maar die druk is volledig top-down, terwijl in Europa bedrijven onderling concurreren om ‘groener dan groen’ te worden. En de regelgeving op dit punt is er nu wel, maar we tasten nog in het duister over het succes ervan. In hoeverre nemen bedrijven het serieus? Of gaan ze liever een wijntje drinken met een lokale ambtenaar om het op die manier te regelen?”

Hoe staat Azië er nu economisch voor?
“China komt uit een (onofficiële) recessie en staat er beter voor dan de afgelopen drie jaar. Natuurlijk zijn er in zo’n grote economie altijd problemen. Zo is de schuldquota hoog, maar ook weer niet onacceptabel hoog. De groei is lager dan de officiële groeicijfers en dat is maar goed ook: 6 tot 7% groei is niet houdbaar. China moet terug naar een lager groeipad en vindt dat moeilijk te accepteren. Maar bedrijven staan er beter op dan de laatste jaren. In Japan zien we geen geweldige groei, maar ook daar leeft onder bedrijven het gevoel dat het beter gaat. Alleen huishoudens zijn daar nog wat aan het sappelen.”

“De tragiek van Azië (met uitzondering van Japan) is dat de inkomensongelijkheid toeneemt. Ongeschoold werk blijft goedkoop, terwijl geschoold werk juist steeds beter wordt betaald. Vandaar dat in landen als China en Korea veel wordt uitgegeven aan educatie. Azië heeft dus problemen genoeg. Maar als ik de economie een cijfer moet geven op een schaal van één tot tien, zijn we wel van een zesje naar een zeven gegaan.”

Is Azië daarmee nog ‘de place to be’ voor beleggers op zoek naar hogere rendementen?
“De groeicijfers zullen lager liggen in de toekomst. Het is een klassieke denkfout van beleggers dat je in Azië moet zitten vanwege de bbp-groei. Dat was ooit misschien een geldige rede, maar is het nu zeker niet meer. Japan, China, Taiwan en Korea zijn interessant vanwege de dynamiek in het bedrijfsleven (winstpotentieel en betere governance) en niet vanwege de economische groei van die landen. En de beurzen zijn laag gewaardeerd, omdat beleggers er slecht behandeld worden. Als de corporate governance wordt verbeterd, heb je zomaar een opwaarts potentieel van 20-30%. Maar dat is een langetermijnverhaal.”

Gerelateerd aan dit artikel: