Het Nederlandse pensioenstelsel krijgt weer lucht door loskoppeling verplichtstelling

Het Nederlandse pensioenstelsel krijgt weer lucht door loskoppeling verplichtstelling

19-11-2015 | Visie

Met de loskoppeling van de verplichtstelling aan het pensioenfonds zet het kabinet een volgende stap naar meer marktwerking in het Nederlandse pensioenstelsel. Een noodzakelijke stap om het draagvlak onder ons pensioenstelsel te versterken en het stelsel toekomstbestendig te maken met flexibiliteit en keuzevrijheid.

  • Jacqueline Lommen
    Jacqueline
    Lommen
    SVP European pensions / Board member

Het kabinet komt met een wetsvoorstel dat de verplichtstelling niet langer koppelt aan pensioenuitvoerder ofwel bedrijfstakpensioenfonds maar aan de pensioenregeling. Dat schrijft staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid donderdag 17 november in een brief aan de Tweede Kamer. De grote verplichtstelling wordt verhangen van het fonds naar de regeling. Sociale partners in bedrijfstakken waar een verplichtstelling geldt kiezen voortaan zelf bij welke pensioenuitvoerder zij hun pensioenregeling onderbrengen.

Andere vormen van verplichtstelling blijven ongewijzigd. Binnen de bedrijfstak verandert er niets aan de solidariteit en de pensioenregeling en concurrentie op arbeidsvoorwaarden via de pensioenregeling wordt als vanouds voorkomen.

Met de loskoppeling van de verplichtstelling aan het pensioenfonds zet het kabinet een volgende stap naar meer marktwerking in het Nederlandse pensioenstelsel. Een stap die al lange tijd is besproken en voorbereid en die niet los kan worden gezien van de komst van het Algemeen Pensioenfonds (APF) per 1 januari 2016.

Knellend pensioenstelsel

De meeste pensioenregelingen zijn in ons land verplicht ondergebracht bij een bedrijfstakpensioenfonds. Andere pensioenuitvoerders zoals ondernemingspensioenfondsen, verzekeraars, premiepensioeninstellingen (PPI’s) of buitenlandse pensioeninstellingen mogen deze bedrijfstakregelingen niet of alleen onder strikte of minder aantrekkelijke voorwaarden uitvoeren. Daarnaast mag de belangrijkste pensioenuitvoerder in Nederland, het pensioenfonds, alleen worden opgericht door sociale partners en niet door andere belanghebbenden in de pensioensector zoals bijvoorbeeld banken, vermogensbeheerders of verzekeraars.

Dit strikt reguleerde pensioenstelsel is historisch gegroeid en heeft ons veel goeds gebracht. Maar het mag duidelijk zijn dat er van vrijemarktwerking geen sprake is. En het is gaan knellen, want als we spreken over versnelde consolidatie van pensioenfondsen, meer keuzemogelijkheden voor sociale partners, lagere uitvoeringskosten den inspelen op de veranderde arbeidsmarkt dan is meer marktwerking het antwoord.

Daarbij komt dat de grote verplichtststelling bijt met het vrije verkeer van diensten op de Europese interne markt. Dat is al vele keren aan de kaak gesteld bij het Europese Hof van Justitie. Het hof tolereerde weliswaar de Nederlandse uitzonderingspositie, maar de argumenten kwamen aan een steeds dunner draadje te bungelen.

Ontdek de nieuwste inzichten
Aanmelden

Gelijk speelveld

Onderdeel van de oplossing voor meer marktwerking en voldoen aan de Europese regels is de komst van het APF. Dit meer flexibele pensioenfonds mag door sociale partners maar ook door andere partijen worden opgericht. Maar dan resteert nog een probleem dat moet worden opgelost. Verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen mogen zich namelijk niet aansluiten bij of omvormen tot een APF, omdat het APF en de grote verplichtstelling elkaar ook bijten. Het ene APF zou dan een bevoorrecht positie hebben met een verplichte achterban terwijl het andere APF alle pensioenregelingen op eigen kracht aan zich moet zien te verbinden. Nederlandse en Europese mededingingswetten verbieden een dergelijk ongelijk speelveld. Daarom wordt nu niet het pensioenfonds maar de pensioenregeling verplicht gesteld voor een bedrijfstak. Dat maakt de weg vrij voor een bedrijfstakpensioenfonds om zich aan te sluiten bij een APF of zich om te vormen tot een APF.

Allerlei soorten pensioenuitvoerders kunnen op deze manier vrijelijk en op een gelijk speelveld met elkaar concurreren in het beheer van deze bedrijfstakpensioenregelingen. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen dan kunnen Nederlandse ondernemingen en sociale partners die nu verplicht onder een bedrijfstakpensioenfonds vallen profiteren van een meer flexibele APF.

En nog een voordeel van het APF: het APF kan gemakkelijker pensioenfondsen uit uiteenlopende bedrijfstakken integreren omdat ‘ringfencing’ is toegestaan. Verschillen in dekkingsgraad en pensioenregeling vormen voor pensioenfondsen niet langer een struikelblok om samen te gaan.

Nieuwe marktordening

Betekent de nieuwe marktordening die ontstaat dat de bedrijfstakpensioenfondsen zijn uitgespeeld? Integendeel. Het bedrijfstakpensioenfonds is geen vanzelfsprekendheid meer en zal zijn bestaansrecht moeten bewijzen, maar dat moeten andere pensioenuitvoerders ook. De bedrijfstakpensioenfondsen kunnen nu echter via de flexibele APF gemakkelijker de rol op zich nemen van consolidator van de Nederlandse pensioensector en desgewenst groter groeien en buiten hun bedrijfstak opereren.

De grotere marktwerking wordt – overigens – niet afgedwongen door Europa, zoals vaak ten onrechte wordt gesuggereerd. Het voorziet in een behoefte die in Nederland zelf is ontstaan. Met de nieuwe marktordening sluit het Nederlandse pensioenstelsel wel meer aan bij ons omringende landen. Want door de strike regulering waren we een uitzondering geworden. In het buitenland functioneren al langer meerdere uitvoeringsmodellen naast elkaar in een vrije marktwerking. Daar bestaan pensioenfondsen in handen van sociale partners of van financiële dienstverleners al langer en heten ze Pensionkasse, Pensionfonds, master trust, pensosgeros of superannuation fund.

Frisse lucht

Lees ook het boekje Door de bomen het bos zien waarin Jacqueline Lommen in 10 columns beschrijft hoe pensioenprofessionals kunnen inspringen op veranderingen en mogelijkheden in de pensioensector.

Gerelateerd aan dit artikel: