belgiumnl

Klimaatbeleggen – Kansen

Van bosbranden tot terugtrekkende gletsjers – de klimaatverandering voelt soms nogal overweldigend aan. Maar tegenslag levert ook kansen op. Zo kunnen we beleggen in de ondernemingen die deel uitmaken van de oplossing, van hernieuwbare energie tot slimme technologie.

  • 66%

    van de beleggers wereldwijd zegt het decarbonisatieproces te richten op wereldwijde aandelen. Binnenlandse aandelen, bedrijfsobligaties en private markets zijn de komende twee jaar ook een punt van aandacht voor decarbonisatie.

  • 57%

    van de beleggers ziet reële activa als een focusgebied voor decarbonisatie. Dat is ook logisch, want in deze sector zorgt het verlichten, verwarmen of koelen van gebouwen direct of indirect voor CO2-uitstoot.

Aandelen en reële activa komende twee jaar focusgebieden voor decarbonisatie

15%
Sovereign bonds
16%
High-yield debt
18%
Emerging market bonds
21%
Hedge
funds
23%
Commodities
36%
Emerging market
equities
39%
Private markets
42%
Corporate debt
51%
Domestic equities
57%
Real assets
66%
Global equities


Bron: 2021 Robeco Global Climate Survey

‘Er zijn straks duidelijke winnaars en verliezers, wat goed is voor actieve beleggers’

De winnaars en verliezers in de transitie naar een CO2-arme economie

Er zijn maar weinig dingen die onthutsender zijn dan je bedrijf verliezen. Net zoals paarden werden vervangen door treinen en filmrolletjes door digitale foto’s, zullen ondernemingen die de klimaatverandering niet serieus nemen, waarschijnlijk ook niet overleven.
  • Om ervoor te zorgen dat de netto CO2-uitstoot in 2050 op nul staat, moet wereldwijd decarbonisatie plaatsvinden. Daarvoor zijn uiteenlopende maatregelen nodig, van het vervangen van kolencentrales door windmolenparken, tot de elektrificatie van voertuigen, het isoleren van alle gebouwen en het ontwikkelen van meer efficiënte landbouwmethoden. 

    Dit gaat talloze winnaars opleveren, vooral onder de ondernemingen die betrokken zijn bij de vele technologische oplossingen voor de klimaatverandering. Deze winnaars zijn te vinden in segmenten als infrastructuur voor hernieuwbare energie, systemen voor CO2-afvang en recyclingtechnieken.

  • Uiteindelijk moeten we overstappen op een circulaire economie to reduce the manufacturing processes that generate carbon in the first place.

    And there will also be losers – those companies that are too slow to adapt to the need to move to lower-carbon business models over the coming decade. As regulation gets tougher and consumer tastes change in favor of more climate-friendly products, these companies will eventually be the ones still selling horses when the railroad has arrived.

Decarbonisatie als maatstaf

  • Iedere vermogensbeheerder die serieus werk maakt van zijn performance moet het kaf van het koren scheiden. Dit kun je onder andere doen door te meten hoe goed een bedrijf het doet in de decarbonisatie van het bedrijfsmodel, bijvoorbeeld met cijfers over de uitstoot van broeikasgassen, de energie gebruikt voor verwarming en de hoeveelheid afval afkomstig uit het productieproces.

    Veel autofabrikanten hebben bijvoorbeeld nu al aangekondigd dat ze in 2030 beschikken over een volledig elektrische modellenserie om te voorkomen dat ze uit de markt worden geprijsd als regeringen op den duur benzine en diesel als brandstof gaan verbannen. Dit worden de winnaars van morgen. Beleggers gaan zich afzijdig houden van autoproducenten die over tien jaar nog steeds alleen maar verbrandingsmotoren aanbieden.

  • Luchtvaartmaatschappijen zijn ook zo’n voorbeeld. Vliegverkeer op accu’s is op dit moment niet mogelijk, simpelweg omdat het gewicht van de accu die nodig is om het vliegtuig te laten opstijgen driemaal zo groot is als het gewicht van een modern lijnvliegtuig. In plaats daarvan stapt de sector over van viermotorige toestellen naar vliegtuigen met twee straalmotoren die veel zuiniger zijn. Ook hebben veel maatschappijen aangekondigd dat ze hun iconische vloot van viermotorige Boeing 747’s overboord gaan zetten.

    Voor energiebedrijven is het verhaal weer anders. De wereld zal immers nog jarenlang afhankelijk blijven van olie en gas. Daarom denken veel beleggers dat de winnaars in deze sector bedrijven zijn met een bedrijfsmodel waarin plaats is voor transitie naar wind- en zonne-energie op het moment dat olie en gas opraken of niet meer verkocht mogen worden. 

Klimaatbeleggen is meer dan de allernieuwste trend

Lucian Peppelenbos (klimaatstrateeg) en Carola van Lamoen (hoofd Sustainable Investing) bekijken klimaatverandering en klimaatbeleggen vanuit alle hoeken. Luister naar de trailer of de volledige podcast van 25 minuten.

China stippelt route uit naar CO2-neutraliteit

De toezegging dat China in 2060 CO2-neutraal wil zijn, heeft geleid tot veel opwinding en velen perplex doen staan. Het zou een prestatie van formaat zijn en verstrekkende gevolgen hebben als de grootste CO2-uitstoter ter wereld over 40 jaar CO2-neutraal is. Maar de gigantische uitdagingen die de transitie met zich meebrengt, leveren ook veel beleggingskansen op.

Figuur 1: Het groeiende aandeel van China in de wereldwijde CO2-uitstoot

figure1-chinas-rising-share-of-global-co2-emissions.jpg

Bron: IEA. CO 2-uitstoot van brandstofmotoren in tonnen.
  • Het snelle tempo waarin de CO2-uitstoot vorig jaar terugkeerde naar zijn groeipad, ondanks alle chaos door de Covid-19-pandemie, bewijst wel hoe groot de verandering moet zijn om economieën op een andere koers te krijgen. Dus al is de huidige trend in CO2-uitstoot niet bepaald geruststellend, de verandering van toon op het hoogste niveau vraagt wel onze volle aandacht.

    Een uitstoot van netto nul vraagt om een combinatie van inspanningen op drie terreinen. Ten eerste een verschuiving in de bbp-mix (bruto binnenlands product) van een land, met minder CO2-intensieve industrie zoals productie en bouw, en meer CO2-arme activiteiten zoals dienstverlening. China maakte de keuze voor minder industriële activiteiten feitelijk al meer dan tien jaar geleden.

  • Ten tweede een verandering in de energiemix van een land, met minder steenkool en olie en meer hernieuwbare energievormen. Ondanks de omvangrijke investeringen van de afgelopen tien jaar in onder andere waterstof-, wind- en zonne-energie blijft de economie van China zwaar leunen op fossiele brandstoffen. China is vooral buitengewoon afhankelijk van steenkool, absoluut een van de meest problematische energiebronnen als het gaat om CO2-uitstoot.

    En tot slot spelen ook plannen voor compensatie van de uitstoot een belangrijke rol. Zelfs bij de meest drastische maatregelen is het onwaarschijnlijk dat volledige decarbonisatie wordt bereikt zonder initiatieven voor compensatie. Vanuit dit perspectief bekeken worden technieken rond CO2-afvang, -hergebruik en -opslag (Carbon Capture, Utilization and Storage, CCUS), maar ook bebossing en herbebossing waarschijnlijk onmisbare hulpmiddelen voor regeringen.

Gevolgen per sector

  • Ongeveer 90% van de CO2-uitstoot van China komt van de productie van elektriciteit en warmte, en van industrie en transport. Daarbij zijn elektriciteit en warmte goed voor de helft van alle uitstoot.2

  • Het spreekt vanzelf dat deze drie segmenten de gevolgen van de transitie het meeste zullen voelen, vooral elektriciteits- en warmteproductie.

Figuur 2: Historische CO2-uitstoot van China

figure2-chinas-historical-carbon-emissions.jpg

Bron: IEA. CO2-uitstoot van brandstofmotoren, in miljoenen tonnen.
  • Toch zijn er ook belangrijke verschillen tussen de sectoren. Zo was de piek in industriële uitstoot al bijna tien jaar geleden, terwijl elektriciteits- en warmteopwekking en transport hun piek nog niet hebben bereikt. Maar er zijn tekenen dat het tij langzaam keert. Zo zijn de investeringen in kolencentrales de laatste jaren scherp gedaald.

  • Ook de overgang naar een duurzamere transportsector vraagt om drastische wijzigingen en omvangrijke investeringen. Te denken valt aan meer gebruik van openbaar vervoer, een toename van het gebruik van elektrische voertuigen en het verder terugdringen van het verbruik van conventionele dieselvoertuigen.

Kies de juiste beleggingskansen

  • Gezien de veranderingen die in de meeste sectoren vereist zijn om CO2-neutraal te worden, is de belangrijkste vraag voor beleggers waar de grootste risico’s liggen en waar de grootste kansen. Het ligt voor de hand dat fossiele brandstofproducenten, en dan vooral de grote oliemaatschappijen, het meeste risico lopen. Hun kernactiviteiten staan immers haaks op decarbonisatie.

    Maar ook veel andere sectoren zullen nadeel ondervinden van een slechte aanpak van de transitie, zoals petrochemie, staal en cement. Daar staat tegenover dat bedrijven die in staat zijn de transitie te ondersteunen van de trend naar decarbonisatie gaan profiteren. In sommige gevallen is de mogelijke impact van decarbonisatie al bekend, maar in andere sectoren zijn de gevolgen nog moeilijk te overzien.

  • Op dit moment zien wij kansen op drie belangrijke terreinen. Naar verwachting gaat het leeuwendeel van de investeringen nog steeds naar hernieuwbare energie. Maar ook elektrische voertuigen behoren waarschijnlijk tot de grote winnaars. En tot slot is de kans groot dat een aanzienlijk deel van de totale investeringen naar elektriciteitsnetwerken en technieken voor energieopslag gaat, maar ook naar de waterstofsector.

    Recentelijk bleek uit officiële mededelingen dat voor de komende tien jaar ambitieuze plannen op stapel staan om meer schone energie op te wekken. Het aandeel van niet-fossiele brandstoffen in de primaire energievoorziening bedraagt in 2030 naar verwachting 25%. Eerder was de doelstelling nog 20%.3  Gezien de geleidelijke uitputting van het potentieel van waterkracht en de afname in de bouw van kerncentrales, betekent dit dat wind- en zonne-energie snel moeten groeien.

China loopt voorop met NEV's

  • Beijing heeft ook duidelijk gemaakt dat men voorop wil blijven lopen in new energy vehicles (NEV’s), voertuigen op nieuwe vormen van energie. Recentelijk is een plan voor die sector goedgekeurd. Volgens dit plan groeit het aandeel van NEV’s in 2025 naar 20% van de totale verkoop van nieuwe auto’s. Dat was vorig jaar nog 5,4%.4  De doelstelling voor 2025 is lager dan de eerder gemelde doelstelling van 25%, omdat deze rekening houdt met de twee moeilijke jaren 2019 en 2020.

    Tot slot nog dit. Hoewel hernieuwbare energie het meest kritisch is in de transitie naar CO2-neutraliteit, is er ook een rol weggelegd voor extra opslagtechnieken. Deze zijn nodig om de dagelijkse vraag en de seizoenswisselingen op te vangen die nu eenmaal inherent zijn aan wind en zon. Alleen dan kunnen alle delen van de economie meedoen aan de decarbonisatie, ook de meest CO2-intensieve sectoren zoals staal- en cementproductie.

    In dit kader gaan twee aanvullende technologieën, accu’s en waterstof, waarschijnlijk een belangrijke rol spelen vanwege hun vermogen om elektriciteit om te zetten naar chemische energie en andersom. China is al wereldleider in de fabricage van accu’s en heeft een aandeel van 70% in de wereldproductie.5  Ondanks het vacuüm aan het begin van 2020, heeft de productie zich weer tamelijk snel hersteld.

  • From this perspective, two complementary technologies – batteries and hydrogen – are likely to play a key role given their ability to convert electricity into chemical energy and vice versa. China is already the world leader in terms of battery manufacturing, accounting for around 70% of global capacity.5 Despite the air pocket experienced early in 2020, production recovered rather quickly.

    Meanwhile, developments in hydrogen are also set to accelerate over the coming decades. The China Hydrogen Alliance, a trade group representing the sector at large, estimates hydrogen could account for up to 10% of China's total energy mix in 2050, compared with less than 1% today.6

    1 Bron: IEA. Op basis van CO2-uitstoot van brandstofmotoren voor 2019.
    2 Bron: IEA. Op basis van CO2-uitstoot van brandstofmotoren voor 2019.
    3 Myllyvirta, L., 15 december 2020, “Analysis: China’s new 2030 targets promise more low-carbon power than meets the eye”, artikel in Carbon Brief.
    4 Yu, C., 4 november 2020, “High-quality growth of new energy vehicle sector prioritized”, artikel in China Daily.
    5 Gül, T., Fernandez Pales, A. en Paoli L., mei 2020, “Batteries and hydrogen technology: keys for a clean energy future”, IEA.
    6 China Hydrogen Alliance, 2018, ‘White Paper on China Hydrogen and Fuel Cell Industry’, whitepaper.

Waterstof – een en al hoop, kleuren en hindernissen

De urgentie van de klimaatverandering heeft waterstof weer in de schijnwerpers gezet. Het is veelbelovend, de investeringen nemen toe en de technologie wordt steeds geavanceerder. In dit artikel gaan we nader in op de hoop, kleuren en hindernissen van waterstof en de mogelijkheden om de industrie hiermee te decarboniseren.
  • Hoge verwachtingen

    Na een veelbelovende start en een langdurige stilstand van zeker een eeuw is de ster van waterstof nu weer rijzende. Waterstof heeft het in zich om te dienen als brandstof voor de energiebehoefte van de wereldeconomie, zonder daarbij overmatig veel verontreiniging te veroorzaken. 

    Schone waterstof (de groene variant) vormt samen met hernieuwbare energie en elektrificatietrends een essentiële strategie om de energiemarkten en industriële sectoren te decarboniseren. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt en de klimaatverandering tegengegaan. 

    Het is cruciaal om nu geld in waterstoftechnologieën en -infrastructuur te steken en daarmee de energietransitie te versnellen, zodat het mogelijk wordt om de netto-uitstoot terug te brengen naar nul in 2050. De gehele toeleveringsketen van waterstof biedt aantrekkelijke kansen om productiekosten te beperken, productie op te schalen en het gebruik van waterstof binnen sectoren en in de bredere economie te versnellen.

    Download onze whitepaper ‘Hydrogen power — between hype and hope’
  • Industriële toepassingen

    De waterstofproductie is nu nog een niche, maar gaat naar verwachting wel groeien en zelfs een gamechanger worden, vooral in het verkleinen van de CO2-voetafdruk van veel industrieën met een hoge uitstoot (zoals staal, glas, kunstmest en halfgeleiders) waar elektrificatie niet mogelijk is. Bovendien is waterstof een energiedrager, wat betekent dat het overtollige hernieuwbare energie kan opslaan voor later gebruik en kan leveren aan elektriciteitsnetten of energieverslindende sectoren. Verder kan waterstof wordt ingezet voor gebouwverwarming (ter vervanging van aardgas binnen woningen en kantoren) of als een bouwsteen (ter vervanging van fossiele brandstoffen in de industriële productie van chemicaliën en biobrandstoffen).

    In de transportsector worden waterstofceltechnologieën gezien als een effectief middel voor de decarbonisatie van langeafstandsverkeer, zoals zware vrachtwagens, treinen, containerschepen en zelfs sommige vormen van luchtvaart. 

Toepassingen van waterstof in de economie

Hydrogen applications across the economy

Bron: The Fuel Cell and Hydrogen Energy Association (FCHEA), Roadmap to a US Hydrogen Economy (oktober 2020).
  • Meer investeringen

    De veelzijdigheid van waterstof verklaart waarom zowel de publieke als de private sector er zo enthousiast over is. Over de hele wereld hebben grote geïndustrialiseerde economieën, zoals Japan, Zuid-Korea, China, de EU en Australië, een waterstofstrategie opgesteld als onderdeel van hun decarbonisatieplannen. Intussen zijn ook in minder geïndustrialiseerde regio's, zoals Chili en het Midden-Oosten, gigantische productieprojecten aangekondigd, om als early mover maar zoveel mogelijk te profiteren van de voordelen. 

    Niet alleen regeringen van grote landen investeren hier fors in, ook grote industriële bedrijven. Er zijn inmiddels meer dan 200 pilotprojecten in de gehele toeleveringsketen van waterstof. Alles bij elkaar opgeteld is al voor USD 300 miljard aan private investeringen aangekondigd tot 2030. In dat cijfer zijn de overheidsfinancieringen en prikkels voor verdere ontwikkeling nog niet eens meegenomen.1  Als onderdeel van de Green Deal en de Covid-herstelplannen gaat de EU tot 2050 zo'n USD 560 miljard uittrekken om de overstap van de EU-economieën naar waterstofenergie mogelijk te maken.

    Ook gevestigde energiebedrijven sluiten zich hierbij aan. Grote spelers in de oliesector dekken zich deels in voor een piek in de olieprijs door waterstofprojecten te financieren. Zo kondigde Saoedi-Arabië onlangs aan dat het van plan is om voor USD 5 miljard een waterstoffabriek te bouwen die wordt aangedreven door zon en wind uit de woestijn.2 Ook andere olieproducenten, zoals Royal Dutch Shell, Equinor en PetroChina, passen hun strategie en investeringen voor de toekomst aan in de veronderstelling dat de waterstofeconomie niet lang meer op zich laat wachten.3 Deze ontwikkeling komt niet als een verrassing, aangezien er wereldwijd in 2050 een markt openligt met een mogelijke omvang van biljoenen dollars.4

  • Nuances in waterstof

    Er is geen enkel element zo royaal aanwezig op aarde als waterstof en dus is de voorraad nagenoeg eindeloos. Je vindt het molecuul niet alleen in water, maar ook in fossiele brandstoffen. Waterstof mag dan in de natuur wel in overvloed aanwezig zijn, maar dat wil niet zeggen dat je er makkelijk bij kunt.

    Het vormt in zijn omgeving meestal een samenstelling met een ander element, waarvan het gescheiden moet worden. Wordt het gewonnen uit een fossiele brandstof, dan noemen we het grijze waterstof. Het proces is goedkoop en zuinig (deels door de historisch lage prijs van aardgas), maar stoot ook CO2 uit als bijproduct. Het merendeel van de geproduceerde waterstof valt in de categorie grijs. 

    Blauwe waterstof wordt op dezelfde manier geproduceerd als grijze, maar de CO2 wordt afgevangen en vervolgens opgeslagen. Dit brengt de totale uitstoot omlaag.

    Groene waterstof daarentegen wordt geproduceerd zonder fossiele brandstof als basis en zonder uitstoot. In plaats daarvan wordt waterstof uit water (H2O) onttrokken via elektrolyse. Het water wordt onder stroom gezet om de moleculen waterstofgas (H2) te scheiden van zuurstof (O). Is die stroom afkomstig van hernieuwbare bronnen zoals wind en zon, dan is de productie volledig koolstofvrij. 

Belangrijke waterstofkleuren

Waterstof (H2) kan uit water (H2O) worden gewonnen via elektrolyse en is dan CO2-vrij en groen. In de industrie komt echter hoofdzakelijk grijze waterstof voor, die wordt geproduceerd uit aardgas, zoals methaan (CH4).

Important hues of hydrogen

Bron: Resources for the Future Report, december 2020.

  • Hindernissen

    Groene waterstof is een prachtig concept, maar de productie is kostbaar. Om die reden is het productievolume nog laag – minder dan 4% van alle geproduceerde waterstof is groen. Om de voorraad groene waterstof op te voeren en de prijs omlaag te krijgen zijn twee dingen nodig: meer hernieuwbare energie en meer elektrolytische cellen. Voorzichtige ramingen gaan ervan uit dat het nog vijf à tien jaar duurt voordat de kosten van groene en grijze waterstof even hoog zijn. In sommige gebieden, waar hernieuwbare energie goedkoop is, kan dit teruglopen naar twee à drie jaar.

    In de laatste decennia is veel aandacht geschonken aan het feit dat personenvervoer en vrachtvervoer op waterstof schoner zijn dan het alternatief op fossiele brandstoffen. In Japan en Zuid-Korea heeft de regering en met name de auto-industrie zwaar geïnvesteerd in onderzoek naar brandstofcellen en bijbehorende infrastructuur. Brandstofcellen kunnen echter alleen een CO2-vrije vorm van transport worden als grijze waterstof wordt vervangen door groene, zowel op het elektriciteitsnet als in de benzinetank. Want anders is de uitstoot van voertuigen op waterstof gedurende hun levensduur niet veel beter (en soms zelfs slechter) dan van auto's op benzine. 

    En waterstof heeft nog met meer uitdagingen te maken. Opslag, transport en distributie zijn ingewikkeld, zowel in gas- als in vloeibare vorm. Het is mogelijk het huidige gasleidingenstelsel te gebruiken, maar dat moet dan wel grondig worden aangepast aan de unieke eigenschappen van waterstof. Ook kan waterstof onder hoge druk vloeibaar worden gemaakt, maar dit is energie-intensief, inefficiënt en kostbaar.

  • Zekere toekomst, maar wanneer?

    Op dit moment wordt het aanbod en gebruik van waterstof dus belemmerd door technische uitdagingen, hoge productiekosten en economische onzekerheden. Door al deze aspecten loopt het tijdspad voor de inzet van waterstof nogal uiteen. Voor sommige toepassingen, bijvoorbeeld daar waar deels al een geschikte infrastructuur ligt, is het misschien over een paar jaar al zover. Andere toepassingen hebben misschien nog meer dan tien jaar nodig. 

    De huidige ramingen zijn gebaseerd op vaste aannames. Maar zoals bij veel technologieën kan een doorbraak de variabelen en de ontwikkeltrajecten dramatisch veranderen. Bovendien is het bij waterstof niet zozeer een kwestie van technologische doorbraak als wel van politieke wil en investeringsmomentum. Als de druk vanuit toezichthouders, positieve impulsen vanuit de markt en schaalvoordelen toenemen, zal de ontwikkeling van waterstof aan snelheid winnen en het tijdspad korter worden.  

    En dan zal waterstof een eigenschap blootleggen die geldt voor veel technologieën – uitdagingen worden overwonnen en ontwikkeltrajecten worden korter als innovatie en vindingrijkheid maar op de juiste manier gestimuleerd worden.  

    1 “Hydrogen Insights: a perspective on hydrogen investment, market development, and cost competitiveness.” (februari 2021). Hydrogen Council en McKinsey & Company.
    2Ratcliffe. V. “Saudi Arabia’s Bold Plan to Rule the USD 700 billion Hydrogen Market.” Bloomberg News. (7 maart 2021).
    3Fickling, D. “Big oil seeks redemption in the hydrogen revolution.” Bloomberg News. (4 december 2020).
    4Goldman Sachs Equity Research Report. (september 2020). “Green Hydrogen: The next transformational driver of the Utilities industry.”

Lees onze nieuwste klimaatpublicaties!

logo-climate-series.pngBent u geïnteresseerd in het verhaal achter de verschillende klimaatrisico’s en -kansen? Mis dan niet onze nieuwe serie artikelen, researchpapers, filmpjes en webinars over dit belangrijke onderwerp.

Dit rapport is niet beschikbaar voor gebruikers uit landen waar het aanbieden van buitenlandse financiële diensten niet is toegestaan, zoals ingezetenen en inwoners van de VS. Uw gegevens worden niet met derden gedeeld. Deze informatie is uitsluitend bedoeld voor professionele beleggers. Alle verzoeken worden gecontroleerd. *Verplichte velden

Pioniers: van groene certificaten tot klimaatobligaties

In tijden van grote verandering moet je kunnen vertrouwen op mensen die niet alleen een passie voor duurzaamheid hebben, maar ook een lange staat van dienst in het implementeren ervan.

Robeco is een echte pionier in duurzaam beleggen en loopt al voorop in duurzaamheidsoplossingen sinds het midden van de jaren 90, toen de milieubeweging net begon op te komen. Ook vandaag de dag blijven we ons inzetten om beleggingsproducten te ontwikkelen die voor verandering zorgen.

Hieronder kijken we met trots terug op de vele primeurs die Robeco op zijn naam mocht schrijven:

  • In 1994 lanceerde Robeco het eerste duurzame beleggingsproduct ter wereld, de ‘Groencertificaten’, voor particuliere beleggers uit Nederland.
  • Vijf jaar later, in 1999, lanceerden we de eerste duurzame aandelenstrategie van Europa: DuurzaamAandelen.
  • De inzet van engagement begon in 2005, met de oprichting van een speciaal Active Ownership-team dat zich ging richten op stemmen tijdens aandeelhoudersvergaderingen en het aangaan van een dialoog met ondernemingen over het verbeteren van hun ESG-prestaties.
  • Vanaf 2010 werden ESG-factoren standaard geïntegreerd in het besluitvormingsproces voor beleggingen. Op dit moment zijn we de enige mainstream vermogensbeheerder ter wereld die duurzaamheidsfactoren integreert in al zijn fundamentele en kwantitatieve aandelen- en obligatiestrategieën.
  • In het decennium daarna zagen meer innovatieve producten het levenslicht, met de lancering van impactstrategieën gericht op onder meer hernieuwbare energie en de Duurzame Ontwikkelingsdoelen, waaronder SDG 13 over klimaatactie.
  • In 2020 lanceerde Robeco de eerste vastrentende klimaatstrategieën ter wereld, waarmee het belegt in ondernemingen die een directe bijdrage leveren aan de strijd tegen de opwarming van de aarde. Onze strategie Climate Global Credits belegt in bedrijfsobligaties en de strategie Climate Global Bonds belegt in zowel credits als staatsobligaties.

Krachtig beleid, op basis van het commitment om bij te dragen aan de strijd tegen klimaatverandering, vormt het fundament voor al deze ontwikkelingen. In lijn met de lancering van de klimaatstrategieën streeft Robeco nu ook naar een netto-uitstoot van nul in 2050 voor het hele beheerde vermogen.

Ook in de toekomst blijven we met innovaties komen, vooral op het gebied van klimaatverandering, groene obligaties en de SDG’s.

iDe jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen daalde in 2019 het meest in de 27 EU-landen en het VK, met 3,8%. Daar staat een daling van 3,2% in Zuid-Korea, van 2,6% in de VS, van 2,1% in Japan en van 0,8% in Rusland tegenover. In India, China en Iran steeg de uitstoot, met respectievelijk 1,6%, 3,4% en 3,4%. Deze zeven landen zijn samen verantwoordelijk voor meer dan 70% van de wereldwijde uitstoot. Bron: Rapport van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC) van de EU uit 2020.

Vastrentende klimaatbeleggingen
Vastrentende klimaatbeleggingen

Beleggen in obligaties en streven naar een wereldwijde temperatuurstijging ruim onder de 2 °C.

Lees meer

Videoreeks: maak kennis met onze specialisten in klimaatbeleggen

Hoe regelgeving duurzaam beleggen stimuleert

De beleggingswereld had altijd al te maken met regelgeving, om eindbeleggers te beschermen en normen in stand te houden in deze biljoenenindustrie. Wel nieuw is dat de regelgeving nu veel meer is gericht op het stimuleren van duurzaam beleggen, vooral via ingrijpende maatregelen van de Europese Unie (EU).
  • Een pakket aan nieuwe maatregelen, opgenomen in het Sustainable Finance Action Plan (SFAP) van de EU, moet duurzaam beleggen stimuleren in deze groep van 27 landen. Het plan is vooral bedoeld om de klimaatdoelen van het Akkoord van Parijs en de Europese Green Deal te realiseren.

  • Het plan krijgt deels gestalte in de vorm van nieuwe regels, zoals de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR), die duidelijk maakt wat duurzame beleggingsfondsen zijn, en de Taxonomy Regulation, die vermogensbeheerders verplicht te rapporteren over hun (positieve en negatieve) impact.

  • Drie hoofddoelen

    Het SFAP heeft drie hoofddoelen. Ten eerste moet het kapitaalstromen naar duurzame beleggingen loodsen, weg van sectoren die medeverantwoordelijk zijn voor de opwarming van de aarde, zoals fossiele brandstoffen. Ten tweede moet het opnemen van duurzaamheidsfactoren in het risicomanagement mainstream worden. En tot slot moet het transparantie en langetermijndenken stimuleren in de financiële wereld en economie.

    De SFDR streeft ernaar om het duurzaamheidsprofiel van fondsen beter vergelijkbaar en begrijpelijker te maken voor eindbeleggers. In het beleggingsproces moeten de fondsen daarom gebruikmaken van vastgestelde maatstaven voor eigenschappen op het gebied van milieu, maatschappij en ondernemingsbestuur (environmental, social and governance; ESG). Zoals de naam al suggereert, komt de nadruk veel sterker te liggen op openheid, met onder meer nieuwe regels voor het vaststellen van schadelijke impact van ondernemingen waarin is belegd. 

    Robeco heeft een speciaal projectteam van meer dan 40 mensen samengesteld om alle aspecten van het SFAP, dat in fases wordt ingevoerd, te integreren in onze processen. De eerste belangrijke deadline van 10 maart 2021 voor de categorisering van fondsen en de vereiste informatieverschaffing in prospectussen van fondsen en op websites werd gehaald zonder problemen.

  • Historische overeenkomsten

    Het SFAP is in maart 2018 opgesteld door de Europese Commissie, als reactie op de historische ondertekening van het Akkoord van Parijs in december 2015 en op de Duurzame Ontwikkelingsagenda voor 2030, die eerder in 2015 was opgesteld door de Verenigde Naties (VN) en aan de basis stond van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Daarnaast sluit het plan ook aan bij de Europese Green Deal, die ervoor moet zorgen dat de EU in 2050 CO2-neutraal is.

    De regelgeving heeft een breed bereik en geldt onder meer voor vermogensbeheerders, pensioenfondsen, banken en verzekeraars. Een heel zichtbaar en invloedrijk element in de nieuwe regelgeving is de verdeling van fondsen en mandaten in drie categorieën, zoals beschreven in Artikel 6, 8 en 9 van de SFDR. 

Mate van duurzaamheid

  • Artikel 6-fondsen integreren geen enkele vorm van duurzaamheid in hun beleggingsproces.
  • Artikel 8 is van toepassing “…wanneer een financieel product onder andere ecologische of sociale kenmerken of een combinatie van die kenmerken promoot, op voorwaarde dat de ondernemingen waarin is belegd praktijken op het gebied van goed bestuur volgen.” 
  • Artikel 9 geldt voor producten die zich specifiek richten op duurzame beleggingen en is van toepassing “…indien een financieel product duurzame beleggingen tot doel heeft en een index als referentiebenchmark is aangewezen.” 

Ongeveer 95% van de fondsen van Robeco is geclassificeerd als Artikel 8 (83%) of Artikel 9 (12%) en slechts 5% als Artikel 6. Onder Artikel 8 vallen de standaard strategieën met ESG-integratie en de specifieke duurzaamheidsstrategieën. De Artikel 9-fondsen zijn de impactstrategieën die vallen onder het merk RobecoSAM. Slechts een handjevol fondsen integreert geen ESG-factoren, bijvoorbeeld omdat ze gebruikmaken van derivaten of kasrekeningen.

Bron: Robeco, March 2021

  • Prioriteit geven aan negatieve impact

    De SFDR vereist ook van vermogensbeheerders dat ze ‘verklaringen over negatieve impact’ afleggen, waarin ze beschrijven hoe ze de belangrijkste impact van ondernemingen meewegen in hun beleggingsbeslissingen. Daarnaast moeten ze aangeven hoe ze deze negatieve impact beperken. 

    Hiervoor is een systeem ontwikkeld met 64 indicatoren voor negatieve impact. Voor 18 van deze indicatoren geldt een verplichte rapportage en voor de overige 46 is de rapportage vrijwillig. Hoewel de precieze eisen nog maar kort geleden bekend zijn gemaakt, is Robeco al druk bezig zich hierop voor te bereiden. Zo wordt er al een prototype van een tool ontwikkeld die de impact van de regelgeving beoordeelt. 

  • EU Taxonomy

    Een ander belangrijk element van de SFAP is de voorgestelde EU Taxonomy Regulation, die moet zorgen voor een eenduidige opvatting over wat er precies wordt verstaan onder ‘groene activiteiten’. De EU heeft minimumcriteria opgesteld waar economische activiteiten aan moeten voldoen om als ecologisch duurzaam beschouwd te worden. 

    Kort gezegd moeten activiteiten bijdragen aan één of meerdere van de volgende zes milieudoelen: tegengaan van klimaatverandering, aanpassing aan klimaatverandering, bescherming van water en maritieme hulpbronnen, transitie naar een circulaire economie, afvalpreventie, en bescherming of herstel van biodiversiteit en ecosystemen. 

‘Er komen snel veel innovatieve oplossingen bovendrijven’

Gilbert Van Hassel - CEO

Europese nutsbedrijven: een uitgelezen kans om te beleggen in klimaatverandering

Deze bedrijven hebben de unieke kans om de klimaatverandering te bestrijden en voorop te blijven lopen in de wereldwijde energietransitie. We zijn positief over de kredietkwaliteit van de sector, zegt Ihor Okhrimenko, Senior Credit Analyst.
  • De sector nutsbedrijven loopt voorop in de wereldwijde uitdaging om de energievoorziening voor de groeiende bevolking betaalbaar, CO2-arm en betrouwbaar te maken. Daarnaast levert de sector een bijdrage in de strijd tegen klimaatverandering door energiecentrales te decarboniseren. Verder is de sector klaar om te profiteren van de ontwikkeling van duurzame technologieën die de afgelopen jaren heeft gezorgd voor een snelle daling van de genivelleerde energiekosten voor wind- en zonne-energie. In 2019 hebben een grote stroom financieel kapitaal, progressief beleid en technologische ontwikkelingen geleid tot voortgang op milieugebied, vooral in Europa.i Toch is er wereldwijd nog veel werk te verrichten in de strijd tegen klimaatverandering.

    De Europese Green Deal en het Climate Target Plan voor 2030 waren in 2019 en 2020 een doorbraak in de klimaatambities van de Europese Unie (EU). De Covid-19-crisis heeft deze plannen verder versneld, want de inspanningen voor decarbonisatie worden ingezet om het economische herstel te ondersteunen. In de zomer van 2021 gaat de Europese Commissie alle EU-wetgeving op het gebied van klimaat en energie afstemmen op de nieuwe plannen.

  • De Europese sector nutsbedrijven staat op de tweede plaats wat betreft uitstoot – waarbij de uitstoot is afgezet tegen het kapitaal – met een bijdrage van 32% aan de industriële Scope 1-emissies. Dat is gebaseerd op een analyse van Robeco van 424 Europese bedrijven uit 11 sectoren. De sector nutsbedrijven stoot 1 kilo broeikasgas uit voor iedere EUR 1 aan inkomsten en voor iedere EUR 1,6 aan bedrijfswaarde. Kunnen Europese nutsbedrijven het komende decennium de uitstoot reduceren, de inkomsten en winstgevendheid laten groeien en hun waarderingen verbeteren, en dat allemaal terwijl ze de wereldwijde energietransitie blijven ondersteunen en zonder te verliezen van grote oliemaatschappijen?

    Volgens het Internationaal Energieagentschap is de uitstoot in de 27 EU-landen, dankzij het beleid dat sinds halverwege 2020 wordt doorgevoerd, in 2030 met 30% afgenomen ten opzichte van het niveau in 1990. Hun aandeel in de wereldwijde uitstoot zou dan ruimschoots gehalveerd moeten zijn tot 5,7%. Het decarbonisatiedoel dat de EU onlangs heeft aangekondigd, is ambitieus te noemen: 55% minder uitstoot in 2030 en een netto-uitstoot van nul in 2050. Deze doelen zijn veel ambitieuzer dan het vorige doel van ‘ten minste 40%’ lager in hetzelfde tijdsbestek.

  • Een steile weg naar decarbonisatie

    De EU wil dit doel bereiken door bijvoorbeeld de hoeveelheid hernieuwbare energie te verhogen, energie-efficiëntie te stimuleren en het bereik van een CO2-heffing te vergroten. Dit nieuwe voorstel is in lijn met het streven van het Akkoord van Parijs om de wereldwijde stijging van de temperatuur onder de 2 °C boven het pre-industriële niveau te houden. Voor de energiesector, hoofdzakelijk vertegenwoordigd door nutsbedrijven, is de weg naar decarbonisatie veruit het steilst.

    De Europese sector nutsbedrijven deed het relatief goed in 2020, want de scherpe daling van de vraag naar energie in het voorjaar is voor een deel alweer hersteld. Aan het begin van 2021 zijn de balansen in de sector gezond, is er voldoende liquiditeit, zijn de credit ratings stabiel en zien we een herstel van de winsten. Dat geldt vooral voor bedrijven met een groot aandeel hernieuwbare energie en netwerken, en met een sterke pijplijn met beleggingskansen voor 2021-2023.

  • De route naar decarbonisatie voor sectoren

    Utility companies in the power sector face the steepest decarbonization path between 2020 and 2030 (1990=100).

    decarbonization-pathway-across-sectors.jpg

    Source: The European Commission 'Stepping up Europe’s 2030 climate ambition' plan, Sep 2020; Robeco's annotations.

Wat zoeken we in credits van nutsbedrijven?

  • We zijn positief over nutsbedrijven die de kwaliteit van hun assets verbeteren en hun kostenstructuur verlagen, terwijl ze actief en effectief toewerken naar diversificatie. Daar komt meer bij kijken dan alleen een verschuiving weg van fossiele brandstoffen en kernenergie naar hernieuwbare energiebronnen (wind- en zonne-energie). Zo moet er ook geïnvesteerd worden in netwerken, strategieën voor energie-efficiëntie in leveringsactiviteiten, rapportage over Scope 1-, 2- en 3-emissies met geloofwaardige doelen voor een lagere uitstoot, en geografische diversificatie naar opkomende markten.

    We zijn positief over de kredietkwaliteit van de sector. Toonaangevende nutsbedrijven hebben de prioriteit van hun kapitaaluitgaven verschoven naar hernieuwbare energie en netwerken, waarbij de verwachte nettoschuld/EBITDA wordt gezien als beheersbaar.

  • Als we specifieker kijken naar de bijdrage aan de Sustainable Development Goals (SDG’s), richten we ons op issuers die met hun activiteiten positief bijdragen aan SDG 7 (Betaalbare en duurzame energie) en SDG 13 (Klimaatactie) door te screenen op bepaalde positieve en negatieve KPI’s. Voorbeelden hiervan zijn hernieuwbare energie/kernenergie in de energiemix, verkoop aan opkomende markten, uitbreidingsplannen voor kerncentrales/kolengestookte centrales, en de CO2-intensiteit van de activiteiten. Wij zijn ervan overtuigd dat de financiële prestaties van bedrijven met deze positieve eigenschappen op de langere termijn betrouwbaarder en stabieler zijn.

Bezoek ook eens de andere pagina’s van ons platform over klimaatbeleggen.
  • Noodzaak

    Noodzaak

    Het is echt noodzakelijk dat we nu in actie komen. We moeten veranderen
    Lees meer
  • Uitdaging

    Uitdaging

    Heb je het over decarbonisatie, dan heb je het over data.
    Lees meer
  • Verantwoordelijkheid

    Verantwoordelijkheid

    Landen moeten in actie komen. Ondernemingen moeten in actie komen. Beleggers moeten in actie komen.
    Lees meer
  • Oplossingen

    Oplossingen

    Denk niet in problemen, maar in oplossingen.
    Lees meer
Share this page