By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

De nacht is altijd het donkerst net voordat de zon opkomt

26-09-2016 | Insight | Lukas Daalder

Elk jaar kijkt Robeco met een frisse blik naar de vooruitzichten voor de wereldeconomie voor de eerstkomende vijf jaar. Onze analyse resulteert in een prognose voor de grootste beleggingscategorieën en drie mogelijke scenario's (basis, stagnatie en hoge groei).

In het kort:
  • Hoop op terugkeer naar normaal monetair beleid in 2016 vervlogen
  • Sentiment onder professionele beleggers nog steeds uiterst zwak
  • Een geleidelijke normalisatie blijft het meest waarschijnlijke scenario

In december 2015, toen onze ‘Expected Returns’ voor dit jaar voor het eerst ter sprake kwamen, waren we nog optimistisch gestemd. De Europese economie had iedereen verrast met een bovengemiddelde groei, de wereldeconomie trok aan en de eerste renteverhoging van de Fed had – tegen de verwachting van velen – de markten niet op hun kop gezet. We waren helemaal klaar voor monetaire normalisatie.

Natuurlijk waren er problemen, maar die zijn er altijd. De almaar dalende olieprijs kon dan wel gunstig zijn voor de consument, maar baarde de financiële markten wel zorgen. Een groeiend aantal economen waarschuwde dat het steeds hogere schuldniveau kon leiden tot een problematische schuldencyclus. En dan was er de ineenstorting van opkomende markten, met een aanzienlijke krimp van de Braziliaanse en de Russische economie (respectievelijk 3,8% en 3,7% in 2015), plus een Chinees groeipad dat steeds onhoudbaarder leek. Maar al die problemen waren hanteerbaar.

Donkere wolken

Nu zijn we acht maanden verder en onze stemming is er niet beter op geworden. De normalisatie waar we zo op hadden gehoopt, bleef steken bij een eenmalige renteverhoging door de Fed. De dalende olieprijzen maakten een eind aan de positieve stimulans voor de Amerikaanse economie en de vooruitzichten zijn een stuk onzekerder geworden. Ook externe factoren weerhielden de Fed van een verdere renteverhoging: de onzekerheid rond China, de volatiliteit op de financiële markten en de klap van het Brexit-referendum. Alle hoop op een terugkeer van het monetaire beleid naar normaal vervloog. Dit deed de Bank of England besluiten de ECB en de Bank of Japan te volgen en te beginnen met kwantitatieve verruiming. Tenzij we kwantitatieve verruiming inmiddels beschouwen als the new normal, is dus wel duidelijk dat 2016 niet het jaar zal worden van monetaire normalisatie.

Hebben we te maken met een nieuwe tegenslag of moeten we ons neerleggen bij een van de vele geloofwaardige doemscenario's: van het uiteenvallen van de Europese Unie (Brexit, het succes van populistische partijen, Italiaanse banken), een harde landing in China (mislukte transformatie van de Chinese economie, hoog schuldniveau), een toename van protectionisme (de Trump-factor), het verlies aan geloofwaardigheid van centrale banken (Japan) tot het knappen van de schuldenbubbel. Keuze genoeg, zouden we zo zeggen.

De nacht is altijd het donkerst net voordat de zon opkomt

Maar is het echt allemaal zo slecht? De gedachte op zich is heel begrijpelijk. Onze indruk is dat het sentiment onder professionele beleggers nog nooit zo slecht is geweest als nu. Dit beeld wordt ondersteund door wat de financiële markten hebben ingeprijsd: voor de Europese markt blijft de verwachte gemiddelde inflatie voor de periode 2021-2026 steken op 1,25%. Als we kijken naar de track record van Duitsland (dat bekend staat om zijn taaie inflatiestandpunt), is een dergelijk vijfjaarsgemiddelde tamelijk zeldzaam. Mogelijk? Zeker. Maar ook waarschijnlijk? Nou, alleen als je echt heel pessimistisch bent over de toekomst. En dat is precies wat we hier duidelijk willen maken.

Pessimisme is al een risico op zichzelf. Er zit veel zelfversterkend momentum in de manier waarop economieën werken, dus een beweging in een bepaalde richting kan niet zomaar omgekeerd worden. Als de groei verzwakt, worden producenten en consumenten voorzichtiger en krimpen investeringen, werkgelegenheid en consumptie. Dat versterkt de neerwaartse trend.

Normaal gesproken bereiken de beurzen hun dieptepunt als de situatie het meest somber is. Als winsten verdampen, bedrijven omvallen, mensen ontslagen worden en de roep klinkt 'dat dit het einde van het kapitalisme is zoals wij dat kennen', juist dan keert het tij. Het slechte nieuws houdt nog wel even aan, maar de markt houdt daar al rekening mee. Hoe slechter de verwachtingen, des groter de kans op een positieve verrassing.

De nacht is altijd het donkerst net voordat de zon opkomt. En afgaande op de stemming van beleggers is het buiten al behoorlijk donker.

Basisscenario

Hoe verleidelijk het ook is mee te gaan in het algemene gevoel van pessimisme, toch blijven wij ervan overtuigd dat een geleidelijke normalisatie het meest waarschijnlijke scenario is. Noem ons gerust optimisten. Wat velen over het hoofd zien is dat de arbeidsmarkten – ondanks de lage groei – sterker zijn geworden, met een werkloosheid die in de belangrijke economieën onder het langetermijngemiddelde ligt. In dit scenario speelt de consument, die zijn besteedbare inkomen heeft zien stijgen dankzij de lage olieprijs, een belangrijke rol. Let wel, gezien aannames voor de onderliggende groei en de inflatie, zijn onze voorspellingen bepaald niet spectaculair: de wereldeconomie groeit met ruwweg 3% en de inflatie komt uit op gemiddeld 2,5% voor de wereld als geheel en op 2% voor ontwikkelde landen. Maar we zijn niet blind voor de duidelijke risico's die spelen in de huidige omgeving en daarom schatten we de kans op het basisscenario op 60%.

Verwacht jaarrendement 2017-2021

De tabel geeft een overzicht van onze visie op de verschillende beleggingscategorieën. We zijn niet erg positief over staatsobligaties en hebben onze vijfjaarsverwachting voor het rendement op Europese staatsobligaties met een AAA-rating verlaagd naar -3,5% (2015: -3,0%). De rente is nu nog lager dan vorig jaar, wat betekent dat de buffer voor koersdalingen weer kleiner is geworden. Die -3,5% is echter gebaseerd op de Duitse 10-jaarsrente, die als benchmark fungeert en bijna de allerlaagste is van de wereld. Onze prognose voor de VS wijst op een rendement van -0,25% (lokale valuta), terwijl obligaties uit perifeer Europa ook meer waarde bieden. Voor aandelen uit ontwikkelde markten hebben we onze vijfjaarsdoelstelling verhoogd naar 6,5% (2015: 5,5%) vanwege de daling in de waardering van aandelen wereldwijd.

Stagnatie

We zijn behoudender geworden en dit is zichtbaar in de verhoogde kans die we toekennen aan het stagnatiescenario (van 20% naar 30%). Hierin verwachten we dat de groei van de wereldeconomie vertraagt naar 1,6%, de helft van de groei over de afgelopen vijf jaar. Sommige regio's worden getroffen door een recessie, terwijl China te maken krijgt met nulgroei om vervolgens een bescheiden herstel te laten zien. De inflatie daalt naar gemiddeld 1%, maar komt uit op deflatieniveau als we de opkomende markten niet meetellen. De Westerse wereld zakt weg in een Japanachtig scenario. In tegenstelling tot het basisscenario blijven obligaties bij deze negatieve groei the place to be. Daar krijg je nog waar voor je geld.

Hoge groei

In ons optimistische scenario van hoge groei (10% kans) groeit de economie in de VS en in de eurozone in een snel tempo, in eerste instantie dankzij de consumptie, maar later ook door investeringen. De wereldeconomie komt in een opwaartse spiraal terecht en de schuldquote daalt. China voert met succes hervormingen door in de economie en de groei in Japan versnelt. De reële wereldeconomie bereikt een groei van gemiddeld 3,5%. Misschien niet zo hoog in vergelijking met de groei van gemiddeld 3,25% over de afgelopen vijf jaar, maar gezien de vergrijzing en het lagere groeicijfer voor China (6% tegenover 8,5% in 2010-2015) komt de groei uit boven het onderliggende potentieel. Inflatie is het grootste risico. Daardoor krijgen obligaties het moeilijk en hebben aandelen een minder positieve performance, omdat loon- en financieringskosten de marges drukken.

Voor een uitgebreidere visie van Robeco op wat de financiële markten in de periode 2017-2021 zullen brengen en meer achtergrond over de speciale thema's van dit jaar (schuldensupercyclus, opkomende markten en opwarming van de aarde), ga naar Robeco.com en download onze (Engelstalige) ‘Expected Returns 2017-2021 – It’s always darkest just before dawn’.

Lukas Daalder

Lukas Daalder

CIO Investment Solutions
Deel deze pagina:

Ontdek de nieuwste inzichten

Auteur

Lukas Daalder
CIO Investment Solutions


Join the conversation



Nieuwsbrief

Meld u aan voor onze e-mail nieuwsbrief om updates te ontvangen en op de hoogte te blijven van aankomende webinars.