By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

In gesprek met prof. Robert G. Eccles

14-10-2013 | Interview

” De grote vraag is wat er gebeurt met de staatsinvesteringsfondsen. Ze houden zich nu nog een beetje op de achtergrond, maar ze beschikken over enorm veel assets met een zeer langetermijnperspectief.”

Waarom en hoe doen duurzame bedrijven het beter dan andere bedrijven?
De antwoorden zijn te vinden aan zowel de kant van het risicobeheer als de kant van de kansen. Duurzame ondernemingen zijn waarschijnlijk minder blind voor negatieve gebeurtenissen of wijzigingen in maatschappelijke verwachtingen. En ze zijn ook beter in het signaleren van kansen die voortvloeien uit duurzaamheidstrends. Voor beleggers is het alleen moeilijk om de juiste bedrijven eruit te pikken. De outperformance is duidelijker binnen ondernemingen die een sterke relatie hebben met natuurlijke hulpbronnen en menselijk kapitaal, maar ook in B2C-bedrijven waarin merken een grote rol spelen.

Wat zijn de belangrijkste factoren waarmee duurzame bedrijven zich onderscheiden?
Het gaat om een breed spectrum aan niet-financiële en financiële prestatiecriteria die intern worden gemeten, en een grotere mate van transparantie onder andere via geïntegreerde rapportages. Duurzame ondernemingen zijn van huis uit meer gefocust op de lange termijn en betrekken stakeholders veel beter bij het geheel. In deze ondernemingen is de kans groot dat duurzaamheid hoog op de directieagenda staat en zijn bestuurders voor de lange termijn ook gebonden aan niet-financiële criteria. Wat de belangrijkste ESG-factoren zijn, hangt van de sector af. Zo is de uitstoot van koolstofdioxide voor banken niet belangrijk voor de performance, maar hoe ze omgaan met risicobeheer des te meer.

Welk aspect levert de grootste bijdrage –het vermijden van risico's of het benutten van kansen?
Ik denk dat het iets makkelijker is om risico's te vermijden. Dat voegt misschien geen waarde toe, maar voorkomt wel dat ondernemingen waarde verliezen. Er zit wel veel meer potentieel in het creëren van waarde voor beleggers, maar dat kost veel tijd en betaalt zich dus ook later uit.

Betekent dat dat SI in principe eigenlijk alleen interessant is voor beleggers met een langetermijnhorizon?
Ja, dat denk ik wel. En dat is ook meteen een van de grootste struikelblokken, want als beleggers op korte termijn resultaten willen zien, kost het bedrijven moeite een langetermijnvisie te hanteren.

Dus eigenlijk zijn veel beleggers nog teveel gericht op snel resultaat?
Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Sommige grote institutionele beleggers zoals CalPERS en een paar Scandinavische pensioenfondsen werken hard aan de integratie van ESG in alle beleggingscategorieën en ook alle partijen die de United Nations Principles for Responsible Investment (UNPRI) hebben ondertekend, moeten zich daar officieel mee bezighouden. Maar veel CEO's die we hebben gesproken, vertelden dat in gesprekken met analisten en beleggers niemand ooit vraagt naar duurzaamheid.

Heeft de huidige belegger voldoende kennis om te kunnen analyseren wat er achter de financiële cijfers zit en slimme keuzes te maken?
Niet echt. Naar mijn mening is er een groot infrastructureel probleem. Er is een gebrek aan vergelijkende cijfers, omdat ondernemingen niet verplicht zijn te rapporteren over niet-financiële factoren en omdat er geen standaard is. Je moet je realiseren dat de huidige kapitaalmarkten er niet waren geweest zonder alle boekhoudkundige normen en rapportage-eisen, en die werden in de VS pas geformuleerd toen in 1933/34 de SEC werd opgericht. Tot dat moment mocht ieder bedrijf zelf weten of het cijfers bekendmaakte. De een deed het wel, de ander niet. Iedere accountant hanteerde zijn eigen regels voor boekhouding en controle. Op dat punt bevinden we ons nu min of meer met de duurzaamheidsrapportages.

Hoe gestandaardiseerd kan duurzaamheids-informatie worden? Elke sector kent immers zijn eigen problemen en succesfactoren?
Over de hele linie standaardiseren is niet mogelijk volgens mij. En eigenlijk is dat ook niet zo belangrijk. Beleggers kiezen pas inidividuele aandelen nadat ze een allocatiebeslissing hebben genomen over de beleggingscategorieën en sectoren waarin ze willen beleggen. Dus is standaardisering per sector volgens mij voldoende.

Wat zijn de belangrijkste struikelblokken voor de integratie van SI?
Dat zijn twee dingen: de termijn voor rendement is te kort en er is een gebrek aan infrastructuur – criteria, standaarden, rapportage-eisen enz. – en competenties. Financiële analisten en portefeuillebeheerders zijn niet gewend om rekening te houden met duurzaamheidsfactoren. Ze vinden die vaak niet zo belangrijk.

Komt daar volgens u verandering in? Begint de nieuwe generatie die zijn opleiding nu krijgt, vanuit een ander standpunt?
Nee. Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar de belangrijkste opleidingen houden zich zo goed als niet bezig met dit onderwerp. Ik zie meer kansen om de noodzakelijke beleggingscompetenties op te bouwen via bijvoorbeeld het CFA Institute.

Op dit moment ligt de nadruk bij SI duidelijk op aandelen. Kunnen en moeten we duurzaamheidsanalyses ook gaan toepassen op alle andere beleggingscategorieën?
Ja, en dat is ook precies wat grote institutionele beleggers zoals nationale pensioenfondsen op dit moment proberen. Fondsen die Sustainability Investing serieus nemen, doen dat niet alleen voor aandelen.

Hoe zien duurzaamheidsanalyses en -beleggingen er over tien jaar uit?
Ik denk dat er twee soorten institutionele beleggers zullen zijn. Aan de ene kant verwacht ik toenemende perfectie van de zijde van langetermijnspelers zoals de grote pensioenfondsen met daarnaast nieuwe voorschriften die meer transparantie over duurzaamheid verplicht stellen of in ieder geval aanmoedigen. Maar ik verwacht ook dat er een type belegger zal zijn die zich blijft richten op de korte termijn, bijvoorbeeld veel hedgefondsen en beleggingsmaatschappijen. De grote vraag is wat er gebeurt met de staatsinvesteringsfondsen. Op dit moment houden ze zich nog een beetje op de achtergrond, maar ze beschikken over enorm veel assets met een zeer langetermijnperspectief. Als zij zich aansluiten, zetten we een belangrijke stap vooruit. Maar dat is moeilijk te voorspellen. De staatsinvesteringsfondsen zijn dus het grote vraagteken.

Over prof. Robert G. Eccles
Onderzoek door prof. Robert G. Eccles van de Harvard Business School heeft aangetoond dat ondernemingen met een focus op duurzaamheid het op de lange termijn aanzienlijk beter doen dan hun concurrenten. Ze realiseren niet alleen een beter financieel resultaat, maar ook een hoger rendement voor beleggers. In dit interview legt hij uit waarom en hoe duurzaamheid leidt tot beter gefundeerde beleggingsbeslissingen, welke problemen moeten worden overwonnen en hoe de toekomst van sustainability investing eruit kan zien.

Deel deze pagina: