By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Reactie Hoofdlijnennota Herziening Financieel Toetsingskader

15-06-2012 | Nieuws

Op 30 mei heeft demissionair Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Kamp een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin hij het Pensioenakkoord van 4 juni 2010 verder heeft uitgewerkt. We hebben in een viertal FTK Updates al aandacht besteed aan de mogelijke gevolgen die het Pensioenakkoord heeft voor financiële markten. Deze notitie is hierop een aanvulling, waarbij we ons wederom richten op de effecten voor het beleggingsbeleid.

De grote lijnen zijn ten opzichte van onze vorige notities niet veranderd, maar de contouren zijn wel iets duidelijker geworden. Langlopende obligaties en langlopende renteswaps worden minder aantrekkelijk in het nieuwe FTK. De onzekerheid zit nog in een aantal details en de termijn waarop het nieuwe kader wordt ingevoerd. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de snelheid waarmee pensioenfondsen hun beleggingsbeleid zouden moeten aanpassen.

Wij zouden ervoor kiezen om zo snel mogelijk voor te sorteren op de nieuwe regelgeving binnen de kaders van het beleggingsplan en ruimte die de huidige regelgeving toestaat, door renteswaps met een looptijd langer dan 30 jaar af te bouwen.

Kernpunten van de Hoofdlijnennota

Er komt één financieel toetsingskader voor twee verschillende pensioencontracten: het oude nominale contract en een nieuw, reëel contract met minder zekerheid. In beide contracten is het uitgangspunt een stabielere pensioenpremie. Sociale partners moeten kiezen welk type contract met de werknemers wordt afgesproken en daar nog helderder over communiceren.

Voor beide type contracten geldt dat:

  • De risicovrije rekenrente vanaf 20 jaar wordt gecorrigeerd voor illiquiditeit door introductie van een ultimate forward rate
  • De dekkingsgraad voor beleidsbeslissingen wordt gemiddeld over 12 maanden
  • Nieuwe aanspraken automatisch worden aangepast aan ontwikkelingen in de levensverwachting


Voor het reële contract geldt daarnaast dat:

  • Er een indexatie-afslag wordt toegepast om tot een risicovrije reële rekenrente te komen
  • Bovenop deze risicovrije reële rente wordt een looptijdafhankelijke risico-opslag wordt opgeteld omdat de reële aanspraken op langere termijn risicovol zijn. Deze opslag is voor alle pensioenfondsen gelijk.
  • Er wetgeving wordt ontwikkeld om de bestaande pensioenrechten om zetten naar het nieuwe reële contract
  • Bestaande rechten automatisch aangepast worden aan ontwikkelingen in de levensverwachting
  • Financiële schokken worden uitgesmeerd over een periode van 10 jaar, waardoor pensioenen vaker kunnen worden aangepast. Naar verwachting hebben die aanpassingen echter een kleinere omvang dan in het nominale contract.
Deel deze pagina: