By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

‘Nadenken over nieuw pensioencontract geeft voorsprong’

20-06-2013 | Visie | Frank van Alphen

06 Nadenken over nieuw pensioencontract | IMAGEPensioenbesturen moeten al nadenken over de keuze tussen een nominaal en een reëel contract, ook al zijn niet alle regels bekend over het nieuwe Financiële Toetsingskader (FTK). Dat was de voornaamste boodschap van de sprekers op het pensioenseminar dat Robeco 13 juni hield aan boord van de SS Rotterdam.

Wat komt er precies kijken bij de keuze tussen het nominale en reële pensioencontract? Dat wilden de circa vijftig pensioenfondsbestuurders weten die naar het schip in de Rotterdams Maashaven waren gekomen. Die knoop over het contract moeten pensioenfondsen ruimschoots voor 2015 doorhakken omdat het nieuwe FTK dan van kracht wordt. Veel fondsbestuurders zien op tegen de keuze omdat nog veel onzeker is.
 
Roderick Munsters, ceo van Robeco, die de bijeenkomst opende, stelde dat ook Robeco niet het antwoord op alle vragen heeft, maar als organisatie sterk betrokken is bij discussie en kennisuitwisseling op het gebied van pensioenen. Voor hem zijn een aantal uitgangspunten van groot belang: ook in de toekomst moeten Nederlanders kunnen blijven sparen voor later, en de kosten van pensioenen en uitvoering moeten beter beheerst worden.
 
Het debat laait op
'De discussies over het nieuwe contract worden heftiger', signaleert Roel Menken, partner bij KPMG. 'Alle betrokkenen hebben het gevoel dat ze er op achteruit gaan', aldus Menken, die pensioenfondsen begeleidt bij het keuzeproces. 'Veel fondsen nemen een afwachtende houding aan. Dat is begrijpelijk vanwege de vele onzekerheden, maar niet verstandig omdat dit soort trajecten veel afwegingen en communicatie vergen.'  

'De discussies over het nieuwe contract worden heftiger' 

Bij het nominale contract ligt de nadruk op een nominale toezegging. Het fonds streeft er naar de kans op kortingen tot een minimum te beperken waardoor fondsen over het algemeen het risicoprofiel verder moeten afbouwen. Indexatie is alleen mogelijk als de beleggingsresultaten het toelaten. Het reële contract houdt in dat het fonds indexatie als doel heeft ter compensatie van de jaarlijkse inflatie. Keerzijde daarvan is dat de kans op kortingen op de uitkering groter is.
 
Liever vasthouden aan het bestaande
Dat het nog wachten is op exacte wetsteksten is niet alleen een praktisch obstakel, maar ook een reden besluitvorming uit te stellen. 'Status quo bias zorgt ervoor dat mensen willen vasthouden aan het bestaande, zeker als de uitkomsten van het nieuwe onduidelijk zijn.
 
Ook zijn ze bang dat ze straks spijt krijgen als ze kiezen voor het afwijkende reële contract. Dat betekent dat veel fondsen overwegen dicht bij het huidige nominale contract te blijven’, zei Menken. ‘Bijkomend probleem is dat bestuurders het lastig vinden alle consequenties van de keuze te overzien. Doordat het in hoge mate een black box is, is de voorkeur voor nominaal of reëel meestal intuïtief.’  

‘Veel fondsen overwegen dicht bij het huidige nominale contract te blijven’ 

Pensioendeelnemers overzien speelveld niet
Voor deelnemers is het nog complexer. 'Die lijden aan geldillusie. Ze kunnen zich moeilijk voorstellen dat geld over pakweg dertig jaar nog maar de helft van de koopkracht heeft als nu. Verder hebben veel werknemers geen realistische verwachtingen in combinatie met gebrek aan interesse’, aldus de KPMG-adviseur.
 
Verder is de mate van solidariteit een heikel punt. Menken: ‘Tegen delen van de risico’s zeggen de meeste deelnemers “ja”. Maar als het gaat over de overdracht van geld naar andere groepen dan ligt dat een stuk gevoeliger. De tijd dat men dacht dat het op lange termijn wel goed komt ligt achter ons.´
 
Gebruik een checklist bij het keuzeproces
Menken pleitte voor afstand nemen en bij de basis beginnen. 'Bestuurders moeten de uitdaging gestructureerd aanpakken. Dat kan door de kenmerken van het fonds te inventariseren en de doelstellingen van het fonds vast te stellen. Dat moet het uitgangspunt zijn van de exercitie. Er zijn natuurlijk nog witte vlekken, maar die kunnen later worden ingevuld’, zei Menken.
 
Om de discussie te objectiveren en geen zaken over het hoofd te zien, is het van belang een checklist te gebruiken bij het keuzeproces. ‘Het is zaak van tevoren goed te bedenken welke partijen je op welk moment gaat betrekken bij het proces. Soms wil je groepen meenemen in het proces en soms wil je bepaalde partijen er pas later bij betrekken. Door vroegtijdig te beginnen en de checklist regelmatig te doorlopen, ontwikkelt het denken en de discussie zich en kunnen blinde vlekken in de tijd worden ingevuld. Reken erop dat je soms weer van voren af aan zult moeten beginnen. Daarom is het van belang dat je niet in tijdnood komt.´ 
  
Voorbereiding geeft een voorsprong als kabinet met wet komt
Zowel Roel Menken als Raimond Schikhof van het Randstad pensioenfonds voorzien een tijdrovend traject. ‘Het is drie stappen vooruit en twee stappen achteruit’, aldus Schikhof. Veel bestuurders in de zaal vragen zich af of het wel mogelijk is de keuzeprocedure te beginnen als nog zoveel onbekend is. ‘De witte vlekken kun je later invullen. Dat veel nog onduidelijk is, is geen excuus niet al vast na te denken over de keuze. Je bent dan beter voorbereid als het kabinet straks aanvullende informatie bekendmaakt’, aldus Menken.
 
Een aantal bestuurders zei dat de keuze voor een reëel contract gezien de lage dekkingsgraad van hun fonds eigenlijk geen optie is. ‘Een daling van de dekkingsgraad met 30 procent in combinatie met de boodschap dat het pensioen daardoor verbetert, valt niet uit te leggen’, aldus een bestuurder van een groot fonds. Deze fondsen vrezen dat ze wel voor nominaal moeten kiezen met als consequentie dat hun beleggingsbeleid flink aan banden wordt gelegd. ‘De kans op indexatie zal dan gering zijn’, aldus een bestuurder.

 

06 Nadenken over nieuw pensioencontract | IMAGE 2In de praktijk: Pensioenfonds Randstad 
 
‘Hoewel er officieel nog niet veel bekend is, is het bestuur toch begonnen na te denken over de keuze tussen nominaal, reëel of het mogelijke alternatief van een beschikbarepremieregeling (Defined Contribution)’, zegt Raimond Schikhof, directeur van het pensioenfonds van Randstad. Bij dit fonds (750 miljoen onder beheer) bouwen de circa vijfduizend vaste medewerkers van de uitzendorganisatie pensioen op.  
Omdat de keuze tussen de verschillende contracten een vrij abstract onderwerp is, pleit Schikhof voor het concretiseren van de diverse pensioenvormen. ‘Ik ben begonnen om eens een actuariële en bedrijfstechnische nota (abtn) te schrijven die zou passen bij een reëel contract. Als je dat doet, krijg je meer inzicht alles wat erbij komt kijken. Je ziet aan welke knoppen je al dan niet kunt draaien en welke informatie je nog mist.’
 
Het fonds van Randstad heeft in 2011 al onderzocht hoe het stond met de risicobereidheid van de deelnemers. De respons was hoog: 45 procent van de deelnemers deed mee aan de enquête.
 
‘Het is opvallend dat de risicobereidheid - wat sowieso een lastig begrip is - bij ouderen en jongeren ongeveer gelijk is. De veronderstelling dat ouderen minder risico willen lopen dan jongeren blijkt bij ons in elk geval niet te kloppen’, aldus Schikhof.
 
Het Randstadfonds neigt naar de keuze tussen een DC-regeling of een reëel contract. Van belang daarbij is de ambitie van het fonds de inflatie bij te benen. ‘Dat is een belangrijke bestaansreden voor een fonds’, aldus de pensioendirecteur.
 
Als het bestuur kiest voor een reëel contract zal de dekkingsgraad van circa 100 procent (eind mei) naar 80 procent dalen. ‘Onder het nieuwe FTK kun je dat tekort uitsmeren over tien jaar. Dat betekent dat je begint met het vooruitzicht dat je de komende tien jaar 2 procent per jaar moet gaan korten. Dat is lastig uit te leggen. We merken dat de ouderen erop vertrouwen dat de sponsor zal bijspringen. Ze willen niet geloven dat je dat niet meer kunt verwachten. De bijdrage van het moederbedrijf is vastgelegd en zal niet meer stijgen. Aan die realiteit zullen velen nog moeten wennen.’


Deel deze pagina: