By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

"Maak een eind aan het one-size-fits-all-pensioen"

Interview met Tom Steenkamp

28-01-2013 | Tom Steenkamp

De Autoriteit Financiële Markten noemt de ‘doorsneepremie’ in het pensioenstelsel oneerlijk voor jongeren. Volgens de pensioensector hoort de toezichthouder zo’n uitspraak niet te doen. Pensioendeskundige Tom Steenkamp van Robeco reageert inhoudelijk: ‘De pensioensector kan meer rekening houden met verschillen tussen jong en oud.’

Bestuurder Harman Korte van de Autoriteit Financiële Markten gooide medio januari de knuppel in het hoenderhok. Hij noemt de ‘doorsneepremie’ een oneerlijke subsidie van jongeren naar ouderen. De pensioensector reageerde als door een horzel gestoken. Volgens de Pensioenfederatie hoort de AFM zich als uitvoerende toezichthouder niet uit te laten over de doorsneepremie. 
 
Het taboe in pensioenland op een discussie over de doorsneepremie is doorbroken. Wat vind je daarvan?
Dat is een goede zaak. Het Nederlandse pensioenmodel laat zich te zeer kenmerken als een eenheidsworst; een “one size fits all”-systeem. De doorsneepremie  –  dat is eenzelfde premiepercentage voor alle deelnemers -  is daar ook een voorbeeld van. Wat meer flexibiliteit is van harte toe te juichen.

Klopt de stelling dat de doorsneepremie jongeren benadeelt ten opzichte van ouderen? 
Ja, die stelling is juist. Jongeren betalen relatief te veel en ouderen te weinig. Daar zijn twee redenen voor. Allereerst is de kans dat de pensioengerechtigde leeftijd niet wordt gehaald groter voor een jongere dan voor een oudere. De tweede reden is dat de premie die een jongere inlegt nog veel langer kan worden belegd, en daardoor dus beduidend meer waarde vertegenwoordigt dan de premie die een oudere inlegt.

“De premie die een jongere inlegt, kan veel langer worden belegd.”  
 
Waarom is de discussie over de doorsneepremie niet veel eerder zo sterk opgelaaid?
Vroeger was het geen probleem. Een systeem van doorsneepremie, waarbij jong oud financiert, werkt wanneer je of je hele leven in hetzelfde pensioenfonds blijft of alle werknemers in Nederland een vergelijkbare pensioenregeling hebben. Dat is niet langer het geval. Zo zien we –ook in Nederland – dat steeds meer bedrijven overstappen op een beschikbare premieregeling, de zogeheten DC-regeling. Daarbij geldt dikwijls dat meer premie moet worden betaald wanneer men ouder wordt. En er is nog een trend. Steeds meer werknemers kiezen er op latere leeftijd voor om zelfstandig ondernemer te worden. Deze zzp´ers kunnen niet meer profiteren van de subsidie van jongeren.

Is de doorsneepremie vanuit economisch oogpunt verstandig? Wat zegt de economische theorie hierover?
Economisch gezien lijkt het niet zo zinnig. Vanuit economisch oogpunt draait het om nutsmaximalisatie. Een premie is optimaal en efficiënt als die aansluit bij de voorkeuren van individuen. Echter, het berekenen van deze premie volgt uit een ingewikkeld samenspel van consumptie- en spaarwensen en rendementsverwachtingen, die zich in de praktijk maar moeilijk laten meten.
Maar één ding is wel duidelijk. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat een efficiënte allocatie neer zou komen op een gelijk premiepercentage over alle leeftijden. Dat lijkt eerder toeval dan werkelijkheid. Denk alleen maar aan het feit dat jongeren in de praktijk vaak minder financiële armslag hebben om geld opzij te zetten dan ouderen. 
 
Wat vind je van het voorstel van toezichthouder AFM voor een betere verdeling tussen jong en oud? De belastingdienst zou een variabele premie mogelijk moeten maken? 
Er zijn betere oplossingen denkbaar. De Autoriteit Financiële Markten (AFM ) kiest een oplossing binnen het traditionele systeem, het zogeheten defined benefit-systeem. De toezichthouder gaat voorbij aan het feit dat de Belastingdienst binnen het beschikbare premieregelingen, het zogeheten defined contribution-systeem, allang een systeem van een stijgende premie met de leeftijd faciliteert.

“Er zijn betere oplossingen denkbaar dan het voorstel van de AFM”  
 
Wat zijn  betere oplossingen om meer rekening te houden met de verschillen tussen jong en oud?
Je kunt ook kijken naar het beleggingsbeleid. De meeste pensioenfondsen met een defined benefit-regeling hanteren niet alleen een uniform premiepercentage, maar ook een uniform beleggingsbeleid over alle leeftijden. Zo hebben veel pensioenfondsen een mix van 50% aandelen en 50% obligaties en deze vaste gewichten gelden voor alle leeftijden. De beleggingstheorie heeft ons echter geleerd dat als je jong bent, je meer risico kan nemen in de portefeuille dan wanneer je oud bent. Vervolgens kan het percentage aandelen in de pensioenportefeuille het beste afnemen naarmate de leeftijd stijgt, want je wilt niet vlak voor de pensioengerechtigde leeftijd vermogensrisico’s lopen. Dit principe heet levenscyclusbeleggen.
 
Alles goed en wel, maar levert levenscyclusbeleggen ook een beter pensioen op?
Dat is natuurlijk de hamvraag. Uiteraard hangt dat af van de specifieke invulling van beide strategieën. In het algemeen geldt natuurlijk dat strategieën waar gemiddeld meer in aandelen wordt belegd ook een hoger verwacht pensioen opleveren. Daartegenover staat natuurlijk dat het risico op een (heel) slecht resultaat toeneemt.
Uit simulaties blijkt dat een beleggingsstrategie met vaste gewichten en het levenscyclusbeleggen, die vergelijkbaar zijn in termen van het verwachte pensioenresultaat,  in gunstige scenario’s (met hoge rendementen) ongeveer hetzelfde opleveren. Maar het neerwaartse risico van de levenscyclus -strategie is veel kleiner. In het slechtste scenario kan de pensioenuitkering bij een beleggingsbeleid met vaste gewichten wel 50% lager uitpakken dan in een leeftijdsgedifferentieerd beleid. 
 
Hoe verwacht je dat deze discussie over jong versus oud verder zal verlopen?
Het is onvermijdelijk dat hier nog een stevig debat over wordt gevoerd. Want de samenleving vergrijst, en de arbeidsmarkt is veranderd. Pensioenfondsen kunnen hun huidige beloftes niet waarmaken.

Deel deze pagina: