By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Bestuurders zijn bereid keuzes te maken

22-01-2015 | Visie | Tom Steenkamp Goede voornemens en nieuwe mogelijkheden domineerden het pensioenseminar dat op dinsdagmiddag 7 januari werd gehouden in het Amsterdamse Rosarium. Thema van het seminar: ‘Beheers het pensioenlandschap!’.

In het kort:
  • Perspectief van deelnemers staat centraal in pensioendialoog 
  • Meerdere modellen voor pensioenstelsel 
  • Premieregelingen als volwaardig alternatief voor uitkeringsregelingen 
  • APF bruikbare optie voor ondernemingsfondsen

Hoewel 2015 weer een druk jaar belooft te worden, is de stemming bij bestuurders sinds lange tijd weer positief. De wetgever bood eind 2014 concrete oplossingsrichtingen zoals het Algemeen Pensioenfonds (APF) en de collectieve premieovereenkomst, en fondsen kijken uit naar de uitkomst van de Nationale Pensioendialoog als aanzet voor nog meer fundamentele veranderingen in de sector. Als op meer punten wettelijk flexibiliteit wordt geboden, zal 2015 een geslaagd jaar worden. Karin Bitter, manager Pensioenbeleid bij Zorg & Welzijn (PFZW), leidde de middag die Robeco en de Blue Sky Group jaarlijks mogelijk maken.

Herwinnen van vertrouwen
Als eerste spreker gaf Emile Soetendal, programmamanager Nationale Pensioendialoog, inzicht in het proces van de Nationale Pensioendialoog. Dit initiatief van staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken, is bijna afgerond. Omdat Klijnsma al snel na het seminar de eerste bevindingen zou presenteren, beperkte Soetendal zich tot de procesgang en enkele waarnemingen. “We hebben gemerkt dat het onderwerp pensioenen emoties losmaakt. Tussen de 900 reacties (te lezen op de website van de nationale pensioendialoog) zaten ook een aantal boze reacties waaruit blijkt dat het onderwerp leeft”, aldus Soetendal. “Bij het nadenken over een eigentijds pensioenstelsel zullen we veel gewicht toekennen aan het herwinnen van het vertrouwen van de deelnemer”.

Dit sluit aan bij de oproep van Klijnsma om een open en brede dialoog te voeren en deze niet te beperken tot de gebruikelijke pensioenexperts die al gauw gaan discussiëren over allerlei technische details. Het perspectief van de deelnemer staat bij de dialoog dan ook centraal.

‘Uit de boze reacties blijkt dat het onderwerp pensioenen leeft’

“We zijn nu in de fase van het ordenen van alle verzamelde standpunten”, zei Soetendal. “Er vallen enkele rode draden te ontdekken. De algemene indruk is dat de meeste deelnemers vinden dat een fundamentele verandering nodig is, maar ook dat we de goede elementen van het stelsel moeten behouden.”

Een andere belangrijke constatering is volgens Soetendal dat vrijwel iedereen pensioen complex vindt. “De professionele discussie over pensioenen heeft vaak een erg technisch karakter en begripsverwarring ligt op de loer. Verder is het onderscheid op voorhand niet altijd voor iedereen duidelijk tussen noodzakelijk onderhoud - zoals nu wordt doorgevoerd via bijvoorbeeld de aanpassingen in het FTK - en fundamentele veranderingen die gaan volgen om de houdbaarheid van het stelsel te borgen”.

Drie fundamentele waarden
Net als de werkgevers, de bonden, de Pensioenfederatie en andere grote fondsen neemt PFZW actief deel aan de Nationale Pensioendialoog. Binnenkort presenteren voorzitter Hans Alders en directeur Peter Borgdorff de PFZW-visie aan staatssecretaris Klijnsma. Bitter gaf alvast een voorproefje: “PFZW gaat uit van drie fundamentele waarden. Een goed pensioenstelsel voorkomt dat mensen onvoldoende zelf regelen. In die zin is het paternalistisch. Ten tweede maakt een pensioenstelsel risicodeling binnen en tussen generaties mogelijk. Ten derde zorgen werkgevers en werknemer voor voldoende premie.”


Drie modellen


Bron: PFZW

Op basis van deze uitgangspunten, aangevuld met de notie dat een verplicht stelsel tot de beste resultaten leidt, heeft PFZW drie modellen uitgewerkt. Het eerste model lijkt het meest op het huidige stelsel. Het verschil is dat het mogelijk wordt eenmalig geld op te nemen, bijvoorbeeld om een huis aan te passen zodat de gepensioneerde langer in zijn woning kan blijven wonen. In het tweede model is het latente generatieconflict als gevolg van de doorsneepremiesystematiek uitgebannen. De premie is gelijk, maar de opbouw is leeftijdsafhankelijk (degressief). “Dat kan een positief effect hebben op het draagvlak”, aldus Bitter.

Het derde model is het verst verwijderd van het huidige stelsel. In dit model heeft iedere deelnemer een eigen pensioenpot. Belangrijke risico’s zoals langleven en inflatie worden gedeeld. Bitter: “De regels voor een premieovereenkomst worden verruimd. Dat is een mooie aanzet, maar helaas voor enkele pensioenfondsen nog onvoldoende om deze meer flexibele pensioenregeling mogelijk te maken. PFZW maakt op dit moment nadrukkelijk nog geen keuze. Deze keuze is afhankelijk van de mate waarin in elk van de modellen invulling kan worden gegeven aan de genoemde kernwaarden. Het gaat er om dat de wetgever alle modellen mogelijk maakt, zodat elk pensioenfonds de meest passende keuze kan maken”.

Verhullend taalgebruik bestrijden
Hoogleraar Tom Steenkamp scheidde helder feiten en fictie rondom DB-, CDC- en premieregelingen. Zijn voornemen is om verhullend taalgebruik te bestrijden en beslissers te behoeden voor vooringenomenheid en uit te gaan van aangetoonde verbanden.

Steenkamp, naast hoogleraar directeur Investment Research bij Robeco, pleitte daarom net als Soetendal voor eenvoud. “Ik heb een paar goede voornemens voor de pensioensector. Laten we in het vervolg één taal spreken.” Voorbeeld van onduidelijk taalgebruik is volgens Steenkamp de term CDC. “Dat is geen premieovereenkomst, maar een uitkeringsovereenkomst waarbij de premie is gemaximeerd”, aldus de hoogleraar. “Laten we daar duidelijk over zijn.”

Steenkamp vindt dat premieregelingen moeten worden gezien als volwaardig alternatief voor een uitkeringsregeling. “Wie beweert dat de uitkomsten van Nederlandse premieregelingen slecht zijn, moet dat staven met feiten en niet klakkeloos verwijzen naar buitenlandse voorbeelden. Dat geldt ook voor het fenomeen pech- en gelukgeneraties. Als je naar de uitkomsten kijkt van de afgelopen honderd jaar zie je dat de verschillen niet zo groot zijn. Veel vooringenomenheid zit jammer genoeg onterecht tussen de oren”.

Volgens Steenkamp hebben premieregelingen onder de huidige regels al veel pluspunten die aansluiten bij de wensen van deelnemers. “Er zijn duidelijke eigendomsrechten en de deelnemers profiteren van de schaalvoordelen van collectief beleggen. Risico’s zoals langleven kunnen worden verzekerd binnen een solidariteitskring.”


Wat zegt de wetenschap?


Bron: Robeco


Dat wil niet zeggen dat er niets te wensen overblijft. “De brief van Klijnsma over premieregelingen is een mooi begin. Het is een verbetering dat doorbeleggen na de pensioendatum mogelijk wordt. Maar aan de premiekant zou meer flexibiliteit moeten komen wat een welvaartswinst van maar liefst 8% kan opleveren.

Nu zitten we vast aan de 3%- of 4%-staffel. Het nadeel is dat jongeren weinig premie betalen en ouderen veel.” Deze constructie is volgens Steenkamp ongunstig voor jongeren. “Die hebben een lange beleggingshorizon en zouden meer moeten kunnen inleggen. Een doorsneepremie leidt bij een premieregeling tot een uitkomst die 40% hoger is dan bij de 3%-staffel.” Bij DB-regelingen ligt de doorsneepremie juist onder vuur vanwege de inkomensoverdracht van jong naar oud. Bij premieregelingen is dat niet het geval omdat het gaat om individuele pensioenpotten.

Het Algemeen Pensioenfonds: een zeer bruikbare optie
Sako Zeverijn, bestuurder bij pensioenfonds F. van Lanschot en het gesloten beroepsfonds voor tandartsen, vertelde wat zijn ervaringen zijn bij de opzet van een APF. Zeverijn was verguld met de inspanningen van SZW om een solide wetsvoorstel te formuleren en de positieve houding van de DNB om fondsen te helpen een APF op te richten.

Het ingediende wetvoorstel maakt dat het APF een werkbaar alternatief is voor ondernemingspensioenfondsen die niet willen kiezen voor liquidatie gevolgd door een fusie, of het onderbrengen van de regeling bij een bedrijfstakpensioenfonds of verzekeraar. “Vorig jaar heeft het bestuur van Pensioenfonds F. Van Lanschot samen met enkele vergelijkbare fondsen uit de financiële sector besloten een studie te doen naar de haalbaarheid van een APF”, zei Zeverijn. “Achterliggende gedachte is dat ons fonds keuzes in eigen hand wil houden. Ooit krijgt het fonds te maken met de gevolgen van vergrijzing en een onderneming waarbij het aantal werknemers niet meer groeit. Dat moment kun je beter voor zijn.”

Volgens Zeverijn gaan veel ondernemingspensioenfondsen gebukt onder de hogere eisen die worden gesteld aan de bestuurders. Verder moeten ze scherp letten op de uitvoeringskosten per deelnemer. “De continuïteit wordt op de kortere of langere termijn een issue. Waardeoverdracht, een fusie of de regeling onderbrengen bij een verzekeraar zijn minder aantrekkelijke opties. Het APF lijkt een uitstekend alternatief waarbinnen meerdere pensioenregelingen kunnen worden ondergebracht. In principe kan iedereen een APF oprichten”, aldus Zeverijn.

‘Het APF is een verrijking van het pensioenlandschap’

Het grootste voordeel van een APF is dat dit vehikel vele soorten regelingen kan herbergen. “De solidaire en sociale kenmerken van de eigen regeling kunnen worden gehandhaafd”, aldus Zeverijn. Een ander vaak genoemd voordeel is dat de kosten van een APF lager zullen uitvallen. Zeverijn vindt dat speculatief. “Dat moet nog blijken. Het bestuur kan efficiënter worden ingericht omdat je één bestuur hebt voor meerdere regelingen. De kosten zullen echter niet vanzelf dalen. Zeker bij voortzetting van verschillende regelingen binnen een APF is het de vraag of dat leidt tot lagere kosten. Dat voordeel is wél te verwachten als de regelingen worden geharmoniseerd.”

Hoewel nog zaken als het vereiste werkkapitaal en de rol van het belanghebbendenorgaan nog niet helemaal helder zijn, dicht Zeverijn het APF een grote kans van slagen toe. “Het APF is een flexibel concept. Het is een verrijking van het pensioenlandschap. Ook voor gesloten fondsen kan een APF een interessante optie zijn. Ik verwacht de komende tijd veel initiatieven van vooral pensioenfondsen om zich bij een APF aan te sluiten. Bovendien stelt de toezichthouder zich proactief op. Ook als je nog geen vergunning hebt aangevraagd, wil DNB al met je praten.”

Goede voornemens
“Het valt op dat er niet geklaagd werd over de toezichthouder of de lage rente. Uit de levende discussies blijkt dat pensioenbestuurders vooruit kijken en zich duidelijk richten op oplossingen in plaats van problemen”, constateerde mede-initiatiefnemer Roland van den Brink (Trignum) tevreden aan het eind van de bijeenkomst. “Ik hoop dat de politiek, gesteund door SZW, de moed heeft om gedurende 2015 de genoemde hindernissen weg te nemen om bestuurders de ruimte te geven om ons mooie stelsel toekomstbestendig in te richten.”
Tom Steenkamp

Tom Steenkamp

Head Investment Research
Deel deze pagina:


Join the conversation



Nieuwsbrief

Meld u aan voor onze e-mail nieuwsbrief om updates te ontvangen en op de hoogte te blijven van aankomende webinars.