By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Jacqueline Lommen

Tussen DB en DC

26-03-2014 | Visie | Jacqueline Lommen In het kader van de stelselherziening neemt een werkgroep onder de vleugels van Netspar premieregelingen onder de loep; een tweede onderzoekt fundamentele dilemma's van ons pensioenstelsel. De eerste bevindingen komen dit voorjaar naar buiten.

Volgens Jacqueline Lommen, directeur Europese pensioenen bij Robeco en één van de deelnemers in de Netspar-werkgroep die zich verdiept in premieregelingen (DC), is de trend onomkeerbaar dat het risico van pensioen steeds meer bij de deelnemer komt te liggen. Als drijfveer noemt ze de veranderingen in internationale boekhoudregels en aangescherpte eisen aan de solvabiliteit waar ondernemingen mee te maken hebben. Een toekomstbestendige regeling houdt rekening met deze verschuiving van het risico. “De trend naar beschikbare premie is een gegeven. Dat willen we in goede banen leiden."

Daarmee wil ze niet zeggen dat ze per se voorstander is van premieregelingen. Maar niemand kan zijn ogen sluiten voor de realiteit waarin bijvoorbeeld werkgevers de risico's van uitkeringsovereenkomsten niet meer kunnen dragen. Lommen ziet dat dit besef steeds beter doordringt. De groeiende vraag vanuit de sector naar (goed doordachte) premieregelingen is daar een bevestiging van. De pensioenregeling van de toekomst combineert goede elementen van uitkeringsovereenkomsten en premieregelingen, zo is ook haar verwachting.

De komende maanden zoekt de werkgroep onder meer naar antwoord op de vraag hoe je persoonlijke eigendomsrechten kunt toekennen. Dit raakt aan de discussie over de doorsneepremie en intergenerationele solidariteit. “Dit is eigenlijk de vraag hoe je pensioengeld dat is ondergebracht in uitkeringsovereenkomsten moet verdelen over generaties: welk geld is van wie? In het buitenland is het heel normaal om vooraf en transparant een verdeling vast te leggen: iedere deelnemer heeft dan een individuele rekening. In Nederland vindt de verdeling van oudsher achteraf plaats.”

‘De trend naar beschikbare premie in goede banen leiden’

Hard en zacht
Een tweede vraagstuk is de uitkeringsfase van premieregelingen. Ironisch genoeg zijn de pensioenrechten dan spijkerhard, omdat deelnemers op pensioendatum verplicht een levenslange gegarandeerde annuïteit moeten aankopen. “Die knip moet eruit. De uitkeringsfase moet zachter worden. We hebben van uitkeringsovereenkomsten geleerd dat garanties geld kosten. Het idee is om te kijken hoe je dit flexibeler kunt maken: hoe kun je elementen als LAM (levensverwachtingsaanpassingsmechanisme) en RAM (rendementsaanpassingsmechanisme) inbouwen? Wat is de beste verhouding tussen een hard deel, dat je gebruikt om een bodem te leggen in de uitkering, en een zacht deel waarmee je verder kunt beleggen na pensioendatum?”

In december 2013 nam de Tweede Kamer een motie aan van Helma Lodders van de VVD die vraagt om meer flexibiliteit bij de aankoop van pensioen. Lodders opperde meerdere aankoopmomenten of het gebruik van banksparen. Als reden noemde ze dat de rentestand enorme impact kan hebben op de aan te kopen pensioenuitkering. Lommen zegt dat het vraagstuk waar de werkgroep zich over buigt veel verder gaat. “Dit is een fundamentele discussie.” Bovendien omzeilen veel 'moderne' premieregelingen de harde pensioenknip door risico's te mitigeren.

Vereenvoudigen
Ten derde kijkt de werkgroep naar het vereenvoudigen van pensioenregelingen. Overeenkomsten die werkgevers veel geld kosten en die werknemers matig of niet waarderen omdat ze te ingewikkeld zijn, leveren louter verliezers op.

Verder is er aandacht voor levenscyclusbeleggen. “Nederland loopt hierin voorop. Knappe koppen achter ALM-strategieën gebruiken hun expertise steeds vaker voor verdere ontwikkeling van levenscyclus-strategieën.” Ook invaren van rechten die deelnemers hebben opgebouwd in een uitkeringsovereenkomst staat naar verwachting op de agenda. “Oude rechten uit uitkeringsovereenkomsten die niet volledig zijn gedekt hangen als een zwaard van Damocles boven het pensioenstelsel. Het eenvoudigweg sluiten van deze overeenkomsten om vervolgens voor de toekomst over te stappen naar een premieregeling is geen oplossing voor het probleem. Dit schuift het probleem alleen maar naar voren.” In Engeland is er wel voor gekozen om oude regelingen te sluiten, zegt Lommen. En dat was geen verstandige zet, zo luidt de onderliggende boodschap.

“In Nederland is het streven om een premieregeling te ontwerpen die als volwaardig alternatief kan dienen, zodat het mogelijk is om in te varen. Dit betekent onder meer dat we moeten berekenen welke impact een transitie heeft. En ook dat we ervoor moeten zorgen dat niemand onevenredig hard wordt geraakt.” Het is volgens Lommen te simpel om te stellen dat dit overgangsprobleem zich bij dekkingsgraden van, zeg 110 procent, niet voordoet. “Dat is slechts een boekhoudkundige momentopname, een papieren waarheid die afhangt van de parameters die je kiest.”

Kruisbestuiving
Parallel aan de werkgroep waar Lommen aan deelneemt, borduurt een tweede werkgroep voort op een rapport uit september 2013 dat inging op gedeelde uitgangspunten en dilemma’s bij het ontwerp van nieuwe pensioencontracten en het bijbehorende FTK. Winstpunt van dat eerste onderzoek was dat dit aantoonde dat de eensgezindheid onder pensioenexperts in Nederland veel groter is dan vaak wordt gedacht. “Dit project heeft ertoe geleid dat we elkaars standpunten veel beter zijn gaan begrijpen,” zei Theo Nijman, wetenschappelijk directeur van Netspar hierover eerder tegen IPNederland. “We hebben nu begrip voor elkaars argumenten. Alleen de weging die we aan die argumenten toekennen, verschilt.” Over de vragen die deel uitmaken van het vervolgonderzoek zei hij: “Naast de vraag of we met een financieel of sociaal contract te maken hebben, gaat het om de voor- en de nadelen van de grote verplichtstelling en over de doorsneepremie.”

Als het goed is ontstaat er kruisbestuiving tussen de ideeën van beide, zegt Lommen. Beide werkgroepen hebben immers hetzelfde doel: het ontwerpen van een toekomstbestendige pensioenregeling die kan bijdragen aan hernieuwd vertrouwen in het Nederlandse pensioenstelsel.

Dit artikel verscheen eerder in IPNederland

Deel deze pagina: