By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Het beste uit DB en DC samenbrengen

Premieovereenkomsten gebaat bij flexibele uitkeringsfase

14-10-2014 | Interview

Steeds vaker kiezen bestuurders van pensioenfondsen en ondernemingen voor een beschikbare premieregeling, ook wel DC-regeling genoemd. Theo Nijman, hoogleraar risicomanagement van pensioenen aan de Universiteit Tilburg, en Oskar Poiesz, director DC-pensioenen bij Robeco, pleiten voor pensioenregelingen die het beste uit DB (defined benefit) en DC (defined contribution) samenbrengen. Meer flexibiliteit in de uitkeringsfase van DC-regelingen zou een stap in die richting zijn.

Waardoor winnen beschikbare premieregelingen aan populariteit?

Theo Nijman: “Nieuwe boekhoudregels hebben ertoe geleid dat de werkgever in veel gevallen niet langer de beleggingsrisico’s wil dragen. Het oude DB, waarbij de deelnemer zeker was van een bepaald pensioeninkomen en geen risico liep, bestaat niet meer. De afgelopen jaren, met alle kortingen, hebben dat duidelijk gemaakt. Ook in DB ligt het risico bij de deelnemer. In die context is het een logische ontwikkeling dat DC terrein wint.”

Oskar Poiesz: “We zien dit terug bij ondernemingen die internationaal opereren, waarbij de concurrentie en ook vaak de dochterondernemingen buiten de grenzen een DC-regeling hebben. Een aantal heeft de overstap al gemaakt of is dit stapsgewijs aan het doen. Verder betekent de versobering van het Witteveen-kader dat bijna alle Nederlandse pensioenfondsen naar een hybride systeem toe moeten. Alle inkomens boven de 100.000 euro zullen namelijk onder een beschikbare premieregeling vallen. Alleen daardoor al krijgen de ‘traditionele’ DB-pensioenfondsen er mee te maken.”

Is de opkomst van het meer individuele DC een gewenste ontwikkeling?

Oskar Poiesz: “In hoeverre pensioenregelingen individueler worden is aan de sociale partners. Ik zie de volledige verschuiving van DB naar DC nog niet heel snel gebeuren, al is een aantal grote pensioenfondsen hier mee bezig. Het is wel een eenrichtingsweg. Heeft een werkgever voor een DC-overeenkomst gekozen, dan kan hij niet eenvoudig terug naar een DB-overeenkomst.”

Theo Nijman: “Als we er maar een verstandige regeling van maken. Of die nu DB of DC heet maakt me niet uit, ik pleit voor het beste van twee werelden. De solidariteit met betrekking tot het langlevenrisico in DB is een goed element. De overheid stelt nu, overigens ook bij DC, als randvoorwaarde dat er een uitkering tot overlijden moet zijn. Aan de andere kant is er ook de maatschappelijke roep om meer keuzemogelijkheden. DC maakt het makkelijker om die te introduceren doordat het duidelijke eigendomsrechten kent. Premieregelingen verdienen meer krediet. Maar ik hoop vooral dat de polarisering zal ophouden. De aantrekkelijke pensioenregelingen liggen in het midden.”

Hoe kunnen DB en DC dichter bij elkaar worden gebracht?

Theo Nijman: “De overheid doet er verstandig aan om bij DC-regelingen mogelijk te maken dat, net als bij DB, doorbelegd kan worden na de pensioendatum. Nu dwingt ze af dat bij pensionering een vast bedrag in euro’s wordt toegezegd. Daardoor is sprake van inflatierisico, want het betreft een nominale pensioentoezegging. Een tweede nadeel van die verplichte knip op de pensioendatum is dat er in de uitkeringsfase geen beleggingsrisico meer genomen mag worden. Dat is raar, want naar verwachting leven de mensen nog een jaar of twintig. Met een dergelijke beleggingshorizon kun je wel wat beleggingsrisico dragen. Dan heb je betere uitkomsten, met maar een klein beetje meer onzekerheid.”

Oskar Poiesz: “De knip heeft ook een goede kant, want de verplichting om de pensioenpot om te zetten in een levenslange annuïteit geeft zekerheid over de uitkering, ongeacht hoe oud je wordt. Maar het is nu te strikt en te star. De branche vraagt terecht de uitkeringsfase flexibeler te maken.”

’De branche vraagt terecht de uitkeringsfase in DC flexibeler te maken’

Hoe zou die flexibilisering van de uitkeringsfase bij DC eruit moeten zien?

Oskar Poiesz: “Je zou een deel van het geld moeten kunnen gebruiken om door te beleggen. Je krijgt dan een splitsing van het kapitaal in een deel dat zorgt voor een bodem waardoor je zeker bent van een levenslange uitkering, en een deel dat je belegt en waarmee je streeft naar een hoger pensioen.”

Theo Nijman: “Daarnaast kun je het moment waarop je moet overstappen flexibiliseren. Net als in de afgelopen vijf jaar, als tijdelijke maatregel, het geval is geweest. Je mag de aankoop van de annuïteit dan opschuiven in de tijd. Moderne DC-producten hebben dat probleem al ondervangen door in de laatste jaren voorafgaand aan de conversie naar een annuïteit de aandelenweging in portefeuilles af te bouwen. Daarnaast wordt het renterisico gelijk gemaakt aan dat van de annuïteit die wordt ingekocht.”

Is het goed als deelnemers het opgebouwde kapitaal voor andere zaken dan pensioen aan kunnen wenden?

Theo Nijman: “Met die derde mogelijkheid tot flexibilisering dient voorzichtig te worden omgegaan. Ik kan me voorstellen dat het mogelijk wordt gemaakt om pensioengeld deels aan te wenden voor een verbouwing zodat je als oudere langer thuis kunt blijven wonen. Of dat pensioengeld mag worden ingezet voor bepaalde vormen van gezondheidszorg. Maar de overheid moet wel duidelijk aangeven welke doelen zijn toegestaan en de pensioenuitvoerders moeten het op een goede manier faciliteren. De wetenschappelijke literatuur geeft aan dat mensen niet altijd goed met die keuzes kunnen omgaan.”

Kunnen we hierbij iets leren van het buitenland?

Oskar Poiesz: “In Engeland zijn ze in het verleden overgegaan van DB naar DC. Ze hebben daar een dramatische omslag gemaakt, met alle gevolgen van dien. Nu halen ze daar de scherpe kanten vanaf. Ook hebben ze er meer flexibele mogelijkheden in de uitkeringsfase.”

Theo Nijman: “Een goede stap die ze daar hebben gezet is het invoeren van ‘auto enrollments’. Deze zorgen ervoor dat als een individu niet zelf bewust keuzes maakt, hij automatisch een verantwoorde keuze maakt. Een ontwikkeling waar ik moeite mee heb is dat de Britten de verplichte levenslange uitkering waarschijnlijk gaan opheffen. Die keuzemogelijkheid moet je niet geven aan individuele werknemers.”

Maken de keuzemogelijkheden voor deelnemers, en de uiteenlopende manier waarop pensioenuitvoerders daarmee omgaan, DC-regelingen niet te complex?

Theo Nijman: “Dat gevaar is er. Daarom moet de overheid daar een sturende rol in hebben. Onder andere door standaardisering van communicatie en keuzes, omdat anders niemand het meer begrijpt. Ik geloof in een gelaagd model, waarin de overheid die randvoorwaarden stelt, de werkgever samen met de ondernemingsraad de pensioenuitvoerder kiest en daarna de uitvoerder kiest welke keuzes het individu zelf kan maken. Dan heb je filters voordat je keuzes bij het individu neerlegt. Voor de duidelijkheid en om de deelnemer tegen zichzelf te beschermen.”

Oskar Poiesz: “De achterliggende gedachte die in Nederland gangbaar is, is veel ‘verzorgender’ dan in bijvoorbeeld de VS. De standaard is dat de deelnemer meedoet aan de lifecycle die de pensioenuitvoerders bepaald hebben. Onderzoek toont aan dat als de deelnemer zelf gaat beleggen, zelf gaat timen, de resultaten veel slechter zijn.”

Hoe groot is het belang van beleggen in premieregelingen?

Oskar Poiesz: “De modellen die ten grondslag liggen aan de lifecycle-beleggingen in DC moeten goed zijn. Ze zijn doorslaggevend voor het beleggingsresultaat, net als de ALM-studies die gebruikt worden voor DB-regelingen. De beschikbare premieregelingen die vanaf de millenniumwisseling worden uitgevoerd waren aanvankelijk vaak op oude leest geschoeid. De komst van de premiepensioeninstelling, de PPI, heeft de markt flink opgeschud. De kosten zijn verlaagd en het lifecycle-beleggen is professioneler geworden. Bij Robeco hebben we veel studie gedaan naar de goede manier van beleggen voor DC-regelingen. Met onze uit de wetenschap verkregen inzichten hebben we de lifecyclemodellen verbeterd.”

’De komst van de premiepensioeninstelling heeft de markt flink opgeschud’

Is de sector zich voldoende bewust van het belang van op de juiste manier beleggen in DC-regelingen?

Oskar Poiesz: “Pensioenfondsbestuurders zijn, samen met hun beleggingsadviescommissies, professioneel met beleggen bezig. Soms moeten ze nog wat wennen aan het lifecyclebeleggen. Bij werkgevers met een eigen bedrijfspensioenfonds is dit bewustzijn ook aanwezig. Ondernemers die minder direct met pensioen te maken hebben, laten zich vaak begeleiden door adviseurs over de beleggingsaspecten van de pensioenregeling. Het werknemersbelang wordt geborgd door de ondernemingsraad erbij te betrekken.”

Theo Nijman: “Er is in de pensioenwereld veel kennis over het beheersen van beleggingsrisico’s. Maar je kunt wel stellen dat de sector in het verleden vooral veel nadacht over het beleggingsbeleid van het pensioenfonds en minder oog had voor het individu. Dat is nu aan het veranderen.”

Deel deze pagina:


Join the conversation

Nieuwsbrief professionals