By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Overheid geeft te rooskleurig beeld van pensioenopbouw

04-09-2013 | Visie | Tom Steenkamp

De overheid gebruikt geen realistische aannames voor de opbouw van pensioen in een premieregeling (DC). Gevolg hiervan is dat het pensioen voor werknemers wel eens flink kan tegenvallen, zegt Tom Steenkamp. 
 
Steeds meer werknemers bouwen een pensioen op in een zogeheten premieregeling (Defined Contribution). Het aantal is gestegen van 600.000 in 2009 naar 750.000 in 2011. De verwachting is dat deze groep verder groeit. Maar Tom Steenkamp, hoogleraar Beleggingsleer en financieringen en directeur bij Robeco, maakt zich zorgen. Volgens hem belooft de overheid meer dan ze kan waarmaken. “Er wordt een te rooskleurig beeld geschetst”, zegt Steenkamp in een toelichting op het whitepaper “Pensioenresultaat en DC-premiestaffels” .

De overheid doet toch geen pensioenbeloftes? Waarom zou er een te rooskleurig beeld worden geschetst?
Klopt. Maar er zit een impliciete belofte in de wet. Het lijkt alsof met de huidige beschikbarepremieregeling een pensioen kan worden opgebouwd dat vergelijkbaar is met maximaal 70% van het eindloon. Dat is de claim die wordt gemaakt in het officiële belastingbesluit, waarin de zogeheten premiestaffels staan. Deze staffels geven de maximale premiehoogtes aan voor belastingaftrek per leeftijdsgroep.

Kom je als pensioenspaarder dus niet uit op 70% van het eindloon, ook niet wanneer je maximaal premie inlegt?
Nee, we hebben zelf berekeningen gedaan en we concluderen dat de huidige premiestaffels - die overigens recent nog zijn bijgesteld - niet zullen leiden tot een pensioen van 70% van het laatstverkregen salaris. Het wordt tijd dat de suggestie in de Belastingwetgeving die hierop wijst, wordt geschrapt, want deze wekt ronduit verkeerde verwachtingen.

Hoe kan het dat een beschikbarepremieregeling veel minder pensioen zal opleveren?
Dat komt doordat de vooronderstellingen die de Belastingdienst maakt, niet realistisch zijn. Er zijn vier aannames belangrijk voor de berekening van de uiteindelijke pensioenuitkering. Die slaan op:

  1. Het rendement
  2. De conversierente
  3. De loongroei
  4. De levensverwachting

Waar komt de pensioenuitkering volgens jullie op uit bij maximale aftrekbaarheid?
Onze berekeningen komen uit op een pensioenresultaat dat vermoedelijk net iets boven de 50% van het laatstverdiende salaris zal liggen bij 35 jaar pensioenopbouw. Daarbij is uitgegaan van een reëel rendement van 3%, een conversierente van 4%, realistische stijgingen van de levensverwachting en salarisgroeipaden. Dat is dus een pensioenresultaat van net iets meer dan de helft van het laatste loon. En dat is toch wel een aanzienlijk verschil met het ambitieniveau dat nog steeds wordt gepropagandeerd. En deze pensioenuitkomst zal verder verslechteren wanneer de pensioenopbouw wordt versoberd; van 2,25% naar 1,85%. 

Welke aannames van de fiscus kloppen niet?
Eigenlijk valt op alle gehanteerde vooronderstellingen wat af te dingen. Maar laat ik inzoomen op de verwachting van het rendement. De overheid gaat uit van een gemiddeld jaarlijks rendement op het belegd vermogen van 4%. Dat is best te halen als je het hebt over NOMINAAL rendement. Maar de Belastingwet heeft het over een reëel rendement, dus na aftrek van inflatie..

Een reëel rendement van 4% haal je eigenlijk alleen als je minimaal voor 65% in aandelen belegt en de rest in obligaties. Maar als je de lifecycle principes volgt waarbij je rekening houdt met de levensloop van een werknemer, neemt het percentage – risicovollere - aandelen in de portefeuille af naarmate de pensioenleeftijd nadert. En dan kom je op een gemiddeld reëel rendement van 3,7% per jaar of lager uit. Wij concluderen dat zowel op basis van historische als geprognosticeerde cijfers een reëel rendement van 4% echt niet meer realistisch is.

“Een reëel rendement van 4% is echt niet meer realistisch”

Ook de andere aannames vallen te betwisten. Zo hebben we gezien dat de levensverwachting sterk stijgt, en dit heeft grote gevolgen voor het uiteindelijke pensioenresultaat. Maar de premiestaffels voor de DC-regeling passen zich erg vertraagd aan de nieuwe sterftetabellen aan, waardoor er een veel slechter pensioenresultaat uitkomt dan eerder voorzien. Ook is het heel ongelukkig dat bij het bereiken van iemands pensioenleeftijd de opgebouwde beleggingen in één keer verkocht moeten worden om van de opbrengst een levenslang pensioen in te kopen. Het moment van aankoop kan ongunstig zijn.

Wat gebeurt er wanneer het opbouwpercentage wordt verlaagd van 2,25% naar 1,85% zoals in het pensioenakkoord is afgesproken?
Dan komt het pensioenresultaat uit op ongeveer 57%. Dit is bij een rendement van 4%, geen inflatie en 37 jaar pensioenopbouw.

Wat zou de overheid moeten doen om mensen een realistischer beeld te geven?
Het wordt tijd dat de claim in de wet wordt geschrapt. Maar de overheid zou er ook goed aan doen de aannames dichter bij de werkelijkheid te brengen. Dat geldt in ieder geval voor de rendementsverwachting.

Spelen deze verkeerde vooronderstellingen ook pensioenspaarders in een traditionele DB-regeling parten? 
               
Je kunt het niet één op één vergelijken met een DB-regeling. Want een DB-regeling maakt bijvoorbeeld geen gebruik van de premiestaffels, maar hanteert een voor iedereen gelijke doorsneepremie. Het is wel de vraag of de fiscale ruimte die de Belastingdienst biedt voor beide regelingen ongeveer dezelfde is, of er sprake is van een gelijk speelveld.

En is er sprake van een gelijk speelveld tussen DC- en DB-regeling?
Nee, volgens mij niet. Het kabinet zegt van wel. De Tweede Kamer heeft gevraagd of de DC-regeling niet slechter wordt behandeld. En in antwoord op die vragen schrijft het ministerie: “Het pensioenresultaat met ingelegde premies bij DC-regelingen kan hoger of lager uitvallen dan bij DB-regelingen, maar  over het geheel genomen is de fiscale ruimte gelijk.”

Maar waar het om gaat, is niet zozeer de vraag of de ene regeling hogere premietarieven toestaat dan de andere, maar of de behandeling gelijk is. En de Belastingdienst gaat anders om met DC-regelingen dan met DB-regelingen. Dat zie je bijvoorbeeld wanneer de rente tegenvalt – lager dan 4% - dan kan de DB-regeling extra premie vragen aan pensioendeelnemers en die ook belastingvrij inhouden. Ook tegenvallende beleggingsrendementen op het belegde vermogen mogen met inhaal- of extra premies belastingvrij worden gecompenseerd. Dat is een bevoordeling van de DB-regeling ten opzichte van de DC-regeling. En de vraag is of die ongelijkwaardige behandeling nog wel bij deze tijd past, waarin steeds meer werknemers in een DC-regeling komen.

Deel deze pagina: