By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Integrating sustainability into factor credit strategies

Integreren van duurzaamheid en factorbeleggen in een creditstrategie

25-07-2016 | Visie | Frederik Muskens, Patrick Houweling, PhD Onze creditstrategieën op basis van factorbeleggen hebben twee hoofddoelstellingen: een maximale exposure van de portefeuille naar factoren en het beperken van duurzaamheidsrisico's. Hoe kunnen we deze twee doelstellingen integreren?

  • Maximeren van factorexposure bij hogere duurzaamheid
  • Een combinatie van positieve en negatieve screening
  • Ondernemingsscores vergelijken met gelijkwaardige sectornamen

Duurzaamheid speelt een expliciete rol in onze factorcreditstrategieën en maakt onderdeel uit van twee stappen binnen ons beleggingsproces. Ten eerste bepalen onze fundamentele creditanalisten of er onaanvaardbare ESG-risico's (op het gebied van milieu, maatschappij, ondernemingsbestuur) aanwezig zijn in onze kwantitatieve obligatieselectie. Ten tweede controleren we bij het samenstellen of herinrichten van de portefeuille of deze net zo goed scoort op duurzaamheid als de referentie-index.

Ons eerste doel blijft een optimale factorexposure, maar wel bij een hoog duurzaamheidsniveau van de portefeuille. De integratie van duurzaamheid vindt bij ons niet plaats via negatieve screening. Wij kiezen voor een symmetrische benadering waarin we achterblijvers vermijden en vooroplopers welkom heten. Bovendien kun je door het opleggen van beperkingen op portefeuilleniveau mogelijke nadelige effecten vermijden die het rendement onder druk kunnen zetten.

Factorexposure en duurzaamheid

Duurzaamheid is een breed begrip. Het loopt uiteen van doeltreffend milieubeleid tot een hoog tevredenheidsniveau van medewerkers, van behoorlijk ondernemingsbestuur tot een positief merkbeeld en imago. Een belang in een of twee middelmatige bedrijven is geen reden om meteen alarm te slaan. Maar een sterke exposure naar niet-duurzame bedrijven is wel een groot risico, omdat daardoor in de toekomst duurzaamheidsrisico's kunnen ontstaan.

Wij streven ernaar deze twee doelstellingen te combineren, dat wil zeggen maximale factorexposure bij een beperkte exposure naar niet-duurzame bedrijven. Soms lijken deze twee doelstellingen niet samen te gaan, want financieel aantrekkelijke obligaties hoeven niet altijd aantrekkelijk te zijn qua duurzaamheid, en andersom. Het maximaliseren van duurzaamheid in een portefeuille kan leiden tot een minder goede spreiding over factoren, wat het rendement kan verlagen. Om deze onbedoelde effecten te vermijden beoordelen we de aantrekkelijkheid van een obligatie en de duurzaamheid van een bedrijf tegelijkertijd. Bedrijven met een hoge duurzaamheidsscore hebben een grotere kans in de portefeuille terecht te komen dan bedrijven met een lage score. In feite betekent dit dat we een financiële beloning willen voor het beleggen in obligaties van minder duurzame bedrijven. Zo kunnen we toch een optimale factorexposure hebben en een duurzame portefeuille.
 
Binnen ons beleggingsproces integreren we duurzaamheid in twee stappen. Eerst classificeren we de obligaties volgens ons kwantitatieve multifactormodel en controleren onze fundamentele creditanalisten of er aan de obligaties bovenaan de lijst nog risico's kleven die het model niet heeft meegenomen. In deze stap bepalen we of er onaanvaardbare ESG-risico's aanwezig zijn. Is dat het geval, dan vallen deze obligaties af. Vervolgens controleren we bij het samenstellen of opnieuw indelen van de portefeuille of deze een (gewogen) gemiddelde duurzaamheidsscore hebben die ten minste gelijk is aan die van de referentie-index. Op deze manier hebben obligaties met een positieve duurzaamheidsscore een grotere kans om opgenomen te worden in de portefeuille.

Nadeel van negatieve screening

Wij stellen een ranglijst samen van meest duurzame tot minst duurzame bedrijven. Structureel geven we de voorkeur aan bedrijven met een hoge duurzaamheidsscore; dit is dus positieve screening. Een negatieve screening richt zich alleen op de bedrijven met de slechtste ESG-score en sluit die uit van het beleggingsuniversum. Dit kan ook tot een onverwacht resultaat leiden. Aangezien er geen beperking is gesteld aan de totale duurzaamheidsscore van de portefeuille, kan deze zelfs onder de score van de referentie-index uitkomen. Onze benadering voorkomt dit, omdat we al vanaf het begin de duurzaamheidsscore van de portefeuille bij het beheer betrekken.

Onze duurzaamheidsscores worden aangeleverd door RobecoSAM, dat een van de meest uitgebreide databases ter wereld heeft op het gebied van duurzaamheid, met bijna 4.000 bedrijven. RobecoSAM, opgericht in 1995, was een van de eerste vermogensbeheerders die zich uitsluitend richtte op duurzaam beleggen. Sinds 1999 verzamelen speciale duurzaamheidsresearchers elk jaar financieel relevante informatie van verschillende openbare bronnen en rechtstreeks van bedrijven door ze uit te nodigen voor het jaarlijkse Corporate Sustainability Assessment (CSA) onderzoek.

RobecoSAM maakt gebruik van een best in class-benadering. De bedrijven krijgen een score tussen de 0 (laag) en 100 (hoog) voor verschillende aspecten op het gebied van milieu, maatschappij en ondernemingsbestuur. Vervolgens worden ze gerangschikt ten opzichte van andere bedrijven in hun sector. Voor een eerlijke vergelijking tussen bedrijven van verschillende omvang en mogelijke resources controleren we de RobecoSAM-scores op bedrijfsomvang.

Empirische resultaten: hogere duurzaamheid zonder opofferen van rendement

Figuur 1 toont het effect van onze integratie van duurzaamheid op de gemiddelde duurzaamheidsscore, het rendement (d.w.z. de excess return versus staatsobligaties met eenzelfde duration) en de volatiliteit van de portefeuille. Figuur 1a geeft de resultaten voor onze Global Multi-Factor Credits-strategie, figuur 1b de resultaten voor de Global Conservative Credits-strategie. Voordat we ons expliciet gaan bezighouden met de duurzaamheid van de portefeuille, heeft de strategie al een score die gemiddeld genomen hoger ligt dan die van de referentie-index. Onze voorkeur voor low-risk credits in de Multi-Factor Credits-strategie en de Conservative Credits-strategie leidt impliciet ook tot een voorkeur voor credits met een laag ESG-risico. In 80% van de maanden heeft de Global Multi-Factor Credits-strategie al een score die boven die van de referentie-index ligt. Voor de Global Conservative Credits-strategie is dit zelfs 89%.

De impact van de manier waarop wij duurzaamheid integreren blijkt wel uit het verschil tussen de portefeuilles met en zonder de minimale duurzaamheidsscore. Als we de ondergrens voor de duurzaamheidsscore van de portefeuille lager leggen en eisen dat die gelijk of hoger is dan de score van de referentie-index, neemt de duurzaamheidsscore van de portefeuilles toe, terwijl de excess return en de volatiliteit nauwelijks wijzigen. Omdat we beleggen in een breed universum met een groot aantal aantrekkelijk geclassificeerde obligaties, kunnen we selectiever zijn in onze obligatiekeuze en toch de gewenste factorexposure handhaven.

Figuur  1a  |  Gesimuleerde Global Multi-Factor Credits-portefeuilles met en zonder integratie van duurzaamheid (2002-2015)
Gesimuleerde Global Multi-Factor Credits-portefeuilles met en zonder integratie van duurzaamheid (2002-2015)  
Figuur  1b  |  Gesimuleerde Global Conservative Credits-portefeuilles met en zonder integratie van duurzaamheid (2002-2015)
Gesimuleerde Global Conservative Credits-portefeuilles met en zonder integratie van duurzaamheid (2002-2015)   
NB: De resultaten in figuur 1a zijn gebaseerd op historische simulaties van de Global Multi-Factor Credits-strategie, van januari 2002 tot december 2015. De resultaten in figuur 1b zijn gebaseerd op historische simulaties van de Global Conservative Credits-strategie, van januari 2002 tot december 2015. De resultaten van de beperkte portefeuille zijn gebaseerd op de strategie mét een vereiste duurzaamheidsscore die minimaal gelijk is aan die van de referentie-index. De resultaten van de onbeperkte portefeuille zijn gebaseerd op de strategie zonder een expliciet vereiste duurzaamheidsscore. De referentie-index is de Barclays Global Aggregate Corporates Index. De duurzaamheidsscores zijn de gemiddelde (voor sector en omvang gecorrigeerde) duurzaamheidsscores. De excess returns zijn berekend als het rendement boven dat van staatsobligaties met eenzelfde duration. Rendement en volatiliteit zijn berekend op basis van maandcijfers en vervolgens geannualiseerd. De strategische rendementen zijn na aftrek van transactiekosten, maar voor aftrek van management fees. De waarde van uw beleggingen kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten geven geen garantie voor de toekomst. Bronnen: Robeco, RobecoSAM, Barclays.

Conclusie: maximale factorexposure bij hogere duurzaamheid

Onze benadering resulteert in een verdere verbetering van de duurzaamheidsscore van de portefeuille zonder dat dit negatieve gevolgen heeft voor de performance. Onze portefeuilles moeten een gemiddelde duurzaamheidsscore bezitten die ten minste gelijk is aan die van de referentie-index, en we geven structureel de voorkeur aan bedrijven met een hoge duurzaamheidsscore boven die met een lagere score. Door de factorexposure en de ESG-risico's goed tegen elkaar af te wegen bereiken we twee doelen: maximale factorexposure en tegelijkertijd een beperkte exposure naar niet-duurzame bedrijven.

Deel deze pagina: