By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Mark Voermans

Factorbeleggen vraagt om een actieve benadering

12-01-2016 | Visie We spraken met Mark Voermans, senior portefeuillemanager bij APG Quantitative Equities en een van de eerste factorbeleggers in Nederland.

We vroegen hem wat inzicht te geven in hoe pensioenfondsen hun doelstellingen kunnen bereiken via factorbeleggen. Hij is sceptisch over factorproducten die gewoon een index volgen. “Als je een factorindex volgt, kun je geen rekening houden met alle voorkeuren van individuele beleggers”, zegt hij. De Nederlandse vermogensbeheerder APG is een van de grootste beleggers van pensioengeld ter wereld, met ruim EUR 400 miljard aan beheerd vermogen. Kwantitatieve aandelenstrategieën spelen een belangrijke rol in de beleggingsactiviteiten van deze beheerder en de integratie van ESG-factoren is een van de grootste uitdagingen.

Kunnen pensioenfondsen gebruikmaken van factorindices als beleggingsstrategie?
“Als je een factorindex volgt, kun je geen rekening houden met alle voorkeuren van individuele beleggers. Welke strategie het meest geschikt is, hangt af van het soort belegger. Zo ziet de portefeuille voor een kleiner pensioenfonds er waarschijnlijk heel anders uit dan die voor een groot pensioenfonds. Volgens mij is geen enkele index geschikt voor alle beleggers.”

De doelstellingen van pensioenfondsen gaan veel verder dan outperformance en risicoreductie. Er zijn zeker nog drie andere doelstellingen, die je niet haalt als je een standaard index volgt. Het eerste is de integratie van factoren op het gebied van milieu, maatschappij en goed ondernemingsbestuur (environmental, social & governance; ESG) in de beleggingsstrategie.”

“De omzet van de portefeuille is het tweede punt van aandacht. En niet alleen vanwege het markteffect van de omzet op het nettorendement. De portefeuille moet namelijk ook de lange beleggingshorizon van het pensioenfonds weerspiegelen.”

“De derde reden voor een actieve benadering bij factorbeleggen, is de capaciteit. Door indexproducten gaan beleggers tegelijk handelen tijdens herzieningen van de index. En dat is niet optimaal. Voor een groot pensioenfonds kan het lastig zijn om te handelen zonder de markten te beïnvloeden.”

Wat is uw mening over aanbieders van factorindices?
Sommige aanbieders maken indexproducten die iedere belegger kan volgen in een goedkope beleggingsstrategie. Daarmee suggereren ze dat het relatief makkelijk is om een factorpremie te verdienen. Maar je moet de complexiteit van een factorstrategie niet onderschatten. Je moet namelijk veel keuzes maken voordat je de portefeuille gaat samenstellen. Deze keuzes lopen uiteen van wegingssystemen, capaciteitsrestricties, ESG, beperkingen voor sectoren, landen en omvang tot het soort universum en hoe je de portefeuille gaat herwegen. En ze beïnvloeden allemaal het toekomstige risico en rendement, dus de portefeuillemanager moet eerst uitvoerig onderzoek doen. Bovendien moet hij zijn keuzes afstemmen op de wensen en doelen van de klant.”

“Een ander nadeel van indexproducten is dat de aanbieders tien dagen van tevoren veranderingen in de portefeuille doorgeven. Voor pensioenfondsen is dit koersgevoelige informatie, omdat andere beleggers daarmee vooruit kunnen lopen op orders. En dat kan het rendement negatief beïnvloeden.”

Wat is de belangrijkste hindernis bij de implementatie van factorstrategieën?
“De capaciteit. Een strategie die op papier goed werkt, kan tegenvallen als deze eenmaal is geïmplementeerd. Zo kun je in een backtest bijvoorbeeld werken met de slotkoersen op de laatste handelsdag van de maand, terwijl het in de praktijk dagen kan duren voor een transactie is afgerond. Natuurlijk maak je een backtest zo realistisch mogelijk, maar je kunt de werkelijkheid nooit helemaal nabootsen.”

“Er zijn drie belangrijke stappen van onderzoek naar implementatie. De eerste stap is op factorniveau. Je kiest voor een factor – op basis van onderzoek en fundamentele overtuiging – en bepaalt hoe je deze factor opbouwt.“

“De tweede stap is op portefeuilleniveau. Naast de keuzes voor de samenstelling van de portefeuille die we hierboven hebben besproken, is het ook van belang hoe je omgaat met de exposure naar factoren die onbedoeld in de portefeuille terechtkomt. Je kunt deze exposure neutraliseren, maar ook voor lief nemen.”

“De derde stap is de implementatie, bijvoorbeeld hoe je omgaat met corporate actions. Andere overwegingen zijn het gebruik van cash, derivaten en securities lending. Al met al moeten de portefeuillemanagers veel (klantspecifieke) beslissingen nemen.”

Hoe kun je ESG-factoren implementeren?
“In aandelenselectiemodellen werd ESG geïmplementeerd door middel van uitsluitingslijsten. Maar ik vind dat er een verschuiving moet plaatsvinden van uitsluiting naar opname of positieve criteria. Veel ESG-criteria zijn namelijk te implementeren in aandelenselectiemodellen, want hun belangrijkste kenmerken zijn laag risico en kwaliteit.”

“Bij APG hebben we een duidelijke focus op de implementatie van ESG-criteria in al onze kwantitatieve strategieën, wat een mooie uitdaging is voor de komende vijf jaar. Er zijn namelijk twee tegengestelde doelstellingen waar we een oplossing voor moeten vinden: kwantitatieve strategieën hebben een groot aandelenuniversum nodig, maar vanwege de ESG-criteria moet je ook elk bedrijf kennen waarin je belegt.”

Wat is de rol van benchmarks?
“Een benchmark moet je gebruiken als referentie voor de performance en moet de verwachtingen van beleggers weerspiegelen. De selectie van een benchmark is afhankelijk van de doelstellingen van de factorstrategie. Zo kun je een naar marktkapitalisatie gewogen index prima als benchmark gebruiken als je doelstelling is om beter te presteren dan zo'n index.”

“Een andere mogelijkheid is het gebruik van een factorindex als benchmark. Maar deze indices zijn niet representatief voor een hele factorcategorie – een Value-index is slechts een van de vele mogelijke Value-strategieën. Een oplossing is het samenstellen van een groep vergelijkbare Value-indices, maar over het algemeen is mijn ervaring dat het makkelijker is om de naar marktkapitalisatie gewogen index als benchmark te gebruiken.”

Hoe zie je de toekomst van factorbeleggen en kwantitatief beleggen in het algemeen?
“Ik verwacht twee grote trends. De eerste is big data en APG is zeer ambitieus op dat gebied. Op internet is een enorme hoeveelheid bruikbare gegevens beschikbaar, bijvoorbeeld via social media en blogs. Met behulp van kunstmatige intelligentie kunnen we al deze gegevens op zo'n manier analyseren dat we ze effectief kunnen toepassen in kwantitatieve beleggingsstrategieën.“

“De tweede belangrijke trend is ESG. Momenteel gaat er veel aandacht uit naar het terugdringen van de CO2-voetafdruk van een portefeuille. In tegenstelling tot big data is hierbij juist de uitdaging dat er niet voldoende gegevens zijn. Maar ik ben optimistisch dat de vermogensbeheersector en de wetenschappelijke wereld ESG-criteria gaan implementeren in hun onderzoek, omdat steeds meer gegevens over langere periodes beschikbaar komen.”
Deel deze pagina:


Join the conversation



Nieuwsbrief

Meld u aan voor onze e-mail nieuwsbrief om updates te ontvangen en op de hoogte te blijven van aankomende webinars.