By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Inflatierisico neemt af

18-07-2012 | Visie | Lukas Daalder Robeco's Q3 2012 Inflation Monitor geeft aan dat er op dit moment vanwege de vertragende wereldeconomie weinig reden is voor inflatievrees. Lukas Daalder neemt de cijfers door.

inflation-monitor-eurozone-q3-2012inflation-monitor-us-q3-2012inflation-monitor-emerging-markets-q3-2012

Robeco's Inflation Monitor voor het derde kwartaal van 2012 geeft aan dat de vooruitzichten voor wereldwijde inflatie behoorlijk gematigd zijn. “Inflatievrees neemt af naarmate de wereldeconomie vertraagt,” signaleert Lukas Daalder, Senior Portfolio Manager bij Robeco en grondlegger van de Inflation Monitor (klik hier voor de volledige Q3 2012 Robeco Inflation Monitor.)

De Inflation Monitor van Robeco is ontworpen om weer te geven of de inflatiedruk toeneemt. Zo geeft deze monitor dus weer of het risico op inflatie in de toekomst toeneemt. De vooruitzichten worden weergegeven in z-scores[1] die aangeven hoe de huidige aan inflatie gekoppelde cijfers - over de economie, monetaire ontwikkelingen, grondstoffen en inflatieverwachtingen - moeten worden gezien in de context van de meest recente conjunctuurcyclus.

Ervan uitgaande dat de afgelopen 10 jaar een betrouwbare afspiegeling zijn van een normale cyclus, duidt een stabiele z-score van nul erop dat de prijsdruk op dit moment in lijn is met het gemiddelde van de meest recente conjunctuurcyclus. En dat is volgens de Q3 Inflation Monitor zo ongeveer waar de inflatie zich bevindt in opkomende landen. Ondertussen daalt de inflatiedruk in de eurozone en de VS en ligt nu onder het tienjaarsgemiddelde.
 
De indicator voor de eurozone is nu negatief
Laten we eens nader bekijken wat er gaande is in de afzonderlijke regio's. In de eurozone is de z-score nu negatief, met een waarde van -0,27 voor het derde kwartaal. “De Monitor geeft een lagere score aan, wat erop wijst dat de inflatiedreiging is afgenomen,” zegt Daalder (zie grafiek 1).

De negatieve z-score voor het derde kwartaal staat tegenover een waarde van 0,09 voor het tweede kwartaal. In april voorspelde Daalder een verdere afname van de inflatie. Hij baseerde dit op het verlies aan momentum in de Europese economie en het wegvallen van de piekmaanden maart en april 2011 in de jaar-op-jaar vergelijkingen (klik hier voor de bespreking van de Q2 2012 Inflation Monitor).

[1] Z-score = (meest recente waarneming – tienjaarsgemiddelde) / gemiddelde standaarddeviatie van de maandcijfers
 
07-inflation-q3-2012.jpg
Bron: Robeco

En deze afname van de druk vond inderdaad plaats. De inflatie in de eurozone, die in juni op 2,4% stond, is de afgelopen maanden geleidelijk gedaald, maar staat nog wel boven de doelstelling voor de middellange termijn van de ECB (net onder de 2,0%). Desondanks vertoont de kerninflatie een langzame stijging. “De inflatiedruk lijkt echter af te nemen, omdat de schuldencrisis en alle bezuinigingen de economie schaden,” legt Daalder uit.

Twee inflatierisico's in de eurozone
Wel merkt hij op dat er twee inflatierisico's zijn in de regio. Ten eerste kunnen nationale btw-verhogingen de inflatie opdrijven. Overheden zoeken namelijk naar maatregelen om hun tekorten onder controle te krijgen.

Ten tweede kan de daling van de euro gevolgen hebben voor de inflatie. “Dit wordt weerspiegeld door het feit dat de subindicator grondstoffen in de regio de enige van de vier is met een positieve waarde, ondanks de algemene daling van grondstoffenprijzen,” zegt hij.

Maar dit is allerminst een ernstige dreiging. En het besluit van de ECB om de rente te verlagen naar onder de 1% wijst erop dat zorgen over de economie op korte termijn zwaarder wegen dan de inflatiedreiging. “De inflatieverwachtingen zijn de afgelopen maanden aanzienlijk gedaald,” zegt Daalder.

Gematigd inflatierisico in de VS
De Monitor voor de VS staat nu ook op negatief terrein. De z-score voor het derde kwartaal is -0,21 tegenover 0,19 in april. “De licht negatieve waarde van de Monitor wijst op een gematigd inflatierisico in de VS,” zegt Daalder.

Hoewel de kerninflatie in VS de afgelopen zes maanden min of meer stabiel was (2,3% in mei), is de algemene inflatie daar de afgelopen drie maanden aanzienlijk gedaald (van 2,9% naar 1,9%).

Deze afname werd grotendeels gedreven door de dalende energiekosten, die werden veroorzaakt door de recente val van de olieprijs. “Kijkend naar grondstoffen als geheel, gemeten in dollars, neemt de prijsdruk duidelijk af,” merkt hij op.

Ondertussen is het momentum van de Amerikaanse economie afgekoeld. Hoewel de VS dit jaar beter presteert dan Europa, vielen de recente cijfers daar tegen. Dit wijst erop dat het land niet immuun is voor de wereldwijde economische vertraging.

“Vanwege de zwakkere cijfers en de dalende grondstoffenprijzen is de inflatieverwachting gedaald en vormt voorlopig geen bedreiging,” concludeert Daalder.

Inflatie in opkomende markten daalde verder
Voor opkomende markten is de z-score voor het derde kwartaal 0,04. Dat is weliswaar een lichte stijging ten opzichte van de z-score van nul in april, maar deze stijging is te klein om er te veel achter te zoeken. “De inflatiedruk blijft op zijn minst gematigd,” constateert Daalder. “De economische cijfers waren over de gehele linie zwak, omdat opkomende markten te lijden hebben van de wereldwijde groeivertraging.”

De inflatie in opkomende markten is de afgelopen maand verder gedaald en is op dit moment in drie van de vier BRIC-landen lager dan het tienjaarsgemiddelde. India is hierop de uitzondering.

De economische vertraging is de belangrijkste oorzaak van de dalende grondstoffenprijzen en die hebben weer gezorgd voor een verdere afname van de inflatiedruk. Monetaire autoriteiten in opkomende landen reageerden hierop door de rente te verlagen. China liep hierbij voorop met twee verlagingen in een maand tijd. “Het is nog te vroeg om het monetaire beleid ruim te noemen,” zegt Daalder.

Per saldo is het inflatierisico op opkomende markten min of meer in balans. “Toch kan een verdere daling van het jaar-op-jaar inflatiepercentage niet worden uitgesloten,” concludeert hij.

Deel deze pagina: