By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Uitsluiten alleen als laatste redmiddel

31-07-2013 | Column | Edith Siermann Als over duurzaam beleggen gesproken wordt, gaat de discussie vaak over het uitsluiten van bepaalde bedrijven of sectoren uit het beleggingsuniversum van de portefeuille. Ook al onderschrijf ik dat uitsluiten een krachtig middel kan zijn, dat ook nog eens de nodige publiciteit oplevert, betreur ik deze nadruk op uitsluitingen. Het geeft een te beperkt beeld van de mogelijkheden die duurzaam beleggen biedt. 

Duurzaam beleggen heeft in mijn optiek in eerste instantie als doel om positieve veranderingen te bewerkstelligen bij bedrijven, overheden en voor de maatschappij. Soms kun je als belegger inderdaad niets anders meer doen dan een bedrijf uitsluiten, maar ik vind het wel een laatste redmiddel, dat je alleen inzet als alle andere middelen zijn geprobeerd.

Uitsluitingsbeleid
Duurzaam beleggen wordt vaak geassocieerd met het invoeren van een uitsluitingsbeleid. Dit uitsluitingsbeleid richt zich op producten als tabak of controversiële wapens of het gedrag van landen of bedrijven ten aanzien van universeel geaccepteerde principes of verdragen op het gebied van mensenrechten, kinderarbeid, milieu en corruptie.

Een uitsluitingsbeleid richt zich daarmee vaak op het beperken van het reputatierisico van de institutionele belegger of vermogensbeheerder. Mijn belangrijkste bezwaar tegen uitsluitingen - zeker waar het gaat om uitsluitingen op basis van gedrag - is dat je jezelf als belegger de kans ontneemt om positieve invloed uit te oefenen op de bedrijfsvoering van de onderneming in kwestie. Daarnaast brengt een uitsluitingsbeleid – ook niet onbelangrijk – de nodige kosten met zich mee.

Kosten van uitsluitingen
Veel institutionele beleggers hanteren momenteel uitsluitingslijsten. Opmerkelijk is dat de samenstelling van deze lijsten sterk verschilt. Dit geeft aan dat het vaststellen van een dergelijke lijst geen zwart-witexercitie is. Normen en waarden laten zich vaak moeilijk in regels vertalen, zeker in een internationale context. Een dergelijke lijst wordt dan al gauw een hellend vlak waardoor de lijsten ook snel groot zijn en groter worden.

Los van het evidente rendementsaspect dat een dergelijke beperking van het universum met zich meebrengt, is de implementatie van dergelijke uitsluitingen “maatwerk”, dat dus extra kosten met zich meebrengt. Dergelijke kosten moeten niet onderschat worden en zouden meegenomen moeten worden in de afwegingen.

Liever een constructieve aanpak
Afgezien van deze financiële overweging is mijn visie dat de focus op uitsluitingen de aandacht te veel afleidt van de positieve rol die beleggers kunnen spelen in het duurzamer handelen en produceren van landen en bedrijven. Dit kan door expliciet kenbaar te maken dat duurzaamheidsfactoren een rol spelen in de allocatie van het vermogen.

Als een bedrijf of land een goed duurzaamheidsbeleid voert of met de nodige verbeteringen bezig is, verhoogt het de kans om voor een grotere allocatie in aanmerking te komen. Hiermee beloon je de “leaders”.

Nog concreter kun je deze rol spelen door met bedrijven actief in dialoog te gaan - engagement - of actief te stemmen op aandeelhoudersvergaderingen. Als je als belegger een bedrijf uitsluit, ben je geen aandeelhouder meer en kun je dus ook geen invloed meer uitoefenen. Ik geloof meer in een langetermijnrelatie met een onderneming, een positieve aanpak waarin je het bedrijf ervan overtuigt dat verbetering ook in zijn belang is.

Bovendien ben ik ervan overtuigd dat een bedrijf dat een antwoord heeft op de hedendaagse uitdagingen op het gebied van milieu, mensen en goed ondernemingsbestuur, niet alleen duurzamer is, maar ook meer rendement zal opleveren. Een win-win dus.

Deze column verscheen eerder op FD.nl
Deel deze pagina:

Auteur

Edith Siermann
Chief Investment Officer Fixed Income


Meer columns lezen