By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Hogere benchmarkduration bedreiging voor indexgerichte obligatiebeleggers

10-10-2016 | Visie

De duration van vastrentende indices schiet omhoog. Dit komt voornamelijk doordat overheden en bedrijven langerlopende obligaties uitgeven met als doel lage financieringskosten vast te zetten. Als de rente op obligaties stijgt, kan dat ernstige gevolgen hebben voor indexgerichte of passieve beleggers. Gezien de huidige lage rente zijn wij voorstander van een actief en flexibel durationbeheer. 

In het kort
  • Benchmarkduration afgelopen jaren aanzienlijk gestegen
  • Historisch lage rente leidt tot sterk aanbod van langerlopende obligaties
  • Flexibele, niet aan benchmark gebonden benadering nodig

Vastrentende indices worden nog steeds veel gebruikt om de meerwaarde van actieve managers te bepalen. Een zeer belangrijk kenmerk van deze indices is de gewogen duration, die wordt bepaald door de looptijd van de uitgegeven obligaties en andere factoren zoals de coupon en de rente.

Enorme stijging van de duration

Door de jaren heen is de gemiddelde duration van vastrentende indices fors gestegen, met name de laatste jaren (zie Figuur 1). De afgelopen 30 jaar is de duration van een veelvuldig gebruikte index voor staatsobligaties bijna verdubbeld: van 4,3 jaar naar 8,1 jaar eind juni (blauwe lijn). In de laatste tien jaar steeg de duration van net onder de 6 jaar naar meer dan 8,1 jaar, en meer dan de helft van deze stijging kwam pas in de afgelopen twee jaar tot stand.

Figuur  1  |  Duration en looptijd wereldwijde staatsobligatiemarkt
duration-and-maturity-of-global-government-bond-market.jpg
Bron: Robeco, JP Morgan Government Bond Index Global

Uit onderzoek van Robeco blijkt dat het overgrote deel van de durationstijging – bijna 80% – te maken heeft met een veranderd uitgiftepatroon van schuldagentschappen. Als gevolg van de historisch lage rente zijn er veel meer langlopende obligaties uitgegeven, waardoor de gemiddelde looptijd van de uitstaande schuld (oranje lijn) is toegenomen. Overheden beperken hun herfinancieringsrisico's door de lage financieringskosten zo lang mogelijk vast te zetten. Zo verkocht de Spaanse overheid begin mei voor het eerst obligaties met een looptijd van maar liefst 50 jaar. België deed dit al een maand eerder. Ook Italië en Japan overwegen voor het eerst obligaties uit te geven met een looptijd van 50 jaar. En sommige landen gaan zelfs nog een stap verder: Ierland gaf dit jaar een obligatie uit met een looptijd van 100 jaar.

De hogere duration is in veel landen zichtbaar, waarbij het VK en Japan het meest opvallen. De gemiddelde duration van de uitstaande staatsobligaties van deze landen is gestegen naar rond de 10 jaar. In het VK is deze stijging het gevolg van de structurele vraag naar langlopende obligaties van beleggers zoals pensioenfondsen en verzekeraars, die hun langlopende verplichtingen moeten matchen. De spectaculaire stijging voor landen als Spanje en Italië is ook opvallend, vooral ten opzichte van eind jaren 80 van de vorige eeuw. Dankzij hun toetreding tot de eurozone konden deze landen obligaties uitgeven met een veel langere looptijd.

Staatsobligaties zijn geen uitzondering

Ook de duration van bedrijfsobligaties en overheidsgerelateerde obligaties zit in de lift, zoals is te zien in Figuur 2. Maar deze ontwikkeling is wel wat minder uitgesproken en heeft meer te maken met de rente- en coupondalingen dan met een structurele verandering van het uitgiftepatroon. Toch kiezen met name Europese bedrijven de laatste tijd voor langerlopend schuldpapier. De ongekende monetaire stimuleringsmaatregelen van de ECB, waaronder het aankoopprogramma voor bedrijfsobligaties dat in juni dit jaar van start ging, hebben de rente gedrukt. Nu er steeds meer bedrijfsobligaties zijn met een laag of negatief rendement, moeten ook creditbeleggers zich richten op langerlopende obligaties die nog wel een positief rendement bieden. En bedrijven voldoen maar wat graag aan die vraag.

Figuur  2  |  Gemiddelde duration van verschillende obligatiecategorieën
average-durations-of-various-bond-categories.jpg
Bron: Robeco, Barclays POINT

Vanuit het oogpunt van de lener is dit allemaal heel logisch. Maar geldt dat ook voor beleggers? Voor beleggers die normaal gesproken vastrentende indices volgen of zelfs nabootsen, ligt een giftige mix op de loer. De rente zakt naar een historisch laag niveau, maar de duration van de meeste vastrentende indices schiet juist omhoog. Met andere woorden: net nu het renterisico van indexgerelateerde vastrentende producten stijgt, zakt de compensatie voor dat risico in rap tempo.

Een andere manier om dit te benaderen is te kijken naar het zogenoemde 'break-evenpunt van de rentestijging'. Hiermee bedoelen we het punt waarop de rentestijging nog draaglijk is (vanwege de positieve carry) voordat het totale rendement negatief wordt. Dit break-evenpunt is drastisch gedaald.

Toch pleiten we er niet voor alle vastrentende posities van de hand te doen. Voor het totaalrendement van vastrentende waarden op korte termijn is de rentebeweging doorgaans belangrijker dan de hoogte van de rente. De eerste helft van 2016 is hier een goed voorbeeld van. Aan het begin van het jaar was de rente al laag, maar toch was het rendement van vastrentende waarden over het eerste halfjaar goed. De reden hiervoor was dat de obligatiekoersen stegen (wat vermogenswinst opleverde), omdat de rente naar een nog lager niveau zakte.

Flexibele en actieve benadering nodig

Onze analyse bevestigt het belang van een flexibele, niet-benchmarkgebonden benadering voor vastrentende beleggingen, vooral als het gaat om het beheer van de gewenste rentegevoeligheid van een obligatieportefeuille. Met een actieve houding kun je op de langere termijn verliezen voorkomen als de lange rente weer begint te stijgen. Bovendien kun je ook nog steeds profiteren van een dalende rente.

Deel deze pagina:


Ontdek de nieuwste inzichten

Join the conversation



Nieuwsbrief

Meld u aan voor onze e-mail nieuwsbrief om updates te ontvangen en op de hoogte te blijven van aankomende webinars.