By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Tijdperk van indexhuggen is voorbij

Tijdperk van indexhuggen is voorbij

10-03-2016 | Visie | Peter Ferket Nauwelijks van een index afwijken en toch de vergoedingen voor actief beheer in rekening brengen. Volgens de cijfers die de Europese financiële waakhond ESMA in februari naar buiten bracht maakt “5% tot 15% van de actieve beleggingsfondsen” zich daar schuldig aan. De toezichthouder nam 260 beleggingsfondsen onder de loep, nadat Zweedse beleggers aan de bel trokken.

In het kort:
  • ‘5% tot 15%’ van actieve fondsen blijken nauwelijks van de index af te wijken
  • Kosten van actieve fondsen moeten gerelateerd zijn aan de potentie om alpha te genereren
  • Productaanbod van actieve asset managers moet zich doorlopend blijven verbeteren
De namen van deze fondsen – index huggers of in vaktermen ‘closet index funds’ – worden door ESMA niet vrijgegeven en op maatregelen hoeft ook niet gerekend te worden. Althans, niet van de zijde van de ESMA, aangezien die van mening is dat vooral nationale toezichthouders aan zet zijn. Peter Ferket, CIO Equities bij Robeco, denkt dat het onderzoek vooral overblijfselen uit een vorig tijdperk heeft blootgelegd – slapende fondsen die vergeten zijn te ontwaken in een snel veranderende wereld.

“De ESMA heeft geen lijst met namen gegeven, maar het is aannemelijk dat veel van deze closet index fondsen nog dateren uit de tijd van 15, 20 jaar geleden toen er, zeker in Europa, nauwelijks aanbod van passieve producten was. Er zit dan vermogen van klanten in die fondsen en er is vanuit asset managers geen natuurlijke prikkel om die fondsen op te doeken. Kortom, ik denk dat dit vooral een erfenis van onze industrie uit het verleden is. Er zullen niet veel fondsen op de lijst van de ESMA staan die in de afgelopen vijf jaar gelanceerd zijn. ”

Faire prijsstelling
Dat neemt niet weg dat aanbieders van deze fondsen, uit oogpunt van klantbelang, wel de kosten hadden kunnen verlagen, stelt Ferket. “Je kunt gerust stellen dat dit soort fondsen nu veel te duur zijn, ja. Je moet de prijs van een actief product relateren aan die van een passieve oplossing. Twintig jaar geleden betaalde je voor een wereldwijd indextracker misschien 40 of 50 basispunten, nu minder dan 20. Dat betekent dat je voor een closet index fund nu geen 70 basispunten meer kunt vragen, in tegenstelling tot twintig jaar geleden.”

Het gaat volgens Ferket om een faire prijsstelling. “Het vertrekpunt daarbij is de kosten voor een passief product. Daarbovenop komt een redelijke vergoeding voor de alpha die je als fonds denkt te kunnen genereren. Het kan niet zo zijn dat als de passieve oplossing steeds goedkoper wordt, het actieve alternatief niet in prijs daalt.”

Closet index funds wijken by nature te weinig af van de index om hun hogere kosten terug te kunnen verdienen. Tot die conclusie kwamen Cremers en Patajisto (Yale University) al in hun studie naar active share (‘How active is your fund manager?’). Recent onderzoek van Morningstar bevestigde die uitkomst: closet index funds blijken als groep de zwakste rendementen te halen van alle actieve beleggingsfondsen. Daarmee wordt eens te meer bewezen dat de hoge kosten van deze fondsen niet te rechtvaardigen zijn.

Weg van de index
Toch hebben veel aanbieders van deze producten de afslag naar de 21e eeuw gemist. Waar passieve oplossingen steeds goedkoper werden, kwamen zij niet in actie. Daardoor zijn ze nu veel duurder dan passieve oplossingen, terwijl ze door hun structuur niet of nauwelijks in staat zijn alpha te kunnen genereren. “Wij hebben zelf de stap verder weg van de index jaren geleden al ingezet”, stelt Ferket. Het Robeco NV-fonds is daarvan een goed voorbeeld. Dat wereldwijd beleggende fonds heeft een active share – een cijfer dat de absolute mate van afwijking van de benchmark aanduidt – van boven de 80%.

“We stonden met dat fonds voor de keus: of de kosten verlagen, of het fonds de mogelijkheid geven verder van de benchmark af te wijken, met een grotere verwachte alpha als gevolg.” De keus viel op het laatste, een keuze die volgens Ferket niet is ingegeven uit commercieel belang, maar vanuit de beleggingsfilosofie.

Closet index funds lijken nu, onder druk van ontevreden beleggers en de toezichthouders, het doodlopende pad van de dinosaurus te bewandelen. Hun toegevoegde waarde is, met de snelle opkomst van indextrackers en ETF’s als sneeuw onder de zon verdwenen. En in de sector lijkt hun rol dan ook uitgespeeld. “Vroeger had je de echte actieve core-producten, daarna kwam passief erbij. Maar inmiddels weten we dat de combinatie van twee stijlen, passief voor de bèta en actief voor de alpha, beter werkt dan één core-fonds.

“Door het combineren van ETF’s met fondsen die echt benchmark-agnostisch zijn, kun je je portefeuille makkelijk afstemmen op de gewenste active share of tracking error”, legt Ferket uit. “Daarom zetten we bij Robeco in op enerzijds onze quantproducten, die een beter alternatief voor passieve fondsen zijn en anderzijds op high conviction fondsen.”

Lat komt hoger te liggen
Het is volgens Ferket eens te meer het bewijs dat de opkomst van ETF’s heeft geleid tot een ander productpalet bij actieve beheerders, waarbij actieve strategieën steeds dichter aanschurken tegen hedgefondsen. Ferket signaleert verder een sterke trend dat diverse stijlen steeds minder afgescheiden van elkaar opereren. “Vroeger had je de core-fondsen, passieve producten en hedgefondsen. Dat waren drie verschillende werelden. Nu heb je vooral passief aan het ene uiterste van het aanbod, highconvictionfondsen aan het andere einde en smart bèta in het midden.”

Voor smart bèta-ETF’s ziet Ferket geen heel grote groeipotentie. “Het is een beetje als met de hedgefondsen aan het begin van deze eeuw. De beste managers beginnen ermee en halen superieur rendement, maar daarna wordt het meer mainstream, komt er meer aanbod en daalt de gemiddelde performance zienderogen terwijl de kans op ongelukken bij individuele namen toeneemt.”

Maar de opkomst van smart bèta-indices zorgt er wel voor dat de lat voor actieve factorfondsen hoger komt te liggen. “Een valuefonds of een low volatility-fonds wordt nu niet langer meer vergeleken met de MSCI World index, maar met de MSCI Value index of MSCI Min Vol index. Dat betekent dat je niet meer wegkomt met het simpelweg oogsten van de value- of volatility premium.”

Het is een nieuwe realiteit waarin actieve fondsbeheerders, opgejaagd door de concurrentie vanuit de passieve hoek, gedwongen worden om te innoveren en hun productaanbod doorlopend tegen het licht te houden en te verbeteren. Een wereld waarin de assetmanagementindustrie als een slang op geregelde tijd zijn huid van zich af werpt – zoals nu met de closet index fondsen. En daar is uiteindelijk iedereen bij gebaat.

Deel deze pagina:


Join the conversation



Nieuwsbrief

Meld u aan voor onze e-mail nieuwsbrief om updates te ontvangen en op de hoogte te blijven van aankomende webinars.