By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Infractructure investing may be a bridge too far
standfirst-nl-verrekijker-175x130px.jpgBeleggers richten zich vooral op de belangrijkste beleggingscategorieën: aandelen en obligaties. Maar wat zijn de vooruitzichten voor alternatieve beleggingen? In deze nieuwe reeks bespreken we zes segmenten die mogelijk het overwegen waard zijn: grondstoffen, infrastructuur, vastgoed, hedgefondsen, absolute-returnfondsen en private equity.

Alternatieve beleggingen: infrastructuur nog een brug te ver?

10-08-2015 | Visie | Steef Bergakker Nieuwe infrastructuur. Het lijkt financieel zo'n aantrekkelijke belegging met tientallen jaren van stabiele cashflow. Maar iedereen die overweegt hierin te beleggen, moet zich eerst eens verdiepen in het verhaal van de Skye Road Bridge.

In het kort:
  • Vier typen beleggingen: vergelijkbaar met vastgoed 
  • Directe belegging in projecten heeft beter voorspelbaar rendement 
  • Indirecte belegging via themafondsen is meer liquide 
  • Het rendement weegt mogelijk niet op tegen het politieke risico en het verouderingsrisico
De brug werd in 1995 geopend als verbinding tussen het Schotse eiland Skye en het Britse vasteland. Het project werd gefinancierd door het Private Finance Initiative. Zo konden particulieren beleggen in openbare infrastructuur in ruil voor een aandeel in de tol nadat het project was opgeleverd. De Skye Bridge diende als vervanging voor een eeuwenoude gammele veerdienst. Dat hij er moest komen, was boven elke twijfel verheven.

De lokale bevolking was echter woedend over de hoogte van de tol. Het leidde tot publieke ongehoorzaamheid: mensen reden over de brug zonder te betalen. Er waren arrestaties en zelfs één veroordeling tot gevangenisstraf voor nodig om mensen te dwingen tot betaling. De aanhoudende protesten leidden ertoe dat de brug in 2004 werd genationaliseerd en de tol werd opgeheven.

“Er zijn specifieke risico's verbonden aan het beleggen in infrastructuur, maar dat verschilt per project”, zegt Steef Bergakker. Hij was manager van Robeco Infrastructure Equities voordat dat fonds fuseerde met de grotere Rolinco-portefeuille.

Enorme politieke risico's
“Neem de concessies op tolwegen. Daar zijn enorme politieke risico's aan verbonden en dat hebben we de laatste jaren in veel landen gezien. Er is wel een contract met het bedrijf dat de concessie in beheer heeft, maar overheden hebben de neiging de voorwaarden achteraf aan te passen. Dat kan een enorm politiek risico of regelgevingsrisico opleveren."

“Een ander risico is dat deze beleggingen vaak een extreem lange looptijd hebben en dus bestaat altijd de kans dat ze na een jaar of 20, 30 verouderd raken. En wie weet hoe de wereld er dan uitziet?”

“Voor grote infrastructuurprojecten zoals een brug bestaat ook nog eens het risico van natuurrampen als aardbevingen en overstromingen. Je kunt dit type risico meestal wel verzekeren, maar het is moeilijk daar een prijskaartje aan te hangen. Veel van deze beleggingen zijn uniek en niet beursgenoteerd en er is dus geen dagelijkse koers waar je op kunt letten."
 
Bergakker zegt dat er vier typen economische infrastructuur zijn waar je direct of indirect in kunt beleggen via de aandelen of obligaties van de bedrijven die ze gebouwd of in beheer hebben. Dat zijn:

  • Transport – bijv. wegen, bruggen, luchthavens en zeehavens 
  • Nutsbedrijven – bijv. elektriciteitsnetwerken, elektriciteitscentrales en waterzuiveringsinstallaties 
  • Energie – bijv. oliewinning, aardgasleidingen en windmolenparken
  • Communicatie – bijv. mobieletelefoniemasten, telefoonnetwerken en kabel
Daarnaast is er sociale infrastructuur, zoals schoolgebouwen, ziekenhuizen en gevangenissen. Maar meestal kun je in dit segment niet beleggen. “Gewoonlijk blijft het dus beperkt tot economische infrastructuur. Je kunt direct beleggen in de projecten zelf, of de aandelen of obligaties kopen van de bedrijven die ze bouwen of beheren. Dit laatste was wat wij deden toen we het fonds hadden”, zegt Bergakker.

“Wij richtten ons toen sterk op bedrijven die infrastructuur ontwerpen, bouwen, repareren of moderniseren. Daar waren meestal veel ingenieursbureaus en bouwbedrijven bij betrokken, maar jammer genoeg is dit segment van de markt erg volatiel.

investeren in infrastructuur: tabel   
Beleggen in infrastructuur: direct versus indirect

Daarnaast heb je de exploitanten, meestal nutsbedrijven, telecombedrijven of concessiemaatschappijen, maar dit was een relatief klein deel van de portefeuille. Wij bevonden ons aan de meer offensieve kant van het spectrum."

Vergelijkbaar met vastgoed
Volgens Bergakker is het rendement afhankelijk van het type infrastructuur. “Beleggen in infrastructuur is min of meer vergelijkbaar met beleggen in vastgoed. Je kunt direct in het vastgoed zelf beleggen en huur ontvangen als beloning, of je kunt beleggen in beursgenoteerde fondsen die beleggen in aandelen of obligaties vastgoed of infrastructuur. Je kunt dus op veel verschillende manieren geld verdienen, maar de risico's zijn evenredig."

"Een vaak onderschat aspect is bijvoorbeeld hoe de werken zijn gefinancierd. Er kan een betrekkelijk voorspelbare kasstroom uit de financiering van de projecten voortkomen, maar het totale risicoprofiel hangt ook af van de toegepaste financiële hefboom. Het risico door financiering met vreemd vermogen kan bij dit soort projecten torenhoog zijn, naast het exploitatierisico van het werk zelf."

"Je kunt dus een zeer stabiele belegging hebben die een zeer voorspelbaar rendement genereert, maar wel tot zijn nek toe in de schulden zit. Dan is het nog steeds een zeer risicovolle onderneming. Tenzij je natuurlijk belegt in indirecte infrastructuur zoals aandelen. Die zijn meestal aardig liquide en het is mogelijk de risico's te spreiden."

Ook de locatie van de infrastructuur, en of het nieuwbouw is of renovatie, speelt een belangrijke rol, zegt hij. "Relatief defensieve beleggingen vind je in 'brownfield'-locaties waar de infrastructuur alleen hersteld of gemoderniseerd hoeft te worden. Begin je echter aan het bouwen van een compleet nieuwe infrastructuur, dan zijn de risico's veel groter en moet je worden gecompenseerd met een hoger rendement."

'Beleggingen in indirecte infrastructuur zoals aandelen zijn meestal aardig liquide'

Onderdeel van duurzaamheid
“Het vergroenen of verduurzamen van infrastructuur is een subcategorie binnen deze beleggingsklasse. Een ander relatief nieuw onderdeel is het bouwen van windmolenparken of zonnepanelen voor gebouwen. Dit is nu nog een betrekkelijk klein deel van het universum."

Bergakker noemt als extra risico dat je niet altijd weet wie je medebeleggers zijn. “Over het algemeen is er tamelijk veel transparantie, omdat het gaat om een beperkt aantal beleggingen en de documentatie royaal voorhanden is. Maar met wie je samen in het diepe springt, kon wel eens minder duidelijk zijn. Niet-genoteerde infrastructuurfondsen hebben soms een beperkt aantal partners en het is goed mogelijk dat je niet weet wie dat zijn, zeker niet in de opkomende markten."

Dus? Is het de moeite waard? "In de aanloop naar de financiële crisis waren infrastructuurfondsen erg populair, omdat mensen dachten dat ze een defensieve belegging hadden gekocht. Maar het aandeel aan vreemd vermogen was zo hoog dat de werkelijke resultaten behoorlijk schokkend waren. Veel van deze fondsen overleefden die financiële crisis niet en sommige beleggers hadden het idee dat ze voor de gek waren gehouden. Maar ja, het is nog een jonge beleggingscategorie. Er is nog niet genoeg geschiedenis om heel stevige conclusies te kunnen trekken."

Vergeet ook de belastingvoordelen en de bescherming tegen inflatie niet. "Sommige typen infrastructuur bieden een vorm van inflatiebescherming, vooral de concessies, waarbij een soort indexering wordt gehanteerd. Buiten het segment transport is weinig sprake van indexering. Daar hangt alles af van pricing power en regelgeving", aldus Bergakker.

“Andere fondsen zijn een commanditaire vennootschap, vergelijkbaar met REIT's, en zijn belastingvriendelijk. Dit zijn meestal fondsen die beleggen in energiegerelateerde infrastructuur, vooral pijpleidingen. Ze hebben het de afgelopen tien jaar erg goed gedaan, met een goed rendement bij een relatief laag risico. Het ligt er dus maar net aan waarin je belegt, en met wie."

Deel deze pagina:

Join the conversation



Nieuwsbrief

Meld u aan voor onze e-mail nieuwsbrief om updates te ontvangen en op de hoogte te blijven van aankomende webinars.