By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Actieve fondsen moeten kleur bekennen

06-02-2015 | Visie | Peter Ferket Op vrijdag bespreekt hoofdredacteur Peter van Kleef opvallende zaken met Robeco experts. Deze keer: de active share-lobby.

In het kort
  • Druk om active share van fondsen te publiceren neemt toe
  • Te lage active share maakt het verslaan van de benchmark onmogelijk
  • Nog hoger is niet per se nog beter

Met een hoog “wij werpen de handschoen”-gehalte kondigde beleggingsboutique Neptune Investment deze week aan de active share van elk fonds in de factsheets op te nemen. Threadneedle was één van de eerste fondshuizen die reageerde met de mededeling dat ook te gaan doen. De active share is een maatstaf waarmee het actieve karakter van een fonds in kaart wordt gebracht, variërend van 0 (helemaal conform de benchmark belegd) tot 100 (geen overeenkomst tussen de portefeuille van het fonds en de benchmark).

Met de aankondiging voerden Neptune en Threadneedle de druk op andere asset managers op om ook naar buiten te komen met dit cijfer. Prima, vindt Peter Ferket, CIO Equities bij Robeco, de aandacht voor active share. “Meer dan de tracking error is het een goede maatstaf om te waarborgen dat een fonds echt actief belegt. Met een active share van 20 of 30 wijk je gewoon te weinig af van de index om je kosten goed te maken.” In de regel wordt 60 gezien als de ondergrens voor een echt actief fonds, een cijfer waar Ferket zich in kan vinden.

Maar hoe zit het bij Robeco – dat het cijfer niet publiceert in de factsheets – met de active share? “Je kunt niet alle fondsen gelijk beoordelen op dit punt. Voor landenfondsen is het moeilijker een hoge active share te halen omdat je altijd een paar grote namen in een index hebt waar je moeilijk om heen kunt. Denk aan Royal Dutch in de AEX. Dan kun je al bijna geen active share van 80 meer halen.” De enhanced indexing-fondsen van Robeco hebben een active share van rond de 35-40 – maar ook de laagste kosten. De gewone opkomendemarktenfondsen zitten rond de 70, terwijl de non-benchmarkfondsen zoals Global en Emerging Stars, Rolinco en Global Premium rond de 85-95 zitten. “We onderzoeken nu de mogelijkheid of we de active share op de factsheets kunnen krijgen. Dat doen we graag, het is relevante informatie en we hebben een prima active share.”

Geen garantie
Natuurlijk is een hoge active share geen garantie op een outperformance. “Het is wel een garantie op een performance die afwijkt van de index en over de lange termijn moet die afwijking positief zijn, natuurlijk.” Bovendien is eenhoog rapportcijfer voor de active share niet altijd wat het lijkt, stelt Ferket. “Het is heel makkelijk een hoge active share te krijgen door de portefeuille tegen een minder relevante benchmark te houden. Dan krijg je een hoog cijfer, maar zegt het uiteindelijk weinig over je fonds. ”

Een active share onder de 50 of 60 is een teken aan de wand, denkt Ferket, omdat de fondsbeheerder dan te weinig afwijkt van zijn benchmark of referentie-index om zelfs maar de kans te hebben zijn kosten goed te maken. “Maar je kunt niet zeggen dat een active share van 98 per se beter is dan een van 87. Sterker nog, dan moet je je afvragen of de referentie-index wel van toepassing is.”

Een hoge active share wordt niet door iedereen als louter positief gezien. Zo zou er een positieve correlatie zijn tussen risico en active share en is een hoge active share vaak een logisch gevolg van een overweging in (minder liquide) small caps of opkomende markten, een strategie die niet altijd en overal goed uitpakt. Een hoge active share kan dan ook geen doel op zich zijn en is zeker geen heilige graal. Wie alleen op dit cijfer blindvaart kan zelfs flinke averij oplopen, zoals de lotgevallen van sommige fondsen met een torenhoge active share hebben bewezen.

Extra instrument
Active share is vooral een extra instrument op het dashboard dat in combinatie met andere variabelen, bijvoorbeeld de tracking error van een fonds, moet worden gezien. Dat er vanuit andere asset managers, regelgevers en in Zweden zelfs door met rechtszaken dreigende beleggers druk wordt uitgeoefend op fondshuizen om de active share van fondsen te publiceren is dan ook prima, denkt Ferket.

De kans is zelfs niet denkbeeldig dat het op termijn verplicht wordt. “Misschien niet wettelijk, als wel onder dwang van de markt. Als Morningstar opgave van de active share van een fonds verplicht stelt om het op te nemen in de overzichten, dan wordt dat proces serieus versneld.” Uiteindelijk zal dat leiden tot een overzichtelijk speelveld met passieve producten en echt actieve producten, zonder het grijze vlak van ‘actieve’ fondsen die ondanks hun hoge kosten dicht bij de index blijven – de zogenaamde index huggers. En daar is uiteindelijk iedereen bij gebaat.
Deel deze pagina:


Join the conversation

Nieuwsbrief professionals