By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Waar gaan we in het nieuwe jaar naartoe?

26-01-2015 | Visie | Mark Glazener Het jaar 2015 is net begonnen maar het lijkt al weer een eeuwigheid. Er kwam geen ommekeer in de olieprijs en de lange rentes daalden gewoon verder. De aandelenbeurzen corrigeerden, maar herstelden al even zo snel. Wat gaat 2015 ons verder brengen?

Weinig nieuws onder de zon
Zo is 2015 begonnen waar 2014 is opgehouden. Na de bezinning aan het einde van 2014 is er weinig nieuws onder de zon. De grote effectenhuizen hebben zich weer gebogen over 2015 en de verwachtingen zijn opmerkelijk eensluidend. Zo verwacht men dat de koersen op Wall Street blijven stijgen, evenals de Amerikaanse dollar, en dat de olieprijs voorlopig laag blijft. De Chinese economie ziet men groeien met 7%, de officiële groeiprognose van de Chinese overheid waar weinigen van af durven te wijken. De centrale banken blijven geld drukken. De Amerikaanse Fed is daar mee gestopt, maar dat wordt ruimschoots opgevangen door de Japanse centrale bank en straks ook de ECB, de Europese centrale bank. De consensus is groot, iedereen denkt hetzelfde.

Strategen spreken zich uit
Op de strategiedag van Citi, de Amerikaanse bank, vat aandelenstrateeg Robert Buckland het allemaal samen in de ‘aandelen/bedrijfsobligatiecyclus’. Buckland kijkt daarbij naar aandelenkoersen en het verschil in rente tussen bedrijfs- en overheidsobligaties (de ‘creditspread’). In 2008 gingen de koersen van zowel aandelen als bedrijfsobligaties naar beneden (fase 1). Daarna volgde fase 2, het begin van het herstel begin 2009. De aandelenkoersen daalden nog, maar met bedrijfsobligaties ging het al beter. Daarna ving de ‘bull market’ aan: aandelen en bedrijfsobligaties stegen in tandem.

Fase 3
Volgens de strateeg van Citi zitten we nu in fase 3: bedrijfsobligaties krijgen het moeilijker, maar aandelenkoersen stijgen nog verder en de beweeglijkheid in aandelen neemt toe. In deze fase doen grote aandelen het beter dan kleine aandelen. Groei blijft schaars, dus echte groeiaandelen verslaan waarde-aandelen. Fusies en overnames nemen toe. In fase 3 ontstaan ook de echte bubbels: zoals de Japan-bubbel aan het einde van de jaren tachtig, de internet-zeepbel aan het einde van de jaren negentig en de bubbel in opkomende markten en grondstoffenprijzen in 2007 en begin 2008.

Waar vinden de bubbels nu plaats? Buckland heeft een aantal suggesties: internetaandelen, biotechnologie of zelfs de S&P 500, de Amerikaanse aandelenmarkt. Ter informatie: na fase 3 volgt fase 4 en u raadt het al, dan dalen de koersen van aandelen én bedrijfsobligaties.

En als u het mij vraagt?
We moeten vooral de centrale banken goed in de gaten houden. Nu staat de geldkraan open. Leidt dat tot meer groei? Nauwelijks, gezinnen zijn nog steeds bezig hun schulden af te betalen. Bedrijven zien nog geen reden om te investeren of veel nieuwe werknemers aan te nemen. De enige serieuze motor van de investeringen is net afgeslagen: schaliegas en chemie in de Verenigde Staten. Dus waar gaat al dat geld heen? Naar hogere prijzen van activa, en dus worden aandelen en obligaties duurder. En wanneer houdt dat op? Als de centrale banken inflatie zien, die niet meer is te ontkennen.

Mij doet het erg denken aan 1986. In het eerste kwartaal van dat jaar bereikte de olieprijs een dieptepunt op een niveau van US dollar 10, maar daarna volgde een stijging tot US dollar 24 in 1987. De centrale banken konden niet ontkennen dat de inflatie steeg en verhoogden de rente. Het gevolg? De beurskrach van 1987. Pas daarna begonnen de economieën weer echt te groeien, zodat de koersdaling van oktober 1987 in 1989 alweer vergeten was.

Deze column is eerder verschenen op de website van Fondsnieuws

Deel deze pagina:


Join the conversation

Nieuwsbrief professionals