By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Michala Marcussen

Obligaties perifere landen tonen het herstel van de eurozone

01-04-2014 | Visie | Olaf Penninga De eurozone is geleidelijk aan het herstellen. Dit is te zien aan de manier waarop de vraag naar obligaties uit perifere landen is hersteld nu het vertrouwen in de markt terugkeert.

In het kort
  • Obligaties uit Italië en Spanje weer aantrekkelijk 
  • Succesvolle pijlers: geen landen uit de euro, geen faillissementen 
  • Gebrek aan institutionele vangnetten is het belangrijkste probleem

Dat was de uitkomst van het Robeco-forum 'Is the euro crisis over?', waar een vooraanstaand econome en onze interne specialist op het gebied van Europese staatsobligaties hun mening uitten. 

Volgens de deelnemers heeft de crisis in de eurozone het ergste gehad en vormen de problemen die overblijven, geen grote bedreiging voor beleggers. Het gebrek aan institutionele financiële vangnetten, zoals een bankenunie, blijft echter wel een risico.

Dit blijkt uit het feit dat obligaties van perifere landen zoals Spanje, Italië en Ierland weer aantrekkelijk zijn geworden nadat de autoriteiten van de eurozone en nationale overheden strenge maatregelen hebben genomen om de tekorten terug te dringen.

Michala Marcussen, Global Head of Economics bij Société Générale, waarschuwde echter dat de opzet van de huidige eurozone (wel een economische, maar geen federale of fiscale unie) beleggers wel voor problemen zal blijven stellen.

We zijn de fiscale unie vergeten
"We zijn dan wel overgegaan naar een gemeenschappelijke munt, maar we zijn vergeten om een bankenunie of een fiscale unie in te stellen. Eigenlijk zijn we er blind vanuit gegaan dat de landen onafhankelijk van elkaar kunnen opereren," zei ze.

"Een van de belangrijkste kenmerken van het EU-verdrag was dat geen enkele regering verantwoordelijkheid moest nemen voor de verplichtingen van een andere regering. En nu hebben we in Europa een reddingsfonds van EUR 500 miljard omdat het uitgangspunt van dat verdrag, zoals we tijdens de crisis zagen, niet werkte.”

"Toen de crisis voor het eerst uitbarstte in Griekenland, zei Angela Merkel dat dat het probleem van Griekenland was, maar daarna beseften we dat dat niet zo was. Het scheelt enorm dat we nu een reddingsmechanisme hebben. Als Spanje of Italië in de problemen kwam, was het de vraag of we genoeg geld hadden om dat land te helpen."

Volgens Marcussen is dit opgelost toen de Europese Centrale Bank aangaf bereid te zijn om steun te geven in de vorm van Outright Monetary Transactions (OMT) - een programma dat kortlopende staatsobligaties opkoopt om overheden te helpen die moeite hebben om hun schuld te herfinancieren.

'Het scheelt enorm dat we nu een reddingsmechanisme hebben'

"Dankzij dit OMT-programma was er genoeg geld om noodlijdende landen te helpen, en dat was de motor achter de performance van de aandelen- en obligatiemarkt," zei ze. "Als we kijken naar wat Europa heeft bereikt, zien we dat er geen landen uit de euro zijn gestapt en dat er geen eurolanden failliet zijn gegaan."

"Dat was voor beleggers het belangrijkste. De markten blijven geloven in deze twee pijlers: geen landen uit de euro en geen faillissementen. Zolang deze zaken niet in gevaar komen, kunnen we positief blijven over de vooruitzichten."

Beleggers maken zich niet zoveel zorgen
Olaf Penninga, portefeuillemanager van het Robeco European Government Bonds-fonds, herhaalde deze mening. "Veel van de problemen waar economen zich zorgen om maken, spelen al vele jaren, zonder dat de obligatiemarkten er op de middellange termijn last van hebben," zei hij. "Beleggers maakten zich jarenlang zorgen over het dubbele tekort in de VS, maar toch steeg de dollar in waarde." 

"We hebben veel steun gezien van EU-beleidsmakers. Het Europese beleid is altijd lastig geweest, en zal altijd ingewikkelder zijn dan in de VS, maar we hebben een belangrijke verschuiving gezien in de stijl van dit beleid."

"Aan het begin van de crisis was de rente op noodleningen zeer hoog, maar sindsdien is die rente verlaagd en zijn de looptijden verlengd. Er heeft dus een verschuiving plaatsgevonden in de manier waarop de EU omgaat met de crisis in de periferie."

Volgens Penninga zijn de landen die ooit zwaar in de schulden zaten, gaan hervormen, en begint dat nu zijn vruchten af te werpen. "Financiering is eenvoudiger geworden. Landen kampen nog steeds met tekorten, maar ze kunnen ze financieren," zei hij.

"Ze kunnen hun leningen verlengen en de gemiddelde looptijd van hun obligaties verlengen tegen gunstige rentetarieven. Dit is ook erkend door kredietbeoordelaars die de rating van landen hadden verlaagd, maar nu reageren op de verbeterde toegang tot financiering."

'Kredietbeoordelaars reageren nu op de verbeterde toegang tot financiering'

"Het tij is gekeerd: we zien nu stabiele vooruitzichten en zelfs verhogingen in de ratings van landen als Spanje en Ierland. Deze verbeteringen zijn gunstig voor beleggers. Eerder konden sommige beleggers niet beleggen in Ierland vanwege de lage rating, maar nu kunnen zij dat wel."

Volgens Penninga wordt de agenda nog steeds bepaald door de behoefte van beleggers om een goed rendement te halen bij een rente die historisch laag blijft.

De zoektocht naar rendement
"Er is over de hele linie sprake van een grote zoektocht naar rendement," zei hij. "Het ruime monetaire beleid heeft de obligatierentes naar een zeer laag niveau gebracht en tegelijkertijd is er een heleboel geld om te investeren. Mensen zoeken dus betere bestemmingen voor hun geld, en in de zoektocht naar rendement doen de perifere eurolanden het opvallend goed."

"Je zou kunnen zeggen dat de periferie nog steeds te weinig in trek is. Sommige institutionele beleggers zijn - vanwege het risico - nog steeds terughoudend in het beleggen in perifere landen, maar dit wordt geleidelijk minder. Het gaat dus de goede kant op."

En veel obligaties zijn nu een stuk goedkoper. Op het dieptepunt van de crisis droogde de vraag naar obligaties op, waardoor de prijzen daalden. Penninga: "Er was een grote kapitaaluitstroom en hierdoor zijn staatsobligaties nu aantrekkelijk. De meeste credits in Italië worden nu verhandeld tegen lagere spreads dan Italiaanse staatsobligaties. Dit heeft geleid tot een overstap van credits naar staatsobligaties."

"We verwachten dat meer beleggers zullen overstappen naar Europese staatsobligaties, want deze categorie is nu aantrekkelijker dan vastrentende alternatieven."

Veel problemen blijven bestaan
Tot zover ziet het er goed uit voor beleggers, maar beide sprekers gaven aan dat we nog niet uit de problemen zijn.

"We hebben in Europa bovenal te maken met een institutionele crisis," zei Marcussen. "De instituten zijn van groot belang. Er wordt gewerkt aan een institutioneel kader, maar naar mijn mening gaat dat te langzaam."

"Toekomstige groei speelt een grote rol. Door het gebrek aan een sterke economische groei blijft de houdbaarheid van schulden een belangrijk probleem. De huidige schuld in Europa is niet houdbaar, maar vinden we dat erg? Niet echt, want we zijn er nog steeds van overtuigd dat Europa een faillissementsscenario kan voorkomen."

Penninga voegde hieraan toe: "Risico's blijven bestaan. Er moet nog veel gebeuren in de eurozone en we zijn nog niet vergeten wat er vóór de crisis speelde, dus we adviseren beleggers om hun posities actief te beheren."

"We zijn op het juiste moment uit Griekenland en Portugal gestapt. In 2010 hadden we alle posities in Spanje gesloten en in 2011 in Italië. Maar sinds 2012 zijn we sterk overwogen in de perifere landen. Met actief beheer kun je zelfs in moeilijke tijden succesvol zijn.”

Olaf Penninga

Olaf Penninga

Senior portefeuillemanager Robeco Rates-team
Deel deze pagina:


Auteur

Olaf Penninga
Senior portefeuillemanager Robeco Rates-team