By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Valutaoorlogen: wat zijn de risico's en hoe bescherm je je ertegen?

13-03-2013 | Visie | Léon Cornelissen

Léon Cornelissen onderzoekt de logica achter valutaoorlogen en kijkt naar de risico's en gevolgen voor beleggers.

Er wordt veel gesproken over een valutaoorlog. Een valutaoorlog ontstaat wanneer twee of meer landen via fiscaal of monetair beleid hun eigen valuta's devalueren om de dalende concurrentiekracht van hun export tegen te gaan of te voorkomen.

De logica van een concurrerende devaluatie is dat een zwakkere munt leidt tot lagere exportprijzen (gemeten in vreemde valuta's) en hogere importprijzen. "Een hogere export en een lagere import leiden tot een hogere productie," verklaart Léon Cornelissen.

Japan is één van de strijdende partijen in zo’n conflict. Het land is erin geslaagd om zijn eigen valuta omlaag te praten, maar heeft - uiteraard - ontkend dat een zwakkere yen ooit deel uitmaakte van zijn economisch beleid. Sinds november 2012 is de yen 20% in waarde gedaald ten opzichte van de Amerikaanse dollar.

Valutadevaluatie kent nadelen
Op het eerste gezicht lijkt valutadevaluatie een aantrekkelijk middel om groei te stimuleren. Cornelissen benadrukt echter dat er ook veel nadelen aan kleven.            

  • Een zwakkere munt leidt vaak tot inflatie, vooral wanneer het eigen land geen vervanging heeft voor de import. In het geval van olie en gas kunnen landen niet eenvoudig overstappen naar binnenlandse productie.
  • Devaluatiepogingen kunnen ook mislukken. Andere landen, die ook hun valuta's willen verzwakken, nemen mogelijk soortgelijke maatregelen. Uiteindelijk levert een concurrerende devaluatie per saldo niets op. Een toename in productie in het ene land leidt tot een afname in productie in een ander land.
  • Lagere exportprijzen leiden niet altijd tot meer export. De concurrentiekracht van een land wordt niet alleen bepaald door een zwakke munt. Zo bereikte de Duitse export ondanks een volatiele euro een nieuw record in 2012, en voor 2013 wordt verdere groei verwacht. Dat komt doordat Duitsland innovatieve producten exporteert die mensen willen kopen.
  • Een valutaoorlog kan leiden tot een handelsoorlog. Binnenlandse producenten kunnen vragen om maatregelen tegen buitenlandse producenten die profiteren van een 'oneerlijk voordeel' in de vorm van een zwakke munt. Dit kan leiden tot sancties in de vorm van hogere importtarieven. De Amerikaanse Currency Exchange Rate Oversight Reform Act van 2011 laat zien hoe een valutaoorlog kan leiden tot een handelsoorlog. Dit internationale handelsvoorstel van het Amerikaanse congres maakt het mogelijk om handelstarieven te leggen op producten die geïmporteerd worden uit landen met ondergewaardeerde valuta's.

Geen einde in zicht voor valutaoorlog
Cornelissen ziet de valutaoorlog niet tot een einde komen, ondanks ambitieuze verklaringen van de G7 en G20. Beide organisaties legden in februari verklaringen af waarin zij opnieuw bevestigden dat wisselkoersen door de markt bepaald moeten worden.

De financiële markten interpreteerden dit echter als een acceptatie van het Japanse beleid ter verzwakking van de yen. "Uiteindelijk proberen de meeste regeringen en/of centrale banken toch hun valuta te verzwakken. Zij zien dit als een snelle oplossing voor hun economische problemen",  zegt Cornelissen.

Maar dat kan een fout zijn - een grote fout. "Het verzwakken van de valuta is gemakkelijker dan het doorvoeren van structurele hervormingen," zegt hij. "Maar een valutaoorlog zal geen welvaart brengen."
Sterker nog, deze kan leiden tot een krimp van de wereldhandel als gevolg van protectionistische maatregelen. Dankzij een ruim monetair en begrotingsbeleid kan het ook leiden tot inflatie. "Het pad naar welvaart via een valutaoorlog zou weleens desastreuze gevolgen kunnen hebben, met een hogere wereldwijde inflatie tot gevolg," zegt hij.

Opkomende markten bieden bescherming
Hoe moeten beleggers zich beschermen tegen een valutaoorlog? Cornelissen suggereert beleggen in opkomende markten met niet-afgedekte valutaposities. Hij waarschuwt wel dat de risico's van beleggen in deze markten hoger zijn dan in ontwikkelde markten.

"Deelnemen aan een valutaoorlog zou weleens desastreuze gevolgen kunnen hebben"

Wat is de reden voor deze benadering? "Wanneer een serie concurrerende devaluaties plaatsvindt, hebben de centrale banken in opkomende markten minder mogelijkheden om te voorkomen dat hun valuta's stijgen," zegt hij. "Zij kunnen de rente niet zomaar verlagen."

Een renteverlaging is het krachtigste wapen dat een centrale bank heeft om een valuta te verzwakken. "Het probleem in opkomende markten is dat een verlaging van de rente kan leiden tot een grote stijging van de kredietverlening. De daaropvolgende stijging van de binnenlandse consumptie leidt tot een hogere inflatie," verklaart hij.

Er is nog een reden waarom valuta's uit opkomende markten beleggers de beste bescherming bieden: een langdurige valutaoorlog creëert een behoefte aan nieuwe reservevaluta's buiten de volwassen markten.

Door het buitengewoon ruime monetair beleid voor de Amerikaanse dollar, de euro, de yen en het Britse Pond worden alternatieve reservevaluta's aantrekkelijker. Want deze vier valuta's komen in grote hoeveelheden voor in de deviezenreserves van veel overheden en instellingen: zij beslaan samen ruim ruim 90% van de totale wereldwijde reserve aan valuta’s.

"De Koreaanse won is het voor de hand liggende alternatief vanwege voldoende liquiditeit en kredietwaardigheid," zegt Cornelissen. "De status van reservevaluta zal nieuwe kopers aantrekken en zal de vraag doen toenemen."

Hoewel opkomende markten bescherming bieden tijdens een valutaoorlog, noemt Cornelissen nog een laatste mogelijke schaduwzijde van beleggen in deze markten. "Een valutaoorlog kan leiden tot het instellen van kapitaalrestricties," zegt hij. "Dat kan zaken ingewikkelder maken voor beleggers."

Bescherming door veilige havens
Een andere manier waarop beleggers zich kunnen beschermen tegen een valutaoorlog is door te beleggen in veilige havens tegen inflatie. "Een aanhoudende valutaoorlog verhoogt het risico op een hoge wereldwijde inflatie," waarschuwt Cornelissen. Hij verwacht de komende twee jaar echter geen grote stijging van de wereldwijde inflatie.

Uit welke veilige havens kunnen beleggers kiezen? Enkele voorbeelden zijn:

  • grondstoffen zoals goud en olie zijn de traditionele veilige havens tegen inflatie;
  • inflatie-geïndexeerde obligaties van landen met een hoge credit rating, zoals Canada of Australië, hoewel zowel aanbod als liquiditeit daarvan beperkt zijn; en
  • inflatiegerelateerde gestructureerde producten en tegen inflatie afgedekte aandelenvarianten op obligatiestrategieën.

De ontwikkeling van een valutaoorlog: van stap tot stap

27 september 2010  Guido Mantega (minister van financiën van Brazilië): "We zitten middenin een internationale valutaoorlog, een algehele verzwakking van de munt. Dit bedreigt ons omdat het onze concurrentiepositie verslechtert."
21 september 2012 Guido Mantega: "(De VS en Japan) zullen de valutaoorlogen stimuleren omdat (zij) ervoor zullen zorgen dat alle landen doorgaan met deze oorlogen... Het is logisch dat andere landen zich zullen verdedigen."

23 december 2012 Shinzo Abe (premier van Japan): "Wereldwijd houden centrale banken zich bezig met het bijdrukken van geld, het steunen van hun economieën en het vergroten van de export. Amerika is het grootste voorbeeld hiervan... Als het zo doorgaat, zal de yen onvermijdelijk aantrekken. Het is erg belangrijk om dit tegen te gaan."

5 februari 2013 Francois Hollande (president van Frankrijk): “De eurozone, met zijn staats- en regeringshoofden, moet een wisselkoers bepalen voor de middellange termijn."

12 februari 2013 G7-vergadering: "Wij, de ministers en bankiers van de G7, bevestigen opnieuw onze langdurige toewijding aan door de markt vastgestelde wisselkoersen en wij zullen onderling nauw overleg blijven voeren over acties op de valutamarkten."

13 februari 2013 Mervyn King (president van de Bank of England): “Op één of andere manier moeten we de relatieve prijs van goederen die we in eigen land produceren, laten afwijken van die van buitenlandse goederen."

17 februari 2013 G20-vergadering: "We zullen onze wisselkoers niet aanpassen uit concurrentieoverwegingen. We zullen alle vormen van protectionisme tegenhouden en onze markten open houden."

Deel deze pagina: