By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Dit is geen fonds voor cowboys

25-03-2013 | Nieuws
.




Robeco NV 80 jaar: oud-fondsmanagers bespreken verleden, heden en toekomst

Drie eeuwen beleggingservaring aan één tafel. Dat bracht Robeco bijeen ter gelegenheid van het 80-jarige bestaan van het wereldwijde aandelenfonds Robeco NV. Alle oud-portfoliomanagers van het fonds discussieerden donderdag 21 maart 2013 met elkaar over het verleden, heden en de toekomst. In 80 jaar is er veel veranderd. Waar de eerste fondsmanager Lodewijk Rauwenhoff zelf nog op de fiets fondsaandelen aan klanten verkocht, werkt de huidige fondsmanager Mark Glazener met een heel team om de complexe informatiestromen juist te duiden. Toch is ook veel hetzelfde gebleven. De zoektocht naar kwaliteit en soliditeit is een constante.

Peter Ferket, hoofd aandelenbeleggingen van Robeco voelde de gepassioneerde beleggers, waarvan de oudste inmiddels 93 jaar is, aan de tand over de beleggingspraktijk. Aan tafel zaten Mark Glazener, die sinds 2003 de portefeuillemanager is, en al zijn in leven zijnde voorgangers: Jaap van Duijn (1995-2003), Izaak Maartense (1988-1995), Guus van Oostveen (1973-1993), Antony Bunker (1971-1983) en Donald van Raalte (1959-1971). Samen beheerden ze meer dan 50 jaar lang het fonds Robeco. De eerste twee fondsmanagers, de heren Lodewijk Rauwenhoff en Ewold Brouwer, zijn overleden.

Op 24 maart 1933 is de Robeco NV opgericht. Dit is na de vorming van het Rotterdamsch Beleggingsconsortium in 1929 de tweede mijlpaal. Wat begon als een club van vermogende Rotterdammers, ontwikkelde zich door tot één van de grootste beleggingsfondsen van Europa en het heeft de crisis van de jaren dertig en de oorlog doorstaan. Het beleggingsbedrijf Robeco is eruit voortgekomen. De naoorlogse formule van internationaal gespreid beleggen in kwaliteitsaandelen werd een groot succes.

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen nu en vroeger in het werk van de fondsbeheerder?
Mark Glazener benadrukt de omvang van zijn aandelenteam: “In het verleden werd het fonds beheerd door een klein aantal mensen. Kenmerkend nu is dat we een team hebben van 3 portefeuillemanagers en 9 analisten die met zijn allen de portefeuille beheren. Beleggen is een eenzaam vak en daarom is het prettig dit met meer mensen te doen. Informatie is in grote hoeveelheden aanwezig en om die informatie te verwerken en te doorgronden hebben we meer mensen nodig dan vroeger.”

“Een tweede verschil is het aantal concurrerende beleggingsfondsen. De fondsbeoordelaar Morningstar heeft in de categorie van Robeco maar liefst 811 beleggingsfondsen. En die fondsen worden met elkaar vergeleken. Er zijn er in de loop der jaren heel wat bijgekomen, en er zijn er ook alweer de nodige gegaan.”

En wat is in het 80-jarige bestaan altijd hetzelfde gebleven?
Mark Glazener benadrukt dat er veel dingen hetzelfde zijn gebleven bij zijn fonds: “De soliditeit en de betrouwbaarheid van de aandelen die erin zaten. Daarmee is het rendement van gemiddeld 8% per jaar gemaakt. Iemand die het Robeco-fonds koopt, koopt daarmee een prachtig gespreide portefeuille van kwaliteitsaandelen en laat daarmee het beleggen over aan anderen die daar dagelijks mee bezig zijn, en die dat zorgvuldig doen. Dit is geen fonds voor cowboys.”

Ook Van Raalte benadrukt de kwaliteit: “ Ik ben zelf in 1954 bij Robeco begonnen. Iedereen kende het verhaal vanaf de eerste dag bij Robeco: de leden van ‘De Club Rotterdam’ maakten samen een consortium. Dat waren ‘de hoge pieten’. Deze oprichters hebben het fonds vanaf dag één het stempel van kwaliteit gegeven. Altijd is de reputatie van Robeco voortreffelijk geweest. Dat is de sleutel tot het succes.”

En vertrouwen is de constante factor, voegt Van Oostveen toe: “Vertrouwen, daarin is het geheel van Robeco op gebaseerd. Vertrouwen van de aandeelhouders dat wij het goed zouden doen, gedaan hadden en zouden doen. Het was een club voor en door de aandeelhouders.”

Japan werd een beleggingsfenomeen. Hoe ging beleggen in Japan vroeger in zijn werk?
Robeco stapte in 1963 in Japanse aandelen. Dat was in die tijd revolutionair. Van Raalte benadrukt dat het gemakkelijker was dan gedacht: “De problemen met jaarverslagen waren minder groot dan gedacht. Japanners zijn sterk in het nabootsen en weten het goede voorbeeld te vinden. Dat voorbeeld was de Verenigde Staten. Ze leverden informatie volgens dezelfde methodes aan als in de Verenigde Staten.”

Bunker geeft verdere toelichting over de aantrekkingskracht van Japan voor het Robecofonds: “Begin jaren ’70 had je Japanse aandelen met een koerswinstverhouding van vier of vijf. De aandelen lagen voor het oprapen. Op een bepaald moment wisten we meer van de Japanse portefeuille dan de Nederlandse portefeuille”.

Maartense maakte de opgang van de Japanse beurs mee, maar ook de neergang: “Ik had het geluk dat mijn langste periode als belegger in Japan is geweest. Ik heb de hele opgang van de Japanse beurs in de jaren ‘70 en ‘80 meegemaakt. De performance van Robeco is op peil gebleven door Japan. Amerika stagneerde en Europa had een dip. De Japanse beurs is 25 jaar lang alleen gestegen. Maar op een gegeven moment kregen we ‘buikpijn’. Het was een rare situatie. Oneindig hoge koerswinstverhoudingen en torenhoge vastgoedprijzen. Het was allemaal ontzettend opgeklopt. In het voorjaar van 1989 wilden we een deel verkopen en dat hebben we gedaan. Maar de Nikkei steeg vervolgens nog verder en de yen ook. De beurs ging verder omhoog van 32000 tot 39000. De eerste 6 maanden zaten we scheef. Maar snel daarna is de Nikkei gehalveerd.”

Hoe kon je de intrinsieke waarde zonder computer berekenen?
Van Raalte legt uit hoe dat in zijn tijd ging: “Er was een abonnement op de prijscourant met Nederlandse beurskoersen. Het was ingewikkelder voor de buitenlandse aandelen. Uit het buitenland kwamen de koersen per telex binnen. Deze telexmachine zat in een aparte kamer bij een constante temperatuur, zodat de werking ervan zeker werd gesteld. Het was streng verboden deze kamer te betreden. Met alle koersen ging onze boekhouder aan de slag. Deze boekhouder was zeer capabel. Hij berekende de intrinsieke waarde dagelijks. Hij berekende deze waarde in een mum van tijd."

Hoe hoog ligt de druk op de fondsmanager?
Van Duijn benadrukt de verantwoordelijkheid die een fondsmanager voelt. “Het is de mooiste baan en de moeilijkste baan. Je bent nooit helemaal op je gemak als fondsmanager. Zelfs in de goede jaren ‘98/’99. Ik had een jaarrendement van 59% en gaf lezingen in het land. Toch waren klanten ontevreden omdat het OHRA Aandelen Fonds hogere rendementen behaalde. In dat soort termen leefden wij toen. En toen kwam de boekhoudcrisis, Enron en SARS en het ging maar door.”

Waaraan is het succes van Robeco te danken?
Van Raalte benadrukt naast de beleggingskant, het commerciële succes van Robeco. De eerste directeur Rauwenhoff slaagde er in de jaren dertig in om het aandelenkapitaal van Robeco in vijf jaar te verdrievoudigen: “Rauwenhoff was in de jaren dertig een meester op gebied van het plaatsen van aandelen Robeco. Hij verkocht de aandelen op de fiets. Dat zou nu niet meer mogen”, zegt Van Raalte verwijzend naar de huidige regels van de Autoriteit Financiële Markten voor de verkoop van aandelen. Rauwenhoff fietste in de jaren dertig naar de Rotterdamse wijk Kralingen om de aandelen huis aan huis te verkopen met behulp van een kleine brochure met inschrijfformulier.

Bunker benadert de vraag vanuit een andere hoek: “Waarom was Robeco zo’n succes? Omdat het een behoefde in de maatschappij vervulde. Als je vermogen had, dan was je er verantwoordelijk voor om dit te beheren. Robeco nam je deze verantwoordelijkheid uit handen. Robeco vulde het gat dat er was.”

Wat zijn de toekomstverwachtingen voor het fonds Robeco?
Mark Glazener is optimistisch: “We gaan betere tijden tegemoet. De winsten zijn omhoog gegaan terwijl de koersen nog laag zijn. Kortom, er zit een meer solide basis achter de portefeuille. En de geldstromen van de financiële markten zijn onder druk van regelgevers uit aandelen gegaan. Dat vloeit een keer terug. Veel goede alternatieven zijn er niet.”

Bunker is pessimistischer over het economisch tij, maar ziet wel kansen voor aandelenbeleggingen in het algemeen en Robeco in het bijzonder: ”Ik verwacht voor de komende tijd financiële chaos. De crisis is meer politiek dan economisch van aard. De crisis duurt te lang als je bezuinigt zonder dat je mensen in Zuid-Europa hoop geeft. Maar aan de andere kant. Als ik een goed bedrijf heb, dan overleef ik de crisis. Heb ik vijf goede bedrijven of een portefeuille vol goede bedrijven, dan overleef ik dat helemaal. Robeco moet zich richten op de kern: niet de korte, maar de lange termijn. Dat is de kern en Robeco kan dat bieden.”
Deel deze pagina:

Van links naar rechts:
Jaap van Duijn (1995–2003), Antony Bunker (1971–1983), Donald van Raalte (1959–1971), Mark Glazener (2003 - nu), Guus van Oostveen (1973–1993) en Izaak Maartense (1988–1995)