By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Is het opkomende markten-verhaal voorbij?

11-10-2013 | Visie | Jaap van der Hart, Maurice Meijers Met het einde van goedkoop geld in de VS in zicht, zijn opkomende markten nog niet teruggekeerd naar de normale situatie. Sommige beleggers maken zich zorgen dat er de afgelopen jaren te veel geld in de obligatie- en aandelenmarkten is ingestroomd. Is het nu gedaan met de aantrekkelijke rendementen voor beleggers?

In het kort
  • Huidige vertraging in opkomende markten is cyclisch en gezond
  • Vooruitzichten zijn verslechterd, maar de situatie is anders dan in 1997
  • Landenallocatie is belangrijk voor schuldpapier uit opkomende markten
  • Potentieel voor hoge economische groei blijft
Tijdens een paneldiscussie die op 8 oktober door Robeco is georganiseerd in Rotterdam, behandelden drie sprekers het onderwerp opkomende markten vanuit verschillende invalshoeken. Karen Ward van HSBC richtte zich op de macro-economie, Maurice Meijers van Robeco op schuldpapier en Jaap van der Hart van Robeco sprak over aandelen. Robeco’s Chief Economist Léon Cornelissen deed mee aan de daarop volgende paneldiscussie.

Karen Ward, global economist bij HSBC, begon met een prikkelende stelling. Volgens haar trekken veel economen de verkeerde conclusie wanneer zij volwassen markten vergelijken met opkomende markten. "Je kunt die twee niet vergelijken, want opkomende markten bevinden zich in een veel vroegere ontwikkelingsfase."

Ze heeft een rapport geschreven, getiteld 'The World in 2050', waarin ze langetermijntrends analyseerde. Om te beoordelen waar China zich qua ontwikkeling bevindt, keek ze naar de wijzigingen in het percentage van de bevolking dat de afgelopen 130 jaar werkzaam was in de landbouw.

"De percentages van mensen werkzaam in de landbouw in de VS en Japan zijn gedurende deze periode gedaald en zijn min of meer in lijn met elkaar bewogen. Maar als je kijkt naar de ontwikkelingsfase waarin China zich momenteel bevindt, is dat nog steeds aan het begin. Nog altijd een groot percentage van de Chinese bevolking werkt in de landbouw. En het proces van industrialisatie heeft nog een lange weg te gaan. China is nog maar aan het begin van de ontwikkeling van opkomende markten.” Ze vat samen hoe de wereld de komende decennia zal veranderen: "In 2050 zal er een uitzonderlijke verschuiving hebben plaatsgevonden in de economische ranglijst. 19 van de 30 top-economieën zullen dan opkomende landen zijn."

Een ander punt dat ze benadrukt, is dat de daling in de wereldwijde economische groei slechts tijdelijk is. "De groeicijfers van opkomende markten zijn weliswaar steeds hoger geweest dan die van volwassen markten, maar dit was niet genoeg om te zorgen voor een hogere economische groei wereldwijd. De komende tijd zal dit veranderen: de groei zal weer terugkeren naar een hoog niveau."

Cyclisch, niet structureel
Haar langetermijnvoorspellingen steken af bij de huidige, meer pessimistische stemming rondom opkomende markten. Volgens Ward is de huidige vertraging cyclisch, niet structureel. Deze vertraging is gezond en wordt veroorzaakt door twee factoren:

'In 2050 zal er een uitzonderlijke verschuiving hebben plaatsgevonden in de economische ranglijst'

"De eerste factor is wereldwijde liquiditeit. Het westen is bezig om goedkoop geld in de binnenlandse economie te pompen. Dit is 'hot money', op zoek naar rendement. Een deel van dit geld heeft zijn weg gevonden naar opkomende markten. Dit geld is niet altijd goed benut. Het heeft de kooplust aangewakkerd. Sommige landen, zoals de Filipijnen, Maleisië en Zuid-Korea, hebben het geld gebruikt om hun infrastructuur te verbeteren. Andere landen, zoals Brazilië, Turkije en India, hebben het gebruikt voor consumentenbestedingen en import. Hun tekorten op de lopende rekening zijn opgelopen en ze hebben nu economische problemen."

'Het einde van de tapering zal geen langetermijninvloed hebben op de aantrekkelijkheid'

"De tweede factor is een vertraging in China die is gepland door de centrale overheid. China streeft naar een meer hoogwaardige groei van ongeveer 7,5%. Het land is op zoek naar een consumentgedreven en servicegeoriënteerde groei, in plaats van een groei die wordt gedreven door krediet en grote investeringen. Als China 10% groeit, zal dit geen hoogwaardige groei zijn."
Ze sluit haar toespraak af met haar visie over de opkomende markten. "Ik ben erg enthousiast over opkomende markten op de lange termijn. Het westen gaat voorlopig nergens heen. Ik geloof niet dat het einde van de tapering een langetermijninvloed zal hebben op de aantrekkelijkheid van opkomende markten," zegt Ward.

Wat zijn de vooruitzichten voor schuldpapier uit opkomende markten?
Maurice Meijers, portefeuillemanager bij Robeco, besprak zijn vooruitzichten voor schuldpapier uit opkomende markten (Emerging Markets Debt; EMD). Deze vooruitzichten zijn negatiever dan zes maanden geleden, maar hij geeft aan dat opkomende markten nog steeds interessant zijn.

"Naast de zwakkere fundamentele cijfers is er sprake geweest van sociale onrust in Brazilië, Zuid-Afrika en Turkije. De omgeving van opkomende markten verandert," zegt Meijers. "We spreken niet meer over de BRIC-landen, maar richten ons op de 'Fragile Five': Zuid-Afrika, Indonesië, India, Brazilië en Turkije. Deze landen hebben een vrij groot tekort op de lopende rekening, dat moet worden gefinancierd door buitenlands kapitaal. In het verleden was dit geen probleem, want er was genoeg geld in omloop. Maar met de naderende wijziging in het Fed-beleid zijn beleggers zich zorgen gaan maken. Deze landen zijn kwetsbaar geworden."

Er zijn echter ook landen die de problemen van de 'Fragile Five' niet delen: "Er zijn ook opkomende landen met sterke fundamentele factoren. Taiwan en Zuid-Korea hebben bijvoorbeeld stijgende valuta's. Fundamentele factoren zijn weer belangrijk geworden."

'Waarom zo negatief over opkomende markten, terwijl we positiever worden over volwassen markten?'

Meijers maakt een vergelijking tussen de huidige situatie en de Azië-crisis van 1997. Volgens hem zijn er weliswaar overeenkomsten, maar zijn de verschillen groter:

"In beide gevallen werd de crisis veroorzaakt door een verandering in het monetaire beleid in volwassen markten. En er zijn meer overeenkomsten. Zo zijn de tekorten op de lopende rekening ook nu een probleem en vonden beide crises plaats na een instroom van kapitaal in de opkomende markten."

"Toch ben ik positiever over de huidige situatie. De valuta's van opkomende markten hebben nu flexibele wisselkoersen. Waardedaling van hun eigen munten is nu precies wat deze landen nodig hebben. Volgens de verbeterde vooruitzichten voor groei in Europa en de VS, gaat een valutadaling van 20% hun export aanzienlijk helpen. Daarnaast hebben opkomende landen grote buitenlandse reserves opgebouwd die als oorlogskas kunnen dienen."

Hij sluit af met een retorische vraag: “Waarom zo negatief over opkomende markten, terwijl we positiever worden over volwassen markten?" Hij vat de huidige situatie samen: "Dit is een heel ander tijdperk."

'Landenallocatie - de belangrijkste bron van alfa'

Meijers bespreekt de zorgen van beleggers over kapitaaluitstroom: "Veel van het geld dat in opkomende markten is gestoken, is ’sticky money’, ofwel geld dat niet snel wegstroomt. Het maakt deel uit van de wereldwijde herallocatie van kapitaal. Institutionele beleggers zoals pensioenfondsen beleggen meer geld in opkomende markten. Ze verkopen niet. Sterker nog, veel pensioenfondsen hebben nu geen exposure naar schuldpapier van opkomende markten, maar hebben hier wel interesse in. De huidige allocatie naar EMD is slechts 2%. Er is uitstroom geweest, maar dat was maar tijdelijk. Er is geen massale vlucht."
Hij sloot zijn presentatie af met een advies en een samenvatting van zijn beleggingstrategie: "Nu de periode van goedkoop geld op zijn eind loopt, moeten opkomende markten zichzelf herontdekken. Ze moeten structurele hervormingen doorvoeren. Politiek kapitaal, zou ik zeggen. Dat is waar we ons op richten met ESG-factoren (environmental, social and corporate governance). We leggen meer nadruk op landenallocatie. Dat is onze belangrijkste bron van alfa."

'Er is uitstroom geweest, maar dat was maar tijdelijk. Er is geen massale vlucht'

En wat zijn de beleggingsmogelijkheden voor aandelen uit opkomende markten?
De volgende spreker was Jaap van der Hart, portefeuillemanager van Robeco Emerging Markets Equities. Volgens hem zit de aantrekkelijkheid niet alleen in de traditionele groeifactoren: outsourcing, bouw, en grondstoffen. Hij schetste de nieuwe groeifactoren: "Er zullen nieuwe merken komen uit deze regio. Samsung en Hyundai kennen we al, maar er zit meer in het vat. Consumentengoederen, banken en diensten zullen de binnenlandse markt moeten bedienen." Hij voegde toe dat beleggers ook rekening moeten houden met de toenemende politieke macht van opkomende landen.

'Er zullen nieuwe merken komen uit deze regio. Samsung en Hyundai kennen we al, maar er zit meer in het vat'

Hoewel de groei in de opkomende markten is vertraagd, is het verschil in groeiniveaus ten opzichte van ontwikkelde markten volgens Van der Hart niet veel veranderd. En de factoren die hoge economische groei op de lange termijn mogelijk maken - werk, kapitaal en productiviteit - zijn positief: "De demografische factoren zijn positief; deze markten hebben een jonge beroepsbevolking. De meeste van deze landen hebben hoge investeringen ten opzichte van het BBP, en in het bijzonder ten opzichte van hun vaste activa. Door het verbeteren van onderwijs en het toepassen van bestaande technologieën, kunnen ze hun productiviteit verder verhogen. Het potentieel is er nog steeds."

Tijdens de paneldiscussie noemde Robeco Chief Economist Léon Cornelissen zichzelf een ‘gematigde gelover in de opkomende landen’. China is in staat om zijn schuldenproblemen op te lossen: “De centrale overheid heeft veel capaciteit om schulden van andere sectoren van de economie op te vangen.” En hij voegde toe: “Binnen een beleggingsportefeuille bieden de opkomende landen diversificatie”.

De vier participanten sloten de discussie af door hun favoriete landen voor beleggers te noemen.

Spreker
Land
Redenen
Karen Ward
Oost Europa
Er zijn minder zorgen over credits in Oost-Europese landen



Maurice Meijers (Debt)
Mexico
Het juiste soort hervormingen kan de weg vrijmaken voor een nieuw groeipad

Maleisie
Ze kunnen hun economische model opnieuw op touw zetten

Colombia
Kansen op een vredesakkoord met de FARC



Jaap van der Hart
(Aandelen)
Zuid-Korea
Toename van overschot op de lopende rekening, aantrekkelijke waardering

China
Langetermijngroei, ook een aantrekkelijke waardering

Thailand
Goede groei, redelijke waardering



Léon Cornelissen (Aandelen)
Rusland
Waarde

India
Waarde

Zuid-Korea
Uitstekende fundamentals




Deel deze pagina: