By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Neemt de voedingsindustrie de strijd tegen de kilos wel serieus?

02-02-2012 | Visie | Wilco van Heteren

Wilco van Heteren, Senior Engagement Specialist, legt uit waarom en hoe Robeco in dialoog gaat met voedingsbedrijven om hen te stimuleren meer werk te maken van de strijd tegen obesitas.

Obesitas is wereldwijd een groeiend gezondheidsprobleem. En het probleem wordt steeds erger, zowel wat betreft patiëntaantallen als de ernst van het overgewicht. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie komt obesitas twee keer zo vaak voor als in 1980. In de VS was bijvoorbeeld 35% van de volwassenen obees in 2008, in 1971 was dit nog 14,5%.

Gezien deze dramatische cijfers is het geen verrassing dat politici, gezondheidsorganisaties en consumenten steeds vaker de link leggen tussen obesitas en de consumptie van grote hoeveelheden van bepaalde voedingsmiddelen en dranken. Obesitas wordt dus een belangrijk probleem voor bedrijven. Maar doen bedrijven wel genoeg? Reageren ze voldoende op het maatschappelijke probleem ‘obesitas’ en spannen ze zich wel in om de mogelijke risico’s te beperken?

Vanwege deze ontwikkelingen heeft Robeco in het vierde kwartaal van 2011 een onderzoek laten uitvoeren naar gemaksvoedsel en het effect daarvan op de gezondheid van mensen. Het onderzoek is uitgevoerd door EIRIS, een Britse leverancier van onderzoek op het gebied van maatschappij, milieu en ondernemingsbestuur (ook aangeduid met de Engelse afkorting 'ESG').

Belangrijkste risico’s van obesitas
Het onderzoek had een aantal doelen. Ten eerste, moest duidelijk worden wat de mogelijke risico’s zijn in verband met obesitas. “We wilden een beter inzicht in de risico’s, zowel de huidige risico’s als de risico’s die op de middellange termijn kunnen ontstaan,” legt Wilco van Heteren uit.

De belangrijkste potentiële risico’s hebben te maken met regelgeving. Zo zouden er strengere regels kunnen gaan gelden voor voedselreclames of voor informatie op etiketten. Ook zou de belasting op bepaalde voedingsmiddelen verhoogd kunnen worden. In Hongarije en Denemarken geldt al een hoger belastingtarief voor ongezonde voeding. En er is een groter risico op rechtszaken. Steeds vaker worden er rechtszaken aangespannen tegen fastfoodrestaurants. En consumenten zouden zich kunnen gaan verzetten.

Al deze factoren tezamen kunnen een behoorlijk negatief effect hebben op de inkomsten en winstgevendheid van bedrijven. “Producenten en verkopers van voeding en dranken die niet inspelen op het obesitasprobleem lopen het risico dat hun omzet negatief wordt beïnvloed," zegt Van Heteren.

15 bedrijven onder de loep
Het tweede doel van de studie was om te onderzoeken hoe vijftien voedingsbedrijven inspelen op deze aan obesitas gerelateerde bedrijfsrisico’s. De onderzochte bedrijven zijn de voedingsproducenten Unilever, Kellogg’s, Sara Lee, HJ Heinz, Nestle, Kraft Foods en Danone; fastfoodbedrijven McDonald’s, Burger King en Yum!; de merken en drankenbedrijven Coca-Cola, Dr. Pepper Snapple en PepsiCo; en retailers Carrefour en Ahold. Op de een of andere manier lopen al deze bedrijven risico’s in verband met obesitas.

Hoe gaat het met deze bedrijven? Bijna alle bedrijven hebben al stappen in de goede richting gezet, maar over het algemeen is het beeld nog gemengd. Geen van de bedrijven haalt met zijn prestaties het niveau 'advanced' van EIRIS. Het beste bedrijf is Unilever. Dat bedrijf wordt door EIRIS beoordeeld als ‘good’, de op een na hoogste score. De Engels-Nederlandse producent van Hellmann’s mayonaise en Ben & Jerry’s ijs is het enige bedrijf dat deze score haalt. De aanpak van obesitas van drie bedrijven wordt beoordeeld als 'limited'.

Sommige bedrijven moeten dus nog heel wat aanpassingen doen om adequaat te reageren op obesitas. En zelfs bij de beste bedrijven is er nog ruimte voor verbetering.

Wat is de beste aanpak van het obesitasrisico?
Maar wat moeten bedrijven doen om effectief in te spelen op dit thema? Het derde doel van de studie was daarom gericht op het vinden van de beste aanpak van het obesitasrisico.

EIRIS deelt deze aanpak op in vijf deelgebieden: verantwoordelijkheid, productstrategie, consumenteninformatie, marketing gericht op kinderen en verantwoorde reclame/marketing voor iedereen.

Om een idee te geven van wat bedrijven allemaal moeten doen, beschrijven we hieronder waar bedrijven rekening mee moeten houden bij de marketing gericht op kinderen. Volgens EIRIS zijn er zes belangrijke punten waarop bedrijven actie moeten ondernemen. Beperkt het bedrijf het gebruik van tekenfilm/fantasie-figuren? Verbiedt het bedrijf het meeverpakken van speeltjes bij hun producten? Verbiedt het bedrijf het gebruik van de ‘zeurfactor’ voor ongezonde producten? Verbiedt het bedrijf reclame-uitingen op scholen? Beperkt het bedrijf het aantal verkooppunten op scholen? Belooft het bedrijf geen marketinguitingen te maken die gericht zijn op kinderen jonger dan acht jaar? Voor alle deelgebieden in de aanpak van obesitas gelden vergelijkbare, gedetailleerde eisen.

Maar hoe presteren de bedrijven? Unilever loopt voorop met zijn algehele aanpak van obesitas. Maar andere bedrijven hebben op bepaalde deelgebieden ook goede stappen gezet. Coca-Cola heeft bijvoorbeeld aangegeven dat het zijn dranken niet zal verkopen op basisscholen. Er is al veel bereikt, maar er is nog steeds veel meer te doen.

Zeven doelstellingen voor de bedrijven
En zo komen we bij het uiteindelijke doel van de studie, namelijk het formuleren van een 'best practice'. Op basis hiervan kan Robeco dan een dialoog over obesitas aangaan met bedrijven. Door middel van een dialoog kan Robeco bedrijven aanmoedigen beter in te spelen op het thema obesitas, bijvoorbeeld door meer gezonde producten aan te bieden of door informatie te geven over eet- en leefgewoonten.

In zijn verslag geeft EIRIS zeven doelstellingen voor deze dialogen. Van Heteren legt uit dat Robeco deze doelstellingen zal overnemen voor de dialogen die Robeco met de vijftien bedrijven zal gaan voeren in 2012 en daarna.

1) Bedrijven laten erkennen dat obesitas een ESG-risico is
Bedrijven moeten in hun jaarverslag of duurzaamheidsverslag duidelijk aangeven dat zij obesitas beschouwen als een van de risico’s die het bedrijf loopt op het gebied van milieu, maatschappij en ondernemingsbestuur ('ESG').

2) Bedrijven de ernst laten erkennen van obesitas bij kinderen
Bedrijven moeten een duidelijke uitspraak doen waarin zij erkennen dat kinderen een bijzondere risicogroep zijn voor obesitas. Het bedrijf moet ook aangeven dat het zal helpen bij de bestrijding van kinderobesitas.

3) Bedrijven gezondere producten laten ontwikkelen
Bedrijven die nog geen gezondere producten maken moeten toezeggen dat zij dit alsnog gaan doen, ofwel door de hoeveelheid suiker of vet in bestaande producten aanzienlijk te verminderen of door nieuwe producten te introduceren die gezonder zijn dan hun bestaande producten. Het bedrijf moet ook aangeven hoeveel tijd het gaat kosten om de bovengenoemde verbeteringen door te voeren.
|
4) Bedrijven kwantitatieve doelstellingen laten formuleren voor de gezondere producten in hun portefeuilles
Bedrijven moeten duidelijke kwantitatieve doelen formuleren voor de gezonde producten die zij verkopen. In deze kwantitatieve doelstellingen zou het bedrijf bijvoorbeeld ook kunnen aangeven welk deel van de omzet afkomstig is van gezonde/gezondere producten of hoe groot het aandeel is van de productseries die bestaan uit gezonde/gezondere producten.
 
5) Bedrijven verantwoord om laten gaan met marketing gericht op kinderen
Bedrijven moeten een beleid opstellen voor verantwoorde marketing van ongezonde producten gericht op kinderen. Dit beleid moet een aantal specifieke beloftes bevatten. Voorbeelden van dit soort beloftes zijn: geen reclame maken die gericht is op kinderen onder de twaalf, geen gebruik maken van tekenfilmfiguren in productmarketing, geen speeltjes bijsluiten bij ongezonde voeding en geen ongezonde producten verkopen aan kinderen in de basisschoolleeftijd.

6) Bedrijven verantwoord om laten gaan met marketing gericht op alle consumenten
Bedrijven moeten duidelijk beloven dat zij alleen gezondheidsclaims doen voor hun producten als deze claims volledig onderbouwd zijn. Bedrijven moeten ook aantonen dat zij hun best doen om consumenten aan te moedigen tot betere eetgewoontes door meer reclame te maken voor gezondere producten of door gezondere producten een prominentere plaats te geven op het winkelschap.

7) Bedrijven jaarlijks hun strategie met betrekking tot obesitas bekend laten maken
Bedrijven moeten jaarlijks in hun jaarverslag of duurzaamheidsverslag bekend maken wat hun strategie is met betrekking tot obesitas en wat de ontwikkelingen waren op dit gebied.

De lijst waarmee we beginnen is dus al behoorlijk lang. Maar dit geeft bedrijven ook veel mogelijkheden om hun prestaties te verbeteren. Van Heteren zal laten weten hoe de dialogen met de vijftien bedrijven zich ontwikkelen. Hij zal regelmatige updates geven. Houd deze site dus in de gaten.

Deel deze pagina: