By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Terugblik 2010

20-01-2011 | Visie | Ronald Doeswijk

Met een bescheiden maar duidelijk economisch herstel presteerden beleggingen volgens het boekje in 2010. Chief Strategist Ronald Doeswijk kijkt terug op een goed jaar voor de meeste beleggingscategorieën.

Risicovolle beleggingscategorieën hadden een goede performance in 2010 aangezien het wereldwijde economische herstel vaste voet aan de grond kreeg. “Tot april was de wereldwijde economie sterk aan het herstellen,” merkt Ronald Doeswijk op. Daarna volgden ongeveer zes maanden met wat meer evenwichtiger cijfers. “Maar in het laatste kwartaal van het jaar waren de cijfers over het algemeen beter dan verwacht en bevestigden dat de gematigde groei zou doorzetten," voegt hij toe.

Na hun duikvlucht naar economische krimp in 2009, lijkt het erop dat dankzij het extreem ruime monetaire beleid alle grote volwassen markten groei kunnen rapporteren over 2010. Voor Japan en de VS wordt een cijfer in de buurt van 3% verwacht. De economie van de eurozone is minder sterk, met een beperkte groei van naar verwachting ongeveer 1% voor 2010.

Twee tempo’s in de eurozone
Maar Doeswijk wijst erop dat het belangrijk is om onderscheid te maken tussen de verschillende groeitempo’s in de regio. Duitsland doet het goed: exporteurs hebben geprofiteerd van de daling van de euro en er waren tekenen van een toegenomen binnenlandse vraag.

Zuid-Europa daarentegen had grote moeite met de gevolgen van de bezuinigingsmaatregelen. In 2010 laaide ook de schuldencrisis in de eurozone weer op, toen eerst Griekenland en vervolgens Ierland geholpen moesten worden met een bedrag van in totaal EUR 195 miljard.

De fantastische performance van de opkomende markten was een ander kenmerk van 2010. China ligt op koers om over 2010 een groei van ongeveer 10% te realiseren, terwijl India daar met een verwachte groei van 8% of meer niet ver bij achterblijft.

Maar deze sterke groei brengt ook inflatie met zich mee. In eerste instantie leek het alsof deze goed onder controle was. “Maar tegen het einde van het jaar liep de inflatie, vooral in China, heel snel op,” zegt Doeswijk.

Financiële markten deden het volgens het boekje in 2010
En hoe presteerden de financiële markten onder deze omstandigheden? Doeswijk merkt op dat 2010 een jaar was waarin de markten min of meer volgens het boekje presteerden. “Tijdens het eerste stadium van een economisch herstel, zou je een risicopremie verwachten voor risicovolle beleggingen.”

En dat was ook precies het geval. Onroerend goed steeg 30% gemeten in euro’s, aandelen stegen 21%, grondstoffen 17%, high-yieldobligaties (afgedekt) 15% en investment-gradeobligaties (afgedekt) 7%. Staatsobligaties (afgedekt) daarentegen stegen 4% en geldmarktbeleggingen hadden een rendement van slechts 1%.

Bedenk wel dat deze cijfers een vertekend beeld geven vanwege de zwakte van de euro. Deze factor had belangrijke (en prettige) gevolgen voor eurobeleggers toen zij hun in andere valuta's luidende beleggingen weer omzetten in euro's.

Dus, terwijl de S&P 500 ongeveer 13% steeg gemeten in US dollars, steeg de index ongeveer 21% gemeten in euro’s. De daling van de euro ten opzichte van de yen leverde een winst van 18% op voor eurobeleggers in de Nikkei 225, terwijl yenbeleggers een verlies van 3% moesten verwerken.

Op een paar kleine tegenslagen na was 2010 goed voor aandelen
Uiteindelijk zorgden sterke bedrijfswinsten, verbeterende economische cijfers en de niet eerder vertoonde Amerikaanse stimuleringsmaatregelen voor een voldoende sterke impuls om aandelen omhoog te duwen. Aandelen stegen ondanks de tegenslag in de vorm van de Europese schuldencrisis, hoog blijvende Amerikaanse werkloosheid en de anti-inflatiemaatregelen van China. Sterker nog, de wereldwijde aandelenmarkten sloten het jaar op de hoogste niveaus sinds het instorten van zakenbank Lehman Brothers in september 2008. De MSCI All-Country World Index steeg 21% (in euro's) over het jaar.

Een redelijk jaar voor Amerikaanse aandelen
Amerikaanse aandelen hadden een goede performance over 2010, zo had de MSCI North America Index een rendement van 24% (in euro's). Maar het was zeker geen gemakkelijk jaar. Beleggers kregen te maken met periodes met zeer veel volatiliteit rondom de schuldencrisis in de eurozone in april, de zogenaamde ‘flitscrash’ in mei en angst voor een dubbele dip voor de Amerikaanse economie in de zomer.

Maar ook al verslechterde het macro-economisch beeld van tijd tot tijd, het nieuws uit het bedrijfsleven bleef goed. Niet alleen waren de balansen van bedrijven gezond, ook de winstgevendheid bleef zeer sterk. In de VS overtroffen meer dan 70% van de bedrijven de winstverwachtingen van analisten over het derde kwartaal.

Europese aandelen bleven achter
Aandelen in Europa bleven wat achter, met winsten van 12% in euro's. Het is niet verrassend dat de perifere markten zoals Griekenland (-35%) het bijzonder slecht deden.

Azië deed het beter. De MSCI Pacific steeg 24% (in euro’s). Maar terwijl kleinere markten in de regio zoals Zuid-Korea sterk waren, hadden Japen en China het moeilijk. De Japanse Nikkei 225 daalde in lokale valuta, aangezien de aantrekkende Japanse munt een negatieve invloed had op de vooruitzichten van exporteurs.

Maar de Chinese Shanghai Composite Index had de slechtste performance in Azië, met een val van 16% (in lokale valuta). Deze slechte performance werd veroorzaakt door strengere eisen voor bankreserves en hogere rentes om de inflatie en de vorming van ‘bubbels’ te beperken.

Opkomende markten deden het – weer – goed
Over het algemeen deden opkomende markten het weer goed, met een winst van 28% (in euro’s) over het jaar. Doeswijk merkt op dat dit een voortzetting is van de bijna tien jaar waarin de opkomende markten het beter hebben gedaan dan de volwassen markten. Maar hij voegt daaraan toe dat de waardering niet langer de drijvende kracht is achter deze performance.

“De opkomende markten worden nu ondersteund door een fatsoenlijk macro-economisch beeld, een lagere impact van een vergrijzende bevolking op de middellange termijn, de afwezigheid van problemen met staatsschulden en de kleinere invloed van de crisis op de economie en het bankensysteem,” zegt hij.

Binnen aandelen, was 2010 een goed jaar voor cyclische sectoren. Consument cyclisch (34% in euro’s), industrie en dienstverlening (33%) en basismaterialen (31%) leverden de beste performance. De defensieve sector nutsbedrijven had de slechtste performance met een rendement van 8%. “De grootste verrassing was de consumentensector, die werd gedreven door de Westerse consument en de aanhoudende vraag van consumenten in de opkomende markten," zegt Doeswijk.

Bedrijfsobligaties deden het beter dan staatsobligaties
Staatsobligaties hadden een rendement van 4% (afgedekt naar euro’s) in 2010. Dit rendement werd veroorzaakt door de hoge Amerikaanse werkloosheid, extreem lage inflatie en de verslechterende staatsobligatiecrisis in Europa, waardoor er vraag was naar veilige beleggingen.

Tussen januari en augustus was er zelfs een rally van obligaties toen de Amerikaanse economie dreigde terug te vallen in recessie, maar in de laatste vier maanden van 2010 verdampten veel van de winsten weer. Over het jaar als geheel daalde het rendement op de als benchmark gebruikte Amerikaanse tienjaars Treasuries met 54 basispunten naar 3,29%.

De degelijke rendementen op staatsobligaties over 2010 bleven achter bij de winsten op investment-grade bedrijfsobligaties die een rendement hadden van 7% (afgedekt naar euro’s). High-yieldobligaties deden het nog beter, met een winst van 15% (afgedekt naar euro’s).

Ronald Doeswijk legt uit hoe dit komt: “Bedrijfsobligaties profiteerden van de gematigde economische groei. Dankzij deze omstandigheden waren er weinig faillissementen of wanbetalingen, terwijl er tegelijkertijd geen sprake was van te agressieve fusie- en overnameactiviteit die schadelijk kan zijn voor de balansen van bedrijven omdat er dan te veel wordt betaald.

Valutamarkten zien euro dalen
De Amerikaanse dollar was op zijn minst volatiel, aangezien de focus van de valutamarkten verschoof van de crises in Europa naar het nieuwe verruimingsbeleid van de Fed (‘QE2’) en weer terug. Uiteindelijk realiseerde de dollar zijn grootste stijging ten opzichte van de euro in vijf jaar. De Europese munt daalde in 2010 ongeveer 7% ten opzichte van de dollar en 19% ten opzichte van de yen.

Maar de Amerikaanse munt verzwakte ten opzichte van veel andere valuta’s, aangezien beleggers vanwege extreem lage rente op zoek gingen naar hoger renderende beleggingen. Valuta’s die gekoppeld zijn aan grondstoffen stegen ten opzichte van de dollar toen de prijzen voor basismaterialen nieuwe recordhoogtes bereikten. De yen was de beste performer ten opzichte van de dollar in 2010, zelfs toen de Japanse regering stappen ondernam om de valuta te verzwakken.

Onroerend goed beste performer van 2010
Onroerend goed was de best presterende beleggingscategorie in 2010. De S&P Global REITs Index realiseerde een rendement van 30% in euro's. De prijzen voor commercieel onroerend goed zijn hersteld sinds ze eind 2009 de bodem bereikten. Deze ontwikkeling geeft aan dat de omstandigheden voor onroerend goed zijn verbeterd.

Op de langere termijn is er een sterke onderliggende vraag naar onroerend goed, als gevolg van de urbanisatietrends en de groeiende wereldbevolking. In 2010 werden beleggers aangetrokken door onroerend goed door de hoge rendementen en de geboden cashflow en vanwege de spreidingsmogelijkheden.

Chinese groei zorgt voor hogere grondstofprijzen
Grondstoffen deden het ook goed in 2010 aangezien de enorme vraag van China, de snelst groeiende grote economie, de prijzen van de meeste basismaterialen omhoog duwde. De prijzen van goud, zilver, katoen, maïs en olie gingen allemaal fors omhoog. De S&P GSCI steeg met 17%.

“Gedurende het grootste deel van 2010 waren de grondstofprijzen vlak, maar tegen het einde van het jaar bereikten ze een piek toen duidelijk werd dat de VS niet van plan was zijn begrotingstekort aan te pakken en een tweede ronde van kwantitatieve verruiming werd ingezet,” merkt Doeswijk op.

Deel deze pagina:


Auteur

Ronald Doeswijk
Chief Strategist



Artikelen van deze auteur