By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

Robeco uses cookies to analyze your visit to this site, to share information via social media and to personalize the site and advertisements in line with your own preferences. By clicking on agree or by continuing on this site, you agree to the above. More information and adjusting cookie settings.

AGREE

By continuing on this site you have agreed to cookies being placed and accessed by this website. More information and adjusting cookie settings.

Lusteloze aandelenmarkten nu groei afzwakt

11-05-2011 | Vooruitblik | Ronald Doeswijk

Opkomende markten vertragen en in de volwassen markten zijn weinig positieve macro-economische verrassingen te verwachten. De vooruitzichten voor aandelen zijn dus bescheiden, zegt Chief Strategist Ronald Doeswijk.

imageBeter dan dit wordt het niet. Althans, dat is de mening van Ronald Doeswijk over de huidige staat van de wereldwijde economie. Vanaf dit punt zal de situatie alleen maar kwetsbaarder worden. Het lijkt er inderdaad op dat het tempo van de economische groei wereldwijd afzwakt.

Hieronder leggen we uit waarom. De centrale banken in de opkomende markten kijken nu serieus naar de inflatie en verhogen hun rentes. Sterker nog, hun verkrappende maatregelen gaan vaak verder dan verwacht. En dit heeft effect: de economieën vertragen.

Tegelijkertijd presteren de volwassen markten zo goed als ze kunnen, wat wordt weerspiegeld door de hogere cijfers voor het producentenvertrouwen.

Er lijkt dus niet zo veel aan de hand te zijn. Helaas heeft dit relatief optimistische plaatje ook een keerzijde: het is namelijk moeilijk om te zien hoe de sterke macro-economische cijfers hun kracht kunnen behouden. “Het is twijfelachtig of er nog meer macro-economische verrassingen zullen komen, terwijl er ook negatieve verrassingen zouden kunnen opduiken. Als gevolg zullen de markten de komende maanden waarschijnlijk lusteloos blijven,” zegt Doeswijk.

Tegen deze achtergrond handhaaft het Financial Markets Research-team de voorzichtige houding die het sinds april heeft aangenomen. Bedrijfsobligaties (zowel credits als high yield) en grondstoffen zijn de favoriete beleggingscategorieën van het team, aandelen en onroerend goed zijn neutraal. Staatsobligaties en liquiditeiten blijven uit de gratie.

Amerikaanse economie is stabiel ondanks afnemend momentum
Laten we eens wat beter kijken naar de oorzaken van de vertraging van de wereldwijde economie. “Het VK, de eurozone, Japan en China remmen allemaal de groei af, maar om verschillende redenen,” merkt Doeswijk op. Wat opvalt, is dat de VS ontbreekt in dit lijstje van haperende economieën.

Het groeitempo van de Amerikaanse economie neemt inderdaad af, ondanks de verder verzwakkende dollar. Bovendien is de non-manufacturing ISM-index gekelderd en het BBP groeide in het eerste kwartaal met een teleurstellende 1,8% op jaarbasis (in het vierde kwartaal van 2010 was dit nog 3,1%).

Toch is het tempo van deze vertraging zeker niet bedreigend, aldus Doeswijk. En daarbij was de meest recente ISM manufacturing-index robuust. “Al met al wijzen deze cijfers erop dat de Amerikaanse economie een stabiele performance heeft gehad, ondanks de stijging van energiegerelateerde prijzen,” zegt Doeswijk.

De economie van het VK vertoont geen teken van leven
Maar hoe zit het met de economieën die volgens Doeswijk de wereldwijde groei afremmen? In het VK kwam de BBP-groei over het eerste kwartaal uit op 0,5%. Dit was nauwelijks voldoende compensatie voor de krimp als gevolg van het winterweer in het vierde kwartaal van 2010. De aanzienlijke daling van de PMI-index voor de dienstensector in april lijkt een signaal dat de fiscale verkrapping van de regering nadelig uitpakt voor het groeitempo. “Het algemene beeld is zwak," zegt Doeswijk.

Een schrale troost is dat de geharmoniseerde inflatie in de EU is gedaald van 4,4% naar 4,0% in maart. De Bank of England hoeft daardoor de rente voorlopig nog niet te wijzigen.

De groeiverschillen binnen de EU worden niet kleiner
En dan is er nog de eurozone. “De groeiverschillen binnen de regio worden maar niet kleiner,” zegt Doeswijk. De kern van de eurozone-economie blijft groeien, hoewel het nog maar een kwestie van tijd is voordat het effect voelbaar wordt van monetaire verkrapping en de daarmee samenhangende sterke euro.

De perifere landen laten een heel ander beeld zien. De meest recente PMI van Griekenland was lager dan 50 en die van Spanje daalde tot dicht bij de 50. En de staatsschuldencrisis rommelt ook maar verder. Terwijl Portugal overeenstemming heeft bereikt met het IMF en de EU over een steunpakket, wordt het steeds waarschijnlijker dat de Griekse schuld snel geherstructureerd moet worden.

Spanje werkt er hard aan om zich te onderscheiden van de andere perifere landen, maar het land wordt daarbij gehinderd door de verkrappende maatregelen van de ECB. Maar hoewel de Europese Centrale Bank in april voor het eerst in drie jaar de rente verhoogde (vanwege het verslechterende inflatiepatroon) gaf de bank aan geen haast te hebben met een volgende verhoging.

De vooruitzichten voor Japan zijn verslechterd
Het derde land is Japan waar de gevolgen van de aardbeving voor de economische cijfers nog slechter waren dan gevreesd De industriële productie over de maand maart kelderde met meer dan 15% ten opzichte van februari, wat veel meer was dan de algemeen verwachte daling van 10,6%.

De particuliere bestedingen daalden ondertussen met 8,5% op jaarbasis. Een aangezien functionarissen van de BoJ hebben opgemerkt dat de reflex van de Japanse consument was om nog minder geld uit te geven, lijkt een terugkeer naar deflatie onvermijdelijk.

Instellingen zoals de OESO voorspellen een klassiek V-vormig herstel, zoals dat gebruikelijk volgt op een natuurramp. “Maar dit is zeker niet onvermijdelijk,” zegt Doeswijk. “De kerncentrale van Fukushima zorgt voor onzekerheid, maar het grootste vraagteken is de financiering van het herstel.

De directe kosten van de ramp zullen waarschijnlijk uitkomen in de buurt van de JPY 16 tot 25 biljoen. De Japanse overheid zal een groot deel daarvan moeten ophoesten. Japan heeft al een schuld van meer dan 200% van het BBP en een geschat primair begrotingstekort van 7% in 2011. Het was dus geen verrassing dat S&P een nieuwe waarschuwing over de kredietwaardigheid van Japan heeft gegeven.

“Al met al blijven wij zeer voorzichtig over de vooruitzichten voor de middellange termijn voor de Japanse economie,” waarschuwt Doeswijk.

Chinese verkrapping heeft effect
En tot slot, China. China is een van de opkomende markten waar de verkrappende maatregelen de economie tot op zekere hoogte hebben afgekoeld. Een voorbeeld is de daling van de Chinese PMI-index van 53,4 naar 52,9 in april. De inflatie blijft echter stijgen en bereikte in maart een niveau van 5,4% op jaarbasis. “Toch geeft de Chinese centrale bank de hoogste prioriteit aan het bedwingen van de inflatie,” merkt Doeswijk op. Verdere actie lijkt noodzakelijk.

China is niet de enige opkomende markt die de rente verhoogt. De centrale banken van de drie andere BRIC-landen (Brazilië, Rusland en India) hebben onlangs ook de rente verhoogd. En er volgen waarschijnlijk nog meer renteverhogingen in de opkomende landen.

Nog steeds neutraal over aandelen
In deze omgeving blijft het Financial Markets Research-team voorzichtig. De visie op aandelen blijft neutraal. “In de komende maanden hoeven we van aandelen niet veel te verwachten, maar over een horizon van twaalf maanden verwachten wij wel dat de risicopremies positief zullen zijn," zegt Doeswijk.

Het positieve nieuws is dat de economie nog steeds aan het herstellen is van een ernstige recessie. Bovendien trekt de fusie- en overnameactiviteit aan wat aangeeft dat bedrijven weer vertrouwen krijgen in de lange termijn.

Maar er zijn ook nog een aantal lastige factoren voor aandelen. Ten eerste is de waardering niet meer dan neutraal, gezien de verwachte K/W-verhouding van 12,3x. Ten tweede, wordt het moeilijker om de analistenverwachtingen te verslaan. Ten derde, boeken aandelen historisch gezien weinig vooruitgang in de maanden mei tot en met oktober.

Doeswijk zegt: “Voor dit jaar zou een dergelijke pauze in de zomer overeenkomen met onze visie dat het macro-economisch beeld zo goed is als verwacht mag worden, zeker omdat de schuldencrisis in de eurozone nog steeds onopgelost is.”

Opkomende markten blijven favoriet binnen aandelen
Voor aandelen heeft het team een voorkeur voor de opkomende markten en Noord-Amerika boven Europa en de Pacific-regio. In de twee favoriete regio’s zijn de winstherzieningen beter dan in Europa. In de opkomende markten zijn de inflatierisico’s beheersbaar, gezien de aanhoudende monetaire verkrapping en de daling van de voedselprijzen, terwijl de overheidsfinanciën gezond zijn. En in Amerika is de consument weer gaan kopen en zullen de exporten profiteren van de zwakke dollar.

Het team blijft sceptisch over aandelen in Europa. Vorige maand was dit nog de best presterende regio. Doeswijk merkt op dat de sterke performance van Europa voor een groot deel te danken was aan de stijging van de euro. “Het krachtige producentenvertrouwen lijkt van tijdelijke aard,” voegt Doeswijk hieraan toe. Verder hangt de schuldencrisis nog steeds als een donkere wolk boven de regio, vooral nu een herstructurering van de Griekse schuld onvermijdelijk lijkt.

Onroerend goed weer terug naar neutraal
Onroerend goed is een van de aandelencategorieën die getroffen zijn door een verandering in risicobereidheid onder beleggers. Net als voor aandelen, is een zijwaarts handelspatroon te verwachten voor onroerend goed in de komende periode. Het Financial Markets Research-team heeft in april zijn positieve visie op onroerend goed verlaagd naar neutraal.

Onroerend goed is minder gevoelig voor de stijgende olieprijzen en deze beleggingscategorie profiteert nog steeds van de lage rente. Waarom zijn de vooruitzichten dan toch verslechterd? Ten eerste, zijn de analistenverwachtingen nauwelijks gewijzigd in de afgelopen drie maanden. Ten tweede, is de koers/cashflow-verhouding voor onroerend goed 1,5x die voor aandelen, wat exact overeenkomt met historische gemiddelden. En tot slot komt het seizoenspatroon van de performance van onroerend goed overeen met dat van aandelen.

Nog steeds voorkeur voor bedrijfsobligaties
Het team blijft positief over bedrijfsobligaties. De spreads zijn in de afgelopen drie maanden inderdaad niet veel gewijzigd. Maar dat betekent wel dat beleggers zijn beloond met een risicopremie. Over het algemeen worden bedrijfsobligaties niet getroffen door het afzwakken van de economie. “Volgens ons is er nog steeds ruimte voor een verdere vernauwing van de spread gezien het lage aantal faillissementen en de verbeterende kredietkwaliteit,” zegt Doeswijk.

Zijn collega’s en hij handhaven hun visie dat staatsobligaties onaantrekkelijk zijn, aangezien bedrijfsobligaties waarschijnlijk beter zullen blijven presteren dan staatsobligaties. Zij geloven daarom niet dat de lange rente snel zal stijgen. “In alle belangrijke regio’s is de kerninflatie gestegen, maar zolang de arbeidsmarkten over het algemeen zwak zijn, verwachten wij dat het nog wel even zal duren voordat de kerninflatie echt hard gaat stijgen,” zegt Doeswijk.

Positief over de lange termijn voor grondstoffen
Op basis van de visie dat de opwaartse trend van de grondstoffenprijzen een weerspiegeling is van de groeiende vraag van de wereldwijde middenklasse en een krapper aanbod, blijft het team positief over de vooruitzichten voor grondstoffen op de lange termijn.

Op de korte termijn echter zijn er echter een aantal negatieve factoren zoals het wegebben van de sociale onrust in het Midden-Oosten en de waarschijnlijke daling van de industriële cijfers vanaf hun historische hoogtepunten. “Het sentiment voor industriële en edelmetalen, en voor energie, zijn ook getroffen door de correctie na de indrukwekkende stijging over de afgelopen zes tot twaalf maanden,” zegt Doeswijk.

Deel deze pagina: